Humanitaire hulp Syrië komt op gang

De humanitaire hulp aan burgers in Syrië komt op gang. Maar de wapenstilstand lijkt broos.

Een medewerker van de Rode Halvemaan helpt een Syrische familie in Moadamiyeh, een bufferzone.
Een medewerker van de Rode Halvemaan helpt een Syrische familie in Moadamiyeh, een bufferzone.

In Syrië is maandagmorgen voor het eerst sinds de wapenstilstand de humanitaire hulp op gang gekomen. De goederen van de Verenigde Naties (VN) hebben de stad Mouadamiya al-Sham bereikt, meldde een medewerker van de Arabische hulporganisatie de Rode Halvemaan aan persbureau AFP.

Mouhanad al-Assadi van de Rode Halvemaan zei tegen het persagentschap:

“Tien vrachtwagenladingen met luiers, maandverband, schoonmaakmiddelen, zeep en dekens zijn vandaag gearriveerd in Mouadamiya al-Sham.”

De stad, in handen van de rebellen, ligt dertien kilometer ten zuidwesten van Damascus.

Hongerdood

De VN hoopt de komende week 154 duizend mensen in Syrië te bereiken met hulpgoederen. Bij een bijeenkomst in Genève waarschuwde het vandaag dat “duizenden” Syriërs een hongerdood riskeren, omdat zij in belegerde steden en dorpen wonen die moeilijk bereikbaar zijn voor hulp.

De door Rusland en de Verenigde Staten opgezette wapenstilstand ging zaterdag in. Het twee weken durende bestand is bedoeld om humanitaire hulpverlening op gang te brengen en het vredesoverleg in Genève te hervatten, dat gepland staat voor 7 maart. Hoewel secretaris-generaal Ban Ki-moon van de VN maandag in Genève zei dat het staken van de gevechten “goeddeels” standhoudt, is er veel scepsis over de wapenstilstand.

Diep bezorgd

Op een persconferentie maandag in Moskou beschuldigde Sergei Ryabkov, de Russische onderminister van Buitenlandse Zaken, dat Rusland “diep bezorgd” is over de schendingen van het staakt-het-vuren door het Turkse leger.

Dit komt een dag na de beschuldiging van het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten dat Russische luchtaanvallen hadden plaatsgevonden tegen zes dorpen in het noorden van de provincie Aleppo. Al gaf directeur Rami Abdulrahman toe dat ze niet zeker weten wie daar achter zat:

“Wij weten niet welke vliegtuigen de aanvallen hebben uitgevoerd, en we weten ook niet zeker of deze dorpen onder het staken van de vijandelijkheden vallen.”

Het is onbekend of de aanvallen op zondag gericht waren op Jabhat al-Nusra of IS, die niet onder het akkoord vallen.