Kamer ‘schrikt zich te pletter’ over deal De Boer

De Tweede Kamer wil dat de minister van Onderwijs beter toezicht houdt op publiek-private projecten in het beroepsonderwijs.

Onduidelijkheden rond de financiële afwikkeling bij de verkoop van het Vakcollege baart een meerderheid van de Tweede Kamer zorgen. Kamerleden vragen zich af of er voldoende (wettelijke) waarborgen zijn om te voorkomen dat onderwijsgeld wordt gebruikt voor eigen financieel gewin. Ook willen Kamerfracties weten of het ministerie van Onderwijs wel goed toezicht houdt op publiek-private samenwerkingen in het onderwijs. Kamerleden maken zich verder ook zorgen over de toekomst van het Vakcollege.

NRC meldde zaterdag dat VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer en drie zakenpartners in stilte ieder 1 miljoen euro verdienden aan de verkoop van het Vakcollege. Dit is een vernieuwend model voor technisch middelbaar onderwijs dat met miljoenen belastinggeld is ontwikkeld.

De vier verkochten het in 2008 opgerichte Vakcollege in 2011 aan het uitzendconcern USG. Dat wilde leerlingen van de aangesloten vmbo-scholen tijdens en na hun opleiding als uitzendkracht detacheren. Dit plan mislukte door verzet van de scholen, die overigens volkomen verrast waren door de verkoop aan USG. Door het verzet van de scholen draaide het uitzendconcern verlies met het Vakcollege. Het beursgenoteerde USG probeerde daarom vanaf medio 2013 het Vakcollege voor 10 miljoen euro aan het ministerie van Onderwijs te verkopen.

Hans de Boer en Hans Kamps, diens zakenpartner en voormalig lid van de Sociaal Economische Raad, lobbyden voor die verkoop. Daarbij verzwegen ze dat USG had beloofd hen bij een verkoop te belonen.

De Boer en zijn zakenpartners erkennen dat het onderwijsconcept dat ze aan USG verkochten voor een substantieel deel met belastinggeld was gebouwd, maar benadrukken dat, omdat USG hen heeft betaald, „er geen cent publiek geld” naar hen is gegaan.

Onzorgvuldig

Kamerlid Anne-Wil Lucas (VVD): „Wat de VVD betreft is het geen enkel probleem dat een commerciële partij als USG het Vakcollege kocht. Maar als zoiets gebeurt, dan moeten de commerciële belangen transparant zijn, en voor iedereen duidelijk. Dat het zo onzorgvuldig is gegaan, zonder medeweten van de scholen is heel erg zonde voor het vakonderwijs. Zeker als die verwarring is ontstaan door een poging om mogelijk eigenbelang te verbergen, zoals het artikel suggereert. Het vertrouwen van het onderwijs in het bedrijfsleven is al zo broos. En zeker bij het beroepsonderwijs moeten beide partijen samenwerken, dus moet je dat vertrouwen niet beschadigen.”

Tanja Jadnanansing (PvdA) schrok zich „te pletter” over de beschreven gang van zaken rond het Vakcollege. „Wij zijn allemaal gecharmeerd van het model, maar er zat dus veel meer achter.” Jadnanansing heeft vooral veel vragen: „Hoe zit het met het toezicht van het ministerie? Hebben we wel voldoende wettelijke waarborgen om te zorgen dat geld dat voor onderwijs is bedoeld daar ook echt terechtkomt, in dit soort publiek-private constructies?”

Ook Kamerlid Paul van Meenen (D66) benadrukt dat onderwijsgeld „in de klas” terecht moet komen. „Maar een substantieel deel komt al vele jaren terecht in de zakken van dit soort adviseurs, die de deur bij het OCW platlopen.” Van Meenen is ook kritisch over het feit dat De Boer en zakenpartner Kamps bij het ministerie van Onderwijs lobbyden voor de aankoop van het Vakcollege, zonder daarbij te melden dat ze er zelf financieel beter van zouden worden. „Ik vraag me af of dit niet in strijd met regels van het ministerie van Onderwijs is en dat ga ik minister Jet Bussemaker ook bij de eerste gelegenheid vragen.”