Kai Reus is opgeklommen uit de duisternis

Hij viel en lag elf dagen in coma, moest twee jaar revalideren. Toen hij terug was, pleegde zijn moeder zelfmoord. Kun je dan wéér opstaan? Kai Reus deed het in België.

Kai Reus begint langzamerhand te geloven in een comeback 3.0. Foto Bas Czerwinski/ANP

De man die even over elf uur ’s ochtends met een glimlach op zijn fiets stapte om met de gretigheid van een junior warm te rijden in een waterige februarizon, stond aan de finish met tranen in zijn ogen te balen. Hij die tegenslag met zich mee lijkt te zeulen als een rugzak die voor velen te zwaar zou zijn, kreeg in zijn eerste koers op het hoogste niveau sinds 2010 op nog geen dertig kilometer van de finish een lekke band. Hij zat op dat moment in een kopgroep met onder anderen de latere winnaar Greg Van Avermaet en wereldkampioen Peter Sagan. De kasseien van de Paddestraat in Velzeke maakten een eind aan een dag waarop alles leek te kloppen. Een dag die aan hem toebehoorde. Zo sterk had hij zich bij het ontwaken gevoeld.

Zijn gevoel was juist. Het werd een dag waarop hij kon blijven draaien met zijn benen, zonder moe te worden. „Dat heb je soms”, zei Kai Reus (30) bij de finish, vechtend tegen de tranen.

Wildcard voor Veranda’s Willems

Wat had hij gesnakt naar deze 71ste uitgave van Omloop Het Nieuwsblad, de ouverture van het wielerseizoen in Noordwest-Europa. Een wedstrijd waar hij tot vorige week alleen nog dagdromend aan meedeed. Maar zijn ploeg Veranda’s Willems, van semiprofessioneel niveau, werd op het laatst aan de deelnemerslijst toegevoegd omdat team Giant-Alpecin zich had teruggetrokken. Eind januari reed een Britse automobiliste zes renners van die ploeg omver tijdens een trainingskamp in Spanje. Giant haakte af, Veranda’s Willems kreeg een wildcard. Zeven Belgen en één Nederlander waren vorige week als een kind zo blij, aan tafel na een dag stevig koersen in de Provence.

Hoe anders was het vroeger. Reus werd in 2003 wereldkampioen bij de junioren in Canada en gold toen als een talent hors catégorie. In extremis toegelaten worden tot een koers als ‘De Omloop’ is normaliter voorbehouden aan de kleinere ploegen en destijds zag het er niet naar uit dat een renner van zijn kaliber daar zo snel nog eens toe zou behoren.

Bijna tien jaar geleden nam zijn carrière een dramatische wending. Nadat hij tijdens een training in de Franse Alpen in 2007 zonder helm zo hard tegen het asfalt was geklapt dat hij elf dagen in een kunstmatige coma werd gehouden, vreesden velen voor zijn leven, en wat later voor zijn carrière. In wielertijdschrift De Muur van oktober 2008 staat hoe Reus worstelde om zijn leven weer op de rails krijgen. De fysieke wonden herstelden sneller dan de krassen op zijn ziel. Reus was zichzelf niet meer, had woedeaanvallen, zocht maar vond geen houvast in een wereld die zo anders voelde voordat een harde klap een gat in zijn geheugen sloeg.

Reus ging jaren later terug naar de plek waar hij viel:

Reus revalideerde, kwam terug, maar kreeg de ziekte van Pfeiffer en was in 2010 zo klaar met alle tegenslagen dat hij stopte met wielrennen. Op schaatsen vond hij het plezier in sporten terug en in 2012 stapte hij weer op de fiets. Eerst in Nederland, daarna bij een kleine ploeg in de Verenigde Staten. Een leuk jaar was het, met een zege in de Ronde van Portugal.

Maar juist toen het leven hem weer toe leek te lachen, pleegde zijn moeder zelfmoord. Ze had reuma en kon daardoor haar werk als bloemschikker en tuinontwerper niet meer doen. „Wat ze zo graag deed, tekenen, ontwerpen, kon ze niet meer. Ze heeft vijf maanden platgelegen met antidepressiva. Ik kan me tot op zekere hoogte voorstellen wat ze heeft doorgemaakt. Ik heb zelf tussen hemel en aarde gezweefd.”

Opklimmen uit de duisternis

Reus was er kapot van. Het voelde alsof de grond onder zijn voeten wegviel, alweer. Maar deze klap was zwaarder. Hij probeerde zo nu en dan een uurtje te fietsen, maar plofte vaak na tien minuten uitgeput op de bank. „Voor meer had ik geen energie. Mijn moeder was in ons gezin als cement. Nu zijn alleen de losse stenen over.”

Twee jaar had Reus nodig om uit het dal te klimmen. Eind 2014 tekende hij bij Veranda’s Willems, een kleine Belgische ploeg. Schaatscoach Jac Orie begeleidt hem, vertelt hij zaterdag aan de finishlijn in Gent. En voor het mentale gedeelte krijgt hij hulp van psychologen én mental coaches. 2015 was een jaar in de luwte, stabiel, maar zonder uitschieters. Wel naast het fietsen; hij werd vader van een dochter. Langzamerhand begon hij te geloven in een comeback 3.0, op een dag die aan hem toebehoort.

En zie daar, 172 kilometer lang rijdt Kai Reus zich in de kijker. Zijn naam wordt gescandeerd. „Ik hoop dat de grote ploegen dit hebben gezien. Hier is mijn visitekaartje. Pak ’m maar op.”