Ze deed wat ze nodig vond voor migrantenvrouwen

‘Zonder de taal te spreken, kun je je niet ergens thuis voelen”, zei Tiny Wiertz in een interview over haar vrijwilligerswerk in het taalonderwijs. „We helpen buitenlandse vrouwen met het inburgeren, en daar hoort bij dat ze onafhankelijker en zelfbewuster worden. De taal spreken is de belangrijkste stap richting zelfredzaamheid.”

Maria Hubertina Petronella Gerarda Wiertz overleed 10 februari op 68-jarige leeftijd in De Bilt, na een kort ziekbed. Ze was jarenlang coördinator van de VrouwenTaalgroep Zeist, een groep vrijwilligsters die taalles geeft aan zo’n zestig vrouwen per jaar. Tachtig procent is van Marokkaanse afkomst, de overige vrouwen zijn Turks, Afghaans, Somalisch of van een andere nationaliteit.

Al in haar tienerjaren was Wiertz begaan met deze groep. Ze was aan het denken gezet door het liedje ‘Zwei Kleine Italiener’ van haar idool Conny Froboess, die haar medeleven bezingt met twee Italiaanse gastarbeiders, eenzaam en ver van huis. „Dat liedje was bepalend in haar leven”, zegt zoon Peter Hummels. In haar werk als advocaat kwam ze voor het eerst met immigranten in aanraking. Gastarbeiders die ze bijstond bleken vaak papieren te hebben ondertekend, zoals hun eigen ontslagbrief, zonder te weten wat erin stond.

Na de geboorte van haar twee kinderen verruilde Wiertz de advocatuur voor een deeltijdbaan in het volwassenenonderwijs, aan de Sociale Academie. Daar zette ze zich in voor de speciale allochtonenklas. Ze wilde ook iets doen voor de allochtone vrouwen, die het huis nauwelijks uitkwamen en vaak analfabeet waren. Daarom meldde ze zich aan als vrijwilliger bij de VrouwenTaalgroep Zeist. Al na een half jaar nam ze de coördinatie op zich en werd zo de spil.

In 2002 keerde ze terug naar de advocatuur. Met haar echtgenoot begon ze een praktijk aan huis, waarbij zij zich specialiseerde in vreemdelingenrecht. Wiertz was daarnaast actief in de vredesbeweging, als bestuurder van de stichting Tribunaal voor de Vrede, die juridisch strijdt tegen het gebruik van massavernietigingswapens.

Maar het grootste deel van haar tijd stak ze in de VrouwenTaalgroep. „Tiny wilde het zelfbeeld van allochtone vrouwen opkrikken”, vertelt medebestuurslid Ria Huisman-Joore. „Als het haar lukte om zo’n huismus de voordeur uit te krijgen, op de fiets en naar school, dan kon ze daar enorm van genieten.”