Waarom, wat en hoe

‘Wil jij het doen? Ik heb dit verhaal te vaak verteld.” Een paar weken geleden mocht ik Simon Sinek, auteur van Begin met het Waarom, als gast verwelkomen bij een seminar. Via een videoverbinding vanuit St. Louis beantwoordde hij vragen.

Eigenlijk had hij geen zin om zijn ‘why’-verhaal nog eens uit te leggen. Maar het Nederlandse publiek had daar geen boodschap aan. Vrijwel alle vragen gingen over de zoektocht naar het ‘waarom’ achter werk.

Voor wie zich inmiddels afvraagt waar het waarom-verhaal van Sinek ook alweer over gaat, de ultrakorte samenvatting. De meeste bedrijven weten volgens Sinek prima ‘wat’ ze doen („We maken computers”). Ze weten ook heel goed ‘hoe’ ze dat anders, beter doen dan anderen („Die van ons zijn eenvoudiger in gebruik”). Maar slechts weinig bedrijven kunnen uitleggen waarom ze doen wat ze doen („Wij willen mensen helpen om hun creativiteit te ontwikkelen”).

Dit ‘waarom’ draait volgens Sinek niet om geld. Geld is hooguit een resultaat van dat waarom. Nee, het gaat om de vraag: waarom sta je ’s morgens op en waarom is dat relevant voor andere mensen? Succesvolle ondernemingen beginnen met de waarom-vraag en werken van daaruit naar de hoe- en de wat-vraag.

Een eenvoudig idee. Maar je hebt iemand als Sinek – een ervaren reclameman – nodig om het aansprekend te verwoorden. Ik ken weinig managementideeën die de afgelopen jaren meer weerklank vonden dan zijn ‘why’-verhaal. Sineks TED-talk (uit 2009) werd meer dan 25 miljoen keer bekeken.

Heel veel ondernemingen zijn bezig met deze waarom-vraag. Dat lijkt me prima, met twee kanttekeningen. Allereerst lijken de meeste ‘waaroms’ nogal op elkaar. Veel bedrijven zijn duurzaam, innovatief, ondernemend, creatief én willen het leven van hun klanten verbeteren. Speurtochten naar hogere waarden waar iedereen zich in kan vinden eindigen meestal bij gevaarloze idealen als wereldvrede.

En net als bij wereldvrede worden dan toch de vragen ‘hoe’ en ‘wat’ weer interessant. De uitwerking maakt uiteindelijk het verschil. Sinek heeft gelijk: het begint met het waarom. Maar daar eindigt het niet mee. Je moet het ook vertalen naar dagelijks handelen.

Bij de borrel na het seminar sprak ik Peter Petter, ingenieur bij Arcadis. Als hij een project leidt, formuleert hij vooraf een ‘constitutie’: een setje van praktische spelregels voor de tijdelijke samenwerking. Petter stelt iedere betrokkene de vraag: „Wat vind jij belangrijk in relatie tot dit project?”

Alle antwoorden vat hij daarna samen op een half A4’tje. Dat gaat – geplastificeerd – naar iedere medewerker én de opdrachtgever. En het komt bij elke vergadering op tafel.

Een paar voorbeelden uit een recente constitutie: „We zoeken elkaar op om informatie te delen in plaats van te mailen.” En: „We helpen elkaar als de een het wat drukker heeft dan de ander.”

Ik hou van Sinek. En van Petter. Beginnen met een groot Amerikaans waarom. Goed voor de motivatie. En daarna lekker praktisch aan de slag met een Hollands hoe en wat. Bij voorkeur op een geplastificeerd kaartje. Als ik dan toch Sineks verhaal mag vertellen, dan doe ik dat van Petter er graag bij.

    • Ben Tiggelaar