Hans van den Broek

‘Kijk!” wees ik terwijl ik met vriendin en dochter door Velp wandelde. „Daar woonde Hans van den Broek.” Ik had net zo goed naar een willekeurige steen kunnen wijzen want het interesseerde ze niets, en dat terwijl de oud-politicus toch zo’n prominente rol in mijn jeugd speelde.

Terwijl ik opgroeide klom Hans van den Broek na een begin in de Rhedense gemeenteraad steeds hoger in het CDA, hij werd staatssecretaris, minister, eurocommissaris en uiteindelijk zelfs vader van een prinses.

Mijn ouders zeiden het altijd als ze Hans van den Broek of ‘de vrouw van Hans van den Broek’ weer eens tegen waren gekomen in Velp. „Ik zag Hans van den Broek bij de benzinepomp”, zei mijn moeder dan. „Hij zag er moe uit, hij had getankt.”

Mijn vader zag Hans van den Broek weleens in de kerk en bij vergaderingen van de oudercommissie van de Fredericusschool zat hij weleens naast de vrouw van Hans van den Broek. Mijn moeder zag de vrouw van Hans van den Broek op een gegeven moment iedere dag bij het schoolplein, mijn zus zat bij een dochter van Hans van den Broek in de klas.

Het nieuws dat ze mee naar huis bracht werd steeds kleiner. Ze zei tijdens het avondeten dat de vrouw van Hans van den Broek een broek aan had, of dat ze een nieuwe jas had. Heel soms kwam ze verrassend uit de hoek: „Ik heb de vrouw van Hans van den Broek vandaag niet gezien.”

Als mijn vader Hans van den Broek zag fietsen op de Hoofdstraat zwaaide hij. Hans van den Broek zwaaide nooit terug, anders hadden we het wel gehoord. Toen we daar een keer over begonnen zei mijn moeder dat Hans van den Broek het te druk had om terug te zwaaien. Een paar dagen later had hij het dan weer niet te druk om naar bakker Borggreve te gaan waar hij gewoon op zijn beurt wachtte en een half volkoren bestelde.

Toen we op een leeftijd kwamen dat we onze ouders konden kwetsen begonnen mijn broer en ik ook over Hans van den Broek. Zelfs nadat hij allang uit Velp was vertrokken zeiden we dat we de vrouw van Hans van den Broek in de supermarkt zonder mandje liep of dat Hans van den Broek ons weer eens had geslagen met een zweep. Net zo lang tot mijn moeder zei: „Hou nou eens op over Hans van den Broek.”

De vriendin wees me er terecht op dat ik nu ook tegen onze dochter over Hans van den Broek was begonnen.

Ik was mijn ouders geworden.

    • Marcel van Roosmalen