Van aglianico tot zibibbo

Iedere Italiaanse wijnstreek kent z’n eigen druif; Harold Hamersma proeft de zomer in Sardinië.

Eens mocht ik op een bijeenkomst waar ook (ex-)politici van naam aanwezig waren een spreekbeurt houden, waarna het gezelschap zich kon laven aan de wijnen. Het leek mij wel aardig om van een paar aanwezigen een door mij geschreven druivenprofiel voor te lezen. Zo meende ik dat de voormalige GroenLinks frontvrouw Femke Halsema een Nieuw-Zeelandse sauvignon blanc moest zijn: fel, soms bijna agressief en dynamisch. Bovendien zitten deze wijnen in een fles met schroefdop, want die draaien alleen naar links open. Voor Alexander Pechtold had ik de cinsault in gedachten. Omdat deze druif nooit in zijn eentje tot grote daden komt. En al schitterde Geert Wilders door afwezigheid die buitenkans liet ik mij niet ontgaan: voor mij was hij ‘wijn uit Italië’, omdat Italiaanse wijnmakers fanatieke voorstanders zijn van het credo ‘Eigen druiven eerst’.

Italië is het wijnland met de meeste autochtone druiven ter wereld: 377 verschillende soorten die onlosmakelijk gekoppeld zijn aan hun eigen postcode. Van het koele Alto Adige aan de Oostenrijkse grens tot aan het snikhete eilandje Pantellaria, dichtbij Afrika, iedere Italiaanse wijnstreek kent zijn ‘eigen’ druif, met een uniek karakter.

Waarschijnlijk ligt het aantal nog een stuk hoger. Het totaal wordt geschat op tweeduizend, ofschoon niet alle variëteiten worden gebruikt voor wijn „op commercieel verantwoorde basis” – er zijn veel soorten waar een plaatselijke boer voor eigen gebruik wijn van maakt. Ik las het in het onlangs aangeschafte Native Wine Grapes of Italy (University of California Press; 2014). Schrijver Ian d’Agata is dertien jaar doende geweest om het Italiaanse druivenareaal in kaart te brengen. Van aglianico tot zibibbo.

Smakelijk leesvoer voor wie een beetje merlot-moe aan het worden is. Of eens ‘nee’ wil zeggen tegen chardonnay. Laat ik er eentje uitpikken om lekker te drinken tijdens het lezen: de Cantina Santadi 2014, afkomstig van Sardinië. Een breed uitwaaierende bianco van de nuragus, een Sardijn-eigen druif. Met een fijne zomerbloemetjesgeur en vieve zomervruchtjes in de mond. Nergens nadrukkelijk, maar zonder al te veel moeite te hoeven doen herkennen de smaakpapillen er perzik, abrikoos, gele appel, peer en de onvermijdelijke en onmisbare citrus in. Apart. Eigen. Anders.