Waarheid is een bewegend doel in de factcheck-rubriek

Waar hangt de waarheid uit, als die, zoals in Nederland, nooit meer in het midden ligt? Bij uitstek een vraag voor de veelgelezen rubriek factcheck – ooit ingesteld door Rob Wijnberg, inmiddels een klein instituut in de krant. Ook daarin is de waarheid sinds kort wel opgeschoven, een beetje. Aanleiding: de beoordeling van een uitspraak

Waar hangt de waarheid uit, als die, zoals in Nederland, nooit meer in het midden ligt? Bij uitstek een vraag voor de veelgelezen rubriek factcheck – ooit ingesteld door Rob Wijnberg, inmiddels een klein instituut in de krant.

Ook daarin is de waarheid sinds kort wel opgeschoven, een beetje.

Aanleiding: de beoordeling van een uitspraak van financieel geograaf Ewald Engelen. Hij hekelde de „lulkoek” van premier Rutte over het exportbelang van het associatieverdrag met Oekraïne. Want „met een bruto binnenlands product van honderd miljard euro is de Oekraïense economie precies even groot als die van Noord-Holland.”

Dus waar hebben we het over.

De krant beoordeelde die uitspraak als „onwaar”. Want, schreef Wilmer Heck, de economie van Oekraïne in 2014 was 120 miljard euro groot, die van Noord-Holland 133 miljard. Dus niet „precies even groot” (27 januari).

Ja, hallo!

Een lezer die NRC toch al „anti-Russisch” vindt, schreef: „Engelen heeft gelijk, maar dat komt NRC slecht uit en daarom is zijn stelling onwaar?”

Een ander, met kennis van statistische zaken, gaf dit voorbeeld: „Hebben Nederland (16.802.463 inwoners) en Malawi (16.829.144) een even grote bevolking? Redelijke mensen zouden zeggen van wel, wijsneuzen van niet. Maar natuurlijk is ‘ja’ een veel zinvoller antwoord op de vraag dan ‘nee’.”

Auteur Heck legde het zo uit: Engelen had „meer dan gelijk”, maar omdat de regel van de rubriek nu eenmaal was dat de precieze bewering gecheckt werd, luidde de conclusie: onwaar.

Ja, maar is dat beleid dan redelijk? De geograaf lichtte desgevraagd toe dat die honderd miljard „een grof jaargemiddelde” waren. Hangt zijn pointe dan af van het woordje „precies”?

Nee, vond toen meteen al de hoofdredacteur (toch mediëvist, geen statisticus). ‘Grotendeels waar’ had meer voor de hand gelegen, vindt hij. Hij vreesde anders ook een te hoge zuurgraad in de rubriek met zulke strenge criteria.

Die zijn daarmee dus aangepast voor vergelijkbare gevallen. Maar eh, wat zijn precies vergelijkbare gevallen?

Prompt werd een uitspraak van het CBS dat ruim een miljoen Nederlanders in 2014 een depressie had gehad, als „grotendeels waar” beoordeeld (28 januari). De Volkskrant deed de bewering diezelfde dag af als „onzin”.

Het CBS baseerde zich op zijn jaarlijkse gezondheidsenquête. Daar kwam uit dat ruim een miljoen Nederlanders zei de afgelopen 12 maanden wel eens een depressie te hebben gehad. Het werd tegengesproken door het Trimbos-instituut, dat veel lager uitkwam (5 in plaats van 8 procent van de bevolking).

Engelen had ‘meer dan gelijk’ en toch was het ‘onwaar’

Wim Köhler legde het in de conclusie helder uit: „Het CBS meet alleen hoe mensen zich voelen. Het Trimbos kijkt wat meer door de bril van de psychiater.” Kortom, hier speelt het verschil tussen depressief en depri.

Het werd „grotendeels waar”, aldus Köhler, „want natuurlijk is het zinnig om te weten of mensen in Nederland zich depressief voelen.”

Tja, dat kun je verdedigen. Al is de ironie nogal vet: Engelens uitspraak was strikt genomen ,,onwaar’’, maar hij heeft nog méér gelijk dan hij zelf wist; een instituut dat minder gelijk heeft dan het beweert, komt weg met „grotendeels waar”. Het beweerde immers niet dat zoveel Nederlanders zeiden zich depressief te hebben gevoeld, maar dat ze een depressie hadden gehad – toch een verschil, ook in de wereld van het ‘ik-ben-even-wat-depri’.

Kortom, scheutje meer zuur erbij had van mij dit keer wel gemogen.

Aanbeveling: hou de criteria voortaan in één hand, bij een redacteur (en niet de auteur) die de conclusies bepaalt – en de consistentie ervan bewaakt.

Nog iets: journalist Marcel Hulspas, van wie een uitspraak werd beoordeeld als „ongefundeerd” klaagt dat auteur Floor Boon vermeldde dat hij voor die bewering geen bronnen kon geven, behalve een met bier besprenkeld gesprek met een hoogleraar (‘Relatief meer domme mannen dan vrouwen, maar ook meer slimme’, 24 februari).

Niet netjes, vindt hij, want in zijn antwoord op vragen van Boon had hij tot slot geschreven dat hij niet wilde dat zijn reactie werd „gepubliceerd of geciteerd”. Het was, zegt hij mij, „een beetje gebabbel”, van „collega’s onder elkaar.”

Misverstand. Lezers die ongevraagd iets insturen en erbij zetten ‘niet voor publicatie’ kunnen natuurlijk rekenen op discretie. Maar Boon had de journalist on the record gevraagd waar hij zich op baseerde en kenbaar gemaakt wat de bedoeling was: erover schrijven. Je kunt dan niet eerst antwoorden en dan in de laatste regel zeggen dat je niet hebt geantwoord - dat is „niet gezegd!” roepen aan het slot van een interview.

Off the record, of vertrouwelijkheid, is een afspraak en kan niet achteraf eenzijdig worden opgelegd. Waarom zou die regel opeens niet gelden voor een journalist aan wie iets gevraagd wordt?

Overigens, Boon publiceerde Hulspas’ e-mail niet en ze citeerde hem evenmin: ze vatte in eigen woorden, in twee zinnen, samen wat hij haar over zijn bronnen had laten weten.

In elk geval lijkt me duidelijk wie hier slimmer was, de man of de vrouw.

Maar het oordeel? Uit het stuk blijkt dat Hulspas weliswaar geen harde bronnen kon geven, maar dat zijn bewering niet uit de lucht gegrepen was; het was een „totale simplificatie”, zegt een deskundige die Boon raadpleegde. Tikje te wild, dus, maar niet ongefundeerd.

En ja, misschien is dit onderwerp ook wel gewoon te complex voor een eenduidige fact check in kort bestek.

Over eigen woorden gesproken: veel lezers wezen me op een fout over de kop Turkije pikt kritiek niet. Geen pars pro toto, zoals ik vorige week schreef, maar een totum pro parte. Het geheel staat voor een deel (de Turkse regering).

Dank, lezers. Ik zou bijna zeggen, als ik niet zo onzeker was geworden over mijn Latijn, mea culpa.