Nieuwe omroepwet: publiek is winnaar

Geef de nieuwe omroepwet een kans, schrijven Joop Daalmeijer e.a.

NOS-cameraploeg verkent het parcours van het NK veldlopen, Wageningen.
NOS-cameraploeg verkent het parcours van het NK veldlopen, Wageningen. Foto Bas Beentjes/HH

Waarom zou het Eye Film Instituut geen tv-serie kunnen maken over de Nederlandse filmgeschiedenis? Of RTV Rijnmond geen documentaire over nieuwe architectuur in Rotterdam, de NRC geen boekenprogramma, Paradiso geen eigen opnamen van concerten in de Amsterdamse poptempel?

Het betekent dat voor een deel van het budget de omroepverenigingen moeten concurreren met aanbieders van buiten. Wie goede publieke, onafhankelijke programma’s maakt heeft niks te vrezen. Moge de beste winnen. Het zal leiden tot een kwaliteitsverbetering; de diversiteit van het aanbod zal toenemen en beter passen bij de snelle veranderingen in de samenleving. En het publiek, de kijker en de luisteraar, is de winnaar.

Morgen wordt staatssecretaris Dekkers nieuwe mediawet, die bovenstaande voorbeelden mogelijk maakt, opnieuw besproken in de Eerste Kamer. Aan de basis ervan ligt het advies ‘De tijd staat open’ van de Raad voor Cultuur over een toekomstbestendige publieke omroep. De Tweede Kamer stemde voor, nu is de Eerste Kamer aan zet. De senatoren zijn bestookt door omroepdirecteuren en omroeplobbyisten met het verzoek de wet te blokkeren of omroepverenigingen meer macht te geven en niet de Raad van Bestuur van de NPO. Een debat over de publieke omroep wordt in Nederland helaas altijd teruggebracht tot de vraag wie de macht heeft in Hilversum. Het gaat niet om kijkers, niet om luisteraars, niet over het publiek. Niet over een nieuwe publieke omroep, maar over behoud van het oude. Alsof de mediawereld niet verandert.

In het raadsadvies en de nieuwe mediawet wordt dit patroon doorbroken en krijgt de publieke omroep toekomst door de programma-inhoud centraal te stellen. De overkoepelende NPO moet zich dan wel omvormen en niet een louter proces aansturende organisatie blijven. De NPO bepaalt, samen met omroepen, welke programma’s worden gemaakt en uitgezonden, op welk platform dan ook en NPO bewaakt ook het profiel dat hoort bij een publieke omroep. Want de inzet is: zoveel mogelijk mensen bereiken met publieke programma’s.

Ook jongeren, die nu nauwelijks televisie kijken en weinig programma’s van de publieke omroep zien. De omroepverenigingen maken programma’s met een vast gegarandeerd budget en met alle waarborgen voor onafhankelijkheid. Daarvoor zijn stevige redactiestatuten nodig, die voor hoofdredacties en makers onafhankelijkheid garanderen en politiek, directies en besturen weghouden van de inhoud. Door eigen producties van omroepen blijft de diversiteit van het Nederlandse bestel overeind.

Maar in het voorstel van de Raad voor Cultuur en in de nieuwe mediawet – en dat is een breuk met het verleden – kunnen ook producenten, culturele en levensbeschouwelijke organisaties en kranten zich melden bij NPO met programmavoorstellen die inhoudelijk passen bij een publieke omroep. Zoals gezegd: Eye, RTV Rijnmond, NRC, Paradiso, etcetera.

De Raad voor Cultuur heeft gekozen voor een krachtige publieke omroep, met een eenvoudige en heldere aansturing. De publieke omroep in de huidige vorm gaat langzaam aan belangenconflicten ten onder. Om relevant te blijven, om kijkers en luisteraars te behouden, moet de interne strijd worden gestopt en moet gezamenlijk op zoek gegaan worden naar het publiek. Waar zich dat ook bevindt: op Youtube, op de tv-kanalen, via video on demand, of welk online kanaal dan ook. Met programma’s, met een duidelijk herkenbaar publiek profiel en voor de consument zichtbaar als publieke omroep. Dat vereist duidelijke aansturing.

Het Nederlands culturele product, van theater, muziek en drama, wacht op nieuwe impulsen – ook van de publieke omroep. Sinds het bestaan van een Nederlandse versie van Netflix heeft de publieke omroep geen eigen krachtig alternatief daarvoor kunnen ontwikkelen.

Inmiddels is de BBC begonnen met BBC First: 24 uur per dag Brits drama van topkwaliteit met Nederlandse ondertiteling. Alles gewoon in elk Nederlands huis te zien via kabel, glasvezel, de pc of de tablet. Natuurlijk, op radio en tv hebben we nog steeds een goede publieke omroep. Maar als we de beweging van het kijkgedrag naar het digitale aanbod goed analyseren, dan weten we dat bijsturing geboden is. En wel snel. Zeker voor de jongere kijker.

De nieuwe Mediawet is in lijn met de plannen van de Raad voor Cultuur. Er wordt een duidelijke stap in de goede richting gezet. De politiek moet zich bestuurlijk noch inhoudelijk met de publieke omroep bemoeien, maar mag wel via een prestatieafspraak eisen stellen, omdat de financiering grotendeels via belastinggeld loopt. Prestatieafspraken op het gebied van onafhankelijk nieuws, Nederlands drama, over cultuur en amusement, als dat maar van een publieke signatuur is.

De nieuwe mediawet maakt dit mogelijk en geeft toekomst aan de publieke omroep.