Magisch denken is een vorm van ruzie met jezelf

Bijgeloof houdt vaak stand als iemand zelf wéét dat het onzin is. Dan verschilt de intuïtie van mening met de ratio.

Waarom kloppen ook weldenkende mensen weleens op ongeverfd hout, terwijl ze weten dat er geen enkel mechanisme denkbaar is waardoor zoiets ongeluk af zou weren? Waarom zitten zelfs sommige intelligente voetbalfans graag in hun ‘geluksshirt’ voor de tv? Waarom trekken de meeste mensen niet graag een trui aan als ze weten dat die van een moordenaar is geweest, alsof dat besmettelijk zou zijn?

Kennelijk corrigeert het rationele denken de menselijke intuïtie niet altijd. Want dat is hoe veel psychologen denken dat intuïtie en ratio samenwerken: je hebt een intuïtief, onbewust denksysteem dat razendsnel is maar fouten maakt – en je hebt een trager, bewust opererend denksysteem dat die intuïties controleert en indien nodig corrigeert, tenzij het daar geen zin in heeft of te druk is met andere dingen. Psycholoog Daniel Kahneman (die in 2002 de Nobelprijs voor economie kreeg) populariseerde die twee systemen in zijn succesvolle boek Thinking Fast and Slow (Ons feilbare denken, 2011).

Maar als het om bijgeloof gaat schiet die theorie tekort, betoogt psycholoog Jane Risen in Psychological Review (maart 2016). Er is weliswaar onderzoek waaruit blijkt dat mensen bijgeloviger zijn als Systeem 2 het te druk heeft of anderszins niet gemotiveerd of in staat is om die bijgelovige intuïties te corrigeren. Maar ook als Systeem 2 zich er volkomen bewust van is dat de intuïtie van Systeem 1 fout zit, dat het om absurd bijgeloof gaat, ook dan vindt er niet altijd een correctie plaats. „Ik weet wel dat het niet écht helpt”, kunnen mensen zeggen, „maar ik hou tijdens de wedstrijd toch maar mijn NEC-T-shirt aan, want het voelt zo ongemakkelijk om dat niet te doen.”

Kennelijk kan Systeem 2 dus nog iets anders doen dan corrigeren, wanneer het ziet dat Systeem 1 fout zit, namelijk stilzwijgend toestemmen. Dan hebben Systeem 1 en 2 een verschil van mening – en Systeem 1 wint. Niet altijd, natuurlijk, en we weten nog niet precies wanneer wel en niet. Maar mensen hebben er wel vaak meer moeite mee om tegen hun intuïtie in te gaan dan tegen wat ze weten dat waar is, denkt Risen.

Dit is niet alleen op het gebied van bijgeloof zo, maar bijvoorbeeld ook bij zelfbeheersing en morele oordelen. Veel mensen vinden het bijvoorbeeld fout, blijkt uit ouder onderzoek (Psychological Review, 2001), als een broer en zus seks hebben, braaf met voorbehoedmiddelen, gewoon voor de lol, vrijwillig en zonder dat een van de twee gekwetst wordt – terwijl er geen enkele rationele reden is om dat fout te vinden. Maar daar proberen mensen gretig redenen bij te verzinnen.

Want ruzie tussen de twee systemen is onprettig. In een recent, nog ongepubliceerd onderzoek zag Risen bijvoorbeeld dat de meeste mensen zo’n meningsverschil probeerden te voorkomen door niet te willen weten hoeveel calorieën er in een stuk taart zaten dat ze konden bestellen. Mensen die de calorische informatie er ongevraagd bij kregen, bestelden de taart minder vaak.

Er is trouwens nog veel onduidelijk over de samenwerking tussen de systemen. Kan Systeem 2 bijvoorbeeld zelf beslissen dat het ingeschakeld moet worden? Onmogelijk, denken de meeste psychologen volgens Risen. Dus dat zal dan op intuïtie gaan, zoals een gevoel van onzekerheid.