Seksueel actieve gistcellen doen het beter dan cellen die ontstaan uit deling

Gistcellen hebben baat bij seks. Dat hebben evolutiebiologen uit de groep van Michael Desai (Harvard University) bewezen in een experiment waarin bakkersgist duizend generaties lang mocht evolueren in het lab (Nature, 25 februari). De studie bevestigt de leidende evolutionair-biologische theorie over het nut van seks. Biologen gaan ervan uit dat seks nuttig is – vrijwel alle planten, dieren en schimmels zijn ertoe in staat.

Gist, een eencellige schimmel, kan zich delen of zich seksueel voortplanten. Desai liet 12 cultures zich alleen delen; 6 andere plantten zich na elke 90 generaties 1 keer seksueel voort.

De seksueel actieve gisten raakten sneller aangepast aan hun labomgeving dan de aseksuele – dat was al uit ander onderzoek bekend. Nieuw is dat Desai observeerde hoe dat gebeurde, door de mutaties die in de gist optraden te identificeren.

In elke gistculture traden circa 44 mutaties op: goede, neutrale en nadelige. In de seksuele gisten kregen de voordelige populaties sneller de overhand. Dat kwam doordat bij seksuele voortplanting chromosomen worden geschud als een stok kaarten (‘recombinatie’). Daardoor worden positieve mutaties fysiek gescheiden van negatieve, en kunnen ze ongehinderd hun zegetocht door de populatie maken.

    • Hester van Santen