Wir schaffen – was?

In de vluchtelingencrisis blijft Angela Merkel stoïcijns het menselijk gezicht van Duitsland. Maar de bevolking en haar partij volgen haar niet. Als ze geen afstand kan of wil doen van haar principes, moet ze afstand doen van de macht, schrijft Wouter Meijer.

Het is komende week bijna een half jaar geleden dat Merkel de zin uitsprak die sindsdien als een slogan boven het Duitse vluchtelingenbeleid staat: Wir schaffen das. En over twee weken zijn er verkiezingen in drie Duitse deelstaten. Daar zal Merkels partij worden afgerekend op wat er tot nu toe „geschafft” is. Tijd dus voor een tussenbalans, maar het probleem is dat niet duidelijk is waaraan we Merkel en haar regering nu precies kunnen meten. Wat is dat ‘das’ dat Duitsland wel zal lukken?

De slogan is op zich een variatie op bekende kreten. Zo vraagt kinderfilmheld Bob de Bouwer in het Duits „Können wir das schaffen?” en krijgt hij steevast als antwoord: „Jo, wir schaffen das!” Dat is geen geruststelling, het is een aansporing. Dat geldt ook voor het „Yes we can” van Barack Obama, waarvan veel mensen ten onrechte dachten dat het een belofte was. Ook dat was een opdracht, daarna begon het werk pas.

Merkel heeft steeds als ze de zin gebruikte eraan toegevoegd dat Duitsland een sterk land is, dat tot veel in staat is. Maar er schuilt bij haar niet alleen een aansporing in, het is ook een morele opdracht, een missie.

Dit is geen dagelijkse politiek, en geen economische. De discussie over Griekenland en de euro ging over geld, dit gaat over menselijkheid en het goedmaken van historische schuld. Over een vriendelijk gezicht, juist na het harde gezicht tijdens de eurocrisis.

Toen er kritiek kwam op wat velen zagen als een algemene uitnodiging aan alle vluchtelingen om naar Duitsland te komen, deed ze er nog een schepje bovenop: „Ik moet heel eerlijk zeggen: als het nu zover komt dat we ons moeten gaan verontschuldigen omdat we in noodsituaties een vriendelijk gezicht laten zien, dan is dit niet mijn land.”

Ik denk dat dit een van de weinige kwesties is die ze zich persoonlijk aantrekt. Vanuit haar ouderlijk huis, met een als links bekend staande dominee als vader, heeft ze een grote aversie tegen rechtse onderbuikgevoelens meegekregen. En ze begrijpt de vluchtelingen misschien beter omdat ze zelf uit de DDR komt, waaruit velen destijds zijn gevlucht.

Hoe meer kritiek er kwam, des te duidelijker werd Merkel in haar besluit om door te gaan met het „menselijke gezicht”. Begin oktober zat ze een uur lang als enige gast in de populaire talkshow van de Duitse presentatrice Anne Will. Ze kon de grenzen niet sluiten, zei ze, en ze gebruikte stoere taal: „Das ist meine verdammte Pflicht!” Ik zat op het puntje van mijn stoel, en dat gebeurt niet gauw als je naar Merkel luistert. Getuige het à la minute commentaar op Twitter zagen velen wat ik ook meende te zien: dit is de echte Merkel.

Het is opmerkelijk hoe Merkel met de kritiek op haar vluchtelingenbeleid omgaat. Namelijk niet. Ze is stoïcijns. De afgelopen maanden kreeg ze de schuld van het binnensluizen van terroristen, de aanrandingen in Keulen, het uiteenvallen van Europa. Bij zoveel verwijten zou een woede-uitbarsting heel begrijpelijk zijn, maar ze vertoont een ongrijpbare gelatenheid. Haar rust was altijd haar kracht, maar je kunt je langzamerhand afvragen of het niet ook een riskant defect aan Merkel kan zijn.

Misschien is dit vraagstuk wel het eerste probleem dat ze niet kan oplossen. Ze moest hard vechten om partijleider en daarna bondskanselier te worden, maar toen ze dat eenmaal was ging het steeds makkelijker. Merkels populariteit groeide, de laatste jaren leek ze onaantastbaar. Ze had een enorm krediet aan vertrouwen opgebouwd, aan het einde van de afgelopen zomer heeft ze dat krediet verzilverd: voor een opdracht aan zichzelf en haar land. En dat is mislukt: voor het eerst heeft ze haar partij uitgedaagd en de bevolking een missie gegeven. Maar die volgen haar niet.

Merkels partijgenoten worden zenuwachtig, vooral in de drie deelstaten waar over twee weken verkiezingen worden gehouden: Saksen-Anhalt, Rijnland-Palts en Baden-Württemberg. Op 13 maart zou de CDU de macht weer kunnen terugveroveren in Rijnland-Palts, waar ooit Helmut Kohl premier was maar nu de SPD regeert, en in Baden-Württemberg, waar sinds 2011 nota bene een groene minister-president zit, de eerste in Duitsland. In Saksen-Anhalt is haar partij nog de grootste.

In de peilingen verliest de CDU stemmen, vooral aan de Alternative für Deutschland, de partij die werd opgericht uit protest tegen de euro en die nu de grenzen wil sluiten. De regionale CDU-lijsttrekkers willen een strenger asielbeleid. Hun plannen lijken op wat Oostenrijk al heeft ingevoerd: maximum aantallen en een strenge selectie aan de grens. Het probleem van zo’n bovengrens is dat die op een bepaald moment bereikt is, en wat dan? Oostenrijk kondigt aan dat de grens dan echt dichtgaat voor alle migranten. In Duitsland zou dat een keiharde schending van de grondwet zijn, waarin het recht op asiel voor vervolgden is verankerd. Vorige week zei de Oostenrijkse bondskanselier Werner Faymann: „Juridische meningen worden door juristen beantwoord. Politiek zeg ik: we blijven hierbij.” Zo’n houding is in Duitsland bijna ondenkbaar, maar het is in feite wel wat veel partijgenoten nu van Merkel eisen. Wie de kiezers over twee weken in de ogen moet kijken, kiest eieren voor zijn geld.

De verkiezingen in de drie deelstaten worden een lakmoesproef die hoe dan ook negatief uitvalt voor Merkel. Winnen de regionale CDU-leiders met hun belofte van een strenger beleid de verkiezingen, dan wordt het nog moeilijker voor Merkel om vol te houden dat ze geen bovengrens wil. Dan rijst de ster van de CDU-leider in Rijnland-Palts, Julia Klöckner. Zij is een van de meest voor de hand liggende opvolgers van Merkel, en ze was slim genoeg om haar alternatief niet ‘Plan B’ te noemen maar ‘Plan A2’. Geen koninginnenmoordenaar, wel een ambitieuze kroonprinses. Verliest de CDU de verkiezingen op 13 maart, dan is dat nog slechter voor Merkel: dan krijgt zij rechtstreeks de schuld van die nederlaag. En blijven de christen-democraten in beide deelstaten in de oppositie, dan zal ook uit andere delen van Duitsland de weerzin tegen Merkel groeien.

Sie schafft es nicht. De opdracht die Merkel zichzelf en haar land heeft gegeven, is te hoog gegrepen. De stroom vluchtelingen is onbeheersbaar, andere Europese landen helpen niet mee, en dan ook nog Keulen – niet eens die nieuwjaarsnacht zelf, maar de dreiging dat zoiets weer kan gebeuren: het is onbeheersbaar, dat is voor veel Duitsers het moeilijkst te accepteren. Merkel kan dit gevecht niet winnen zonder haar principes overboord te zetten. Als ze nu alsnog terugroeit, verloochent ze zichzelf. Ze kan toegeven aan de druk uit haar achterban, een maximum instellen. Maar dan is het ‘menselijke gezicht’ van Duitsland verdwenen. Dan kan ze nog een tijd kanselier blijven, maar de vervreemding zal blijven: Duitsland heeft in haar ziel gekeken en weet nu dat Merkel diep teleurgesteld is in haar landgenoten.

Kan of wil ze geen afstand doen van haar principes, dan moet ze afstand doen van de macht. Dan gaat ze met opgeheven hoofd de geschiedenis in. Dan kan ze zeggen: ik heb het geprobeerd, maar de mensen wilden niet. Het zou een logisch einde zijn van een politieke carrière die juist zo succesvol was omdat Merkel zich altijd weinig aantrok van principes, makkelijk van standpunt wisselde als het zo uitkwam. Als ze dat nu niet kan of wil, betekent dat haar politieke einde.

    • Wouter Meijer