De explosieve erfenis van de NAVO

Tientallen Afghaanse burgers, onder wie veel kinderen, sterven jaarlijks doordat ze stuiten op niet-ontplofte munitie en granaten. Deels zijn die afkomstig van de NAVO. Erg spant de westerse defensieorganisatie zich niet in om dit leed te verminderen.

Een Afghaanse militair oefent in december 2014 op de legerbasis Shaheen, ten westen van Mazar-i-Sharif in het opsporen van ‘uxo’, oftewel niet-ontplofte munitie. Foto John MacDougall/AFP

In het dorpje Wolyati, op een uur rijden van de Afghaanse hoofdstad Kabul, rennen kinderen vrolijk joelend achter elkaar aan. Drie van hen zijn dochters van Akbar Khan. „Ik wil niet dat ze buiten het dorp komen”, zegt hij. „Hierom”. Hij klopt op zijn been van plastic. Enkele maanden geleden liep hij bij het hoeden van zijn schapen op een oude Russische mijn.

Akbar Khan (35) is een van de naar schatting honderdduizend Afghanen die een arm of been hebben verloren door een landmijn. Sinds 1989, toen de Sovjet-Unie haar troepen uit Afghanistan terugtrok, zijn ruim een miljoen mijnen geruimd. Het is onbekend hoeveel er nog liggen.

Maar tegenwoordig vallen er veel meer slachtoffers door niet-geëxplodeerde munitie (vliegtuigbommen, raketten en granaten) dan door landmijnen, die inmiddels verboden zijn en in Afghanistan volgens de ontmijningsexperts van de Verenigde Naties niet meer worden gelegd. In militair jargon heet niet-ontplofte munitie uxo, van ‘unexploded ordnance’. Het gaat niet alleen om oude granaten van de Russen en de mujahedeen uit de jaren tachtig, maar ook om uxo’s van de NAVO en het door haar gesteunde Afghaanse regeringsleger. Oude landmijnen doden of verwonden gemiddeld twee Afghanen per maand. Uxo velt maandelijks gemiddeld 37 Afghaanse burgers.

Assadullah Ahmadzai (35) is naar Wolyati gereisd om met ons te kunnen spreken. Zijn eigen dorp ligt in de provincie Logar, op een paar kilometer van Wolyati en is in handen van de Talibaan. Schuin over zijn wenkbrauwen lopen diepe littekens. „Ik was hout aan het sprokkelen dichtbij een verlaten NAVO-basis en toen was er een explosie.” Hij werd het slachtoffer van een NAVO-blindganger, waarschijnlijk een 40mm-granaat. Ook de Nederlandse krijgsmacht, die vooral in de provincie Uruzgan actief was, gebruikte deze granaten.

Een kaart vol rode puntjes

In Kabul staat Mohammad Sediq Rashid, directeur van het Mine Action Coordination Centre of Afghanistan (MACCA) voor een kaart van Afghanistan. MACCA wordt gerund door de VN en overziet de ontmijningsoperatie die al sinds 1989 gaande is. De kaart staat vol rode puntjes: plekken waar mijnen, bermbommen of uxo’s worden vermoed.

Sinds de terugtrekking van het overgrote deel van de internationale troepenmacht, eind 2014, nam het aantal slachtoffers van uxo’s toe van één tot bijna vier per dag. Door intensivering van de oorlog, maar ook door achtergebleven NAVO-munitie, aldus Rashid.

„Toen we hoorden dat de NAVO zou vertrekken, hebben we gewaarschuwd dat ze hun uxo’s moesten opruimen. Geen probleem, zei de NAVO. Maar inmiddels heeft MACCA uit 19 provincies 138 meldingen van slachtoffers door munitie op oude schietterreinen van de Amerikanen en de door de NAVO geleide voormalige International Security Assistance Force (ISAF). 42 van de 138 slachtoffers stierven. De database van MACCA meldt pijnlijk precies dat 73,1 procent van de slachtoffers kinderen waren.

Ondanks herhaalde beloftes levert de NAVO spaarzaam informatie aan, aldus Rashid. Na lang aandringen door MACCA heeft de NAVO inmiddels een ontmijningsbedrijf ingeschakeld. „Maar we weten niet hoe het ervoor staat.” Een groot probleem vormt volgens Rashid de gebrekkige informatie over de plekken waar de NAVO heeft gevochten, en waar dus blindgangers kunnen liggen. In 2014 vielen door uxo’s van de strijdende partijen buiten de NAVO-schietbanen ruim 200 slachtoffers.

„Ik heb herhaaldelijk van NAVO-officieren te horen gekregen hoe betrouwbaar hun munitie is. Maar onze ontmijningsteams vonden onontplofte NAVO-vliegtuigbommen tot acht meter diep in de grond. Onze ervaring is dat zo’n 14 tot 15 procent van die dure, geavanceerde vliegtuigbommen niet ontploft. Hoe is dat dan met simpelere explosieven?”

De NAVO reageerde niet op vragen van NRC over het gebrek aan informatieverstrekking. Zelfs áls de NAVO MACCA van accurate informatie zou voorzien, dreigt het gevaar dat Rashid en zijn mensen niet meer toekomen aan het opruimen van de NAVO-munitie. De MACCA-directeur vreest dat de al 26 jaar durende ontmijningsoperatie in Afghanistan „op het punt staat in te storten”.

Nu wordt die nog gerund door de VN, maar volgens Rashid bestaat het plan de ontmijning binnenkort onder te brengen bij de Afghaanse regering. De operatie wordt gefinancierd door internationale donoren, waaronder Nederland, dat vorig jaar de ontmijningsoperatie in Afghanistan steunde met zo’n 5 miljoen euro. Rashid vreest dat corruptie de donoren zal afschrikken. Ook zouden de salarissen dalen. „Dan verliezen we onze beste mensen. Ik zie geen toekomst voor de operatie onder de Afghaanse overheid”, aldus Rashid.

    • Joeri Boom