Windenergie neemt toe, maar kabinet nog ver af van doelstelling Energieakkoord

Windmolens hebben afgelopen jaar 20 procent meer elektriciteit opgewekt dan in 2014. In 2015 werd daarmee ruim de helft van de hernieuwbare elektriciteit opgewekt door windmolens. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In Nederland werd in 2015 13 miljard kilowattuur elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare bronnen, 11 procent van het totale elektriciteitsverbruik. Windmolens nemen daarvan 7 miljard kilowattuur voor hun rekening.

Ook de hoeveelheid elektriciteit die door waterkracht en zonnepanelen werd opgewekt steeg. De productie uit biomassa bleef nagenoeg gelijk. Van de windmolencapaciteit in de Europese Unie staat 2 procent in Nederland. Per Nederlander is dat 0,2 kilowatt, waarmee Nederland een elfde plaats inneemt. Denemarken is met 0,9 kilowatt per inwoner koploper.

Wind op zee speelt een hoofdrol in het Energieakkoord uit 2013. Daarin spraken werkgevers, werknemers, milieuorganisaties en de overheid af om in 2020 14 procent duurzame energie te produceren en in 2023 16 procent. Dat aandeel ligt nu nog op 5,6 procent.

In 2023 moet ongeveer 10 procent van de elektriciteit worden opgewekt door windturbines op zee.

Vorig jaar berekende de Rekenkamer dat het kabinet 12,8 miljard euro extra zal moeten uittrekken voor windparken op zee om in 2020 de 14 procent te halen. (NRC)