Niemand luistert echt naar Lagarde

De wereldeconomie loopt gevaar, waarschuwt het IMF. Europa, China en de VS zien de noodzaak tot actie niet zo..

Donkere wolken pakken zich samen boven de wankele wereldeconomie, waarschuwde IMF-directeur Christine Lagarde aan het slot van de tweedaagse G20-top in Shanghai. Zij had zichzelf de rol van „strenge schooldirectrice” toebedacht en pleitte voor „internationale, gezamenlijke actie op alle fronten om een tamelijk intimiderende situatie” te voorkomen.

Haar klas van G20-ministers van Financiën en centrale bankiers luisterde echter maar half. Haar analyse van de „risico’s en kwetsbaarheden” werd weliswaar gedeeld, maar over de noodzaak van een nieuwe, gezamenlijke aanpak bleven de meningen verdeeld. De oproep van het IMF om „nu meteen en proactief plannen te maken, die snel ingevoerd kunnen worden als de risico’s werkelijkheid worden” werd dan ook grotendeels genegeerd. Vooral door Amerikaanse en Europese ministers, maar ook door de grote Chinese delegatie, die de G20 dit jaar leidt. Voorzitter China ziet zich duidelijk niet als deel van het probleem en wil niet gezien worden als „een risico”.

Sloeg Lagarde iedere keer als zij binnenskamers en daarbuiten in het Shangri-La-Hotel de microfoon kreeg alarm, haar voormalige ambtgenoten in Parijs, Berlijn en ook Den Haag pareerden met sussende woorden. „Laten we nuchter blijven”, zei bijvoorbeeld de Nederlandse minister Jeroen Dijsselbloem namens de EU. „Er is namelijk geen crisis, er is dus geen noodzaak voor een nieuw, groot plan. Amerika doet het goed, Europa doet het steeds beter en China heeft nog heel veel potentie om te blijven groeien.”

Somber lijstje

Natuurlijk, de geopolitieke spanningen stapelen zich op: de vluchtelingencrises en de wilde kapitaalvlucht uit vooral China belemmeren de groei. En aan dat sombere lijstje werd op het laatste moment in Shanghai op verzoek van de Britse minister George Osborne ook nog de mogelijke gevolgen van een Brexit toegevoegd.

De vraag rees uiteraard of de uiterst nerveuze markten én de media de ernst van de toestand niet zwaar overdrijven. „Ik heb al vroeg geleerd nooit de media nergens de schuld van te geven”, zei minister Jeroen Dijsselbloem licht-ironisch, „maar het is wel zo dat de markten hier en daar nogal overdreven reageren. We moeten ons ook geen crisis laten aanpraten.’’

Mocht zij teleurgesteld zijn dat het IMF-voorstel voor een gecoördineerd programma om de vraag te stimuleren (nog) geen gehoor vond, dan verborg IMF-directeur Lagarde dat behendig. Zij stelde vast dat zij tijdens de G20 in Shanghai „een nieuw gevoel van urgentie” om „een dreigende crisis met alle beschikbare middelen” aan te pakken.

Dat gevoel van urgentie bleek niet uit de slotverklaring en al evenmin uit de toelichtingen van Europese en Amerikaanse ministers. De globale aanpak die Lagarde bepleitte, is zonder een actuele crisis moeilijk te realiseren. De G20 is een uiterst gevarieerd gezelschap van verschillende economieën en afspraken kunnen niet afgedwongen worden.

Geen reden tot "overdreven zorg"

Voor Lagarde allicht een teleurstelling, voor ministers als Jack Lew (VS) en Wolfgang Schäuble (Duitsland) geen reden tot „overdreven zorg”. Schaüble grapte dat de G-20 heel goed is in het opstellen van „actieplannen”, en dat het daarom nu tijd is „plannen om te zetten in actie”. En, zei de Duitse minister: „Landen moeten in de eerste plaats doen wat zij al eerder hebben toegezegd, plannen voor structurele hervormingen van arbeidsmarkten en kapitaalmarkten moeten omgezet worden in daden. Geen stimulering zonder echte hervormingen’’, benadrukte Schäuble, net als Dijsselbloem. De groei stimuleren door middel van het vergroten van overheidstekorten is een rode lijn voor Duitsland en Nederland. Alleen landen die daar de ruimte voor hebben, onder meer China, moeten doen wat zij niet laten kunnen.

„Wij hebben beslist geen tekort aan plannen en gereedschappen, de uitvoering schiet tekort”, antwoordde de Duitse minister. „Gebrek aan gereedschappen? Onzin. Het probleem schuilt in de uitvoering van politiek moeilijke structurele hervormingen.’’

Met andere woorden: ieder G20-land moet doen wat het kan: het land of blok moet meer investeren in infrastructuur (Europa en de VS), het andere land (China) moet de economische hervormingen ook daadwerkelijk uitvoeren.

Misschien nog de meest concrete uitspraken om de zorgen over de wereldeconomie weg te nemen kwam van China. Na veel kritiek op het gebrek aan goede communicatie verzekerde China dat de renminbi niet gedevalueerd zal worden om de exportsector in de afzwakkende economie te helpen. Met andere woorden: China zal geen ontwrichtende valutaoorlog ontketenen. De Chinese gouverneur van de Centrale Volksbank Zhou Xiaochuan ging zelfs zover om daarover in het Engels vragen te beantwoorden, een zeldzaamheid voor een hoge partijfunctionaris. En ook zijn baas, minister van Financiën en Politbureau-lid Lou Jiwei, beloofde „openheid en transparantie en betere communicatie” over Chinese plannen en bedoelingen. Lou zei ook dat China alle toegezegde hervormingen van de economie zal uitvoeren. Of de markten deze sussende woorden en de nieuwe Chinese openheid accepteren zal de komende weken en maanden moeten blijken.

    • Oscar Garschagen