Die kritiek op Daan Roosegaarde is echt niet meer van deze tijd

Geef deze moderne kunstenaar eens credits voor de gave om anderen voor je te laten werken, betoogt UvA-kunsthistoricus Marga van Mechelen.

In Louise Schouwenbergs artikel over Daan Roosegaarde, getiteld ‘Showkunstenaar? Ja. Genie? Nee’ zit het venijn vooral in de staart. Het hoofd van de masteropleiding Contextual Design van Design Academy Eindhoven haalt hierin uit naar drie partijen.

Allereerst ‘de machtige bewonderaars’ (zoals minister Jet Bussemaker) die volgens haar niet bij machte zijn kitsch te onderscheiden van culturele waarde’, vervolgens de programmamakers van De Wereld Draait Door en College Tour (Matthijs van Nieuwkerk en Twan Huys), die hem een podium hebben gegeven en tot slot Daan Roosegaarde zelf wiens werk hier impliciet als kitsch bestempeld wordt. Zijn profiel is hoofdonderwerp van het opiniestuk en daarom is deze uitspraak een doodsteek in zijn rug.

Maar is zijn werk kitsch? Wat bereik je ermee om het kitsch te noemen? Louise Schouwenberg legt het niet uit maar het meest voor de hand liggende is een link te leggen met de titel van haar artikel en dan hebben we het over zijn werk als schijnkunst, gedreven door sensatiezucht, waarmee verbloemd wordt dat het geen wezenlijke vernieuwing kent.

Deze controverse hing in de lucht
In het verleden is het woord ‘kitsch’ vaker door critici gebezigd, niet alleen om bepaalde nieuwe tendensen in de kunst af te wijzen, maar ook om deze kitschkunst te verbinden met een bredere cultuurkritiek: de teloorgang van de goede smaak als gevolg van een op massaconsumptie gerichte maatschappij. Die gedachte bleef vaak in de lucht zweven, ook wanneer de kunst die aanvankelijk als de veroorzaker werd gezien, na verloop van tijd omarmd werd, soms juist vanwege haar maatschappijkritische inhoud.

Eigenlijk was het wachten op een controverse zoals die zich nu rond Daan Roosegaarde voordoet. Het heeft voor een deel te maken met de (bijna) altijd positieve ‘prediker’ Roosegaarde die bij jongere generaties, de media en politici makkelijker gehoor vindt dan bij kunst- en designcritici zoals Schouwenberg.

Vertrekpunt autonoom, uitvoering teamwork
Voor een ander, zeker zo belangrijk deel heeft het te maken met de spagaat van waaruit Daan Roosegaarde en menig andere hedendaagse kunstenaar/vormgever werkt, namelijk op het snijvlak van kunst, design en technologie.

Het vertrekpunt is doorgaans dat van een autonome kunstenaar, terwijl de praktijk in toenemende mate specialisering, arbeidsdeling en teamwork laat zien. Het product moet echter uiteindelijk wel op naam van de kunstenaar of ontwerper verkocht worden en dan kan die productiegeschiedenis maar beter niet te veel nadruk krijgen.

Zo werkt het nog steeds en daar gaat kunstenaar Daan Roosegaarde in mee. Aan deze spagaat gaat Louise Schouwenberg voorbij.

Vorm is inhoud
Maar waar ik de meeste moeite mee heb in haar benadering is de suggestie dat zijn aandeel in de al dan niet technisch vernieuwende projecten gereduceerd kan worden tot ‘een mooi jasje’. Afgezien van de vraag of dit het werk van Roosegaarde niet te kort doet, impliceert dit een kijk op kunst en vormgeving die schadelijk is voor deze sector.

De betekenis van artistieke productie zit hem nu net in het zoeken naar vormen, zowel objecten als presentatiemethoden, die inspireren, communiceren en betekenisvol in zichzelf zijn: vorm is inhoud. Had ze gezegd: ‘een supermooi jasje’, het zou niet uitgemaakt hebben. 

Als Daan Roosegaarde een ding heeft laten zien dan is het wel dat hij de tijdgeest goed begrijpt. Je moet de boer op, allereerst richting de media en de politiek. Dat is nog steeds (of opnieuw?) het spel van oude politiek, en part of the deal.

    • Marga van Mechelen