Waarom kiezen we steeds de verkeerde partner?

Na het verstandshuwelijk kwam het romantisch huwelijk. Nu is het tijd voor het psychologisch huwelijk, betoogt Alain de Botton. „Vraag aan een date: ‘wat is jouw gekte?’”

Copyright Julie Cockburn, courtesy Galerie Ramakers, Den Haag.

Met wie we ook trouwen, hij of zij is nooit helemaal ideaal voor ons. Het is wijs om hier gepast pessimistisch over te zijn. Een perfect huwelijk bestaat niet. Toch komen we af en toe stellen tegen die die zo slecht bij elkaar passen, dat we moeten concluderen dat er iets anders in het spel is dan de gebruikelijke spanningen en teleurstellingen in elke langdurige relatie: sommige mensen horen gewoon niet samen te zijn.

Met de verkeerde trouwen is zowat de makkelijkste en ook duurste vergissing die we kunnen maken. Het is daarom uiterst vreemd, bijna misdadig zelfs, dat ‘verstandig trouwen’ niet op de nationale en persoonlijke agenda staat, zoals bijvoorbeeld aandacht voor de gevaren van roken en verkeersveiligheid.

Dat is des te treuriger omdat de redenen voor een verkeerde partnerkeuze eenvoudig glashelder zijn. Ze zijn onder te verdelen in acht categorieën.

1 Wij begrijpen onszelf niet

Op zoek naar een partner kleuren we onze eisen in met een fraaie, sentimentele vaagheid. Zo zeggen we iemand te zoeken die ‘aardig’ of ‘prettig gezelschap’ is, of ‘aantrekkelijk’ en ‘avontuurlijk’.

Dit zijn niet per se verkeerde wensen, ze zijn alleen bij lange na niet precies genoeg om ons een kans op geluk te bieden. Of, beter gezegd, om ons niet voortdurend ellendig te laten voelen.

Op onze eigen manier zijn wij allemaal gek. We zijn neurotisch, onevenwichtig en onvolwassen, maar de details van onze gekte kennen we niet, want niemand heeft ons ooit echt aangemoedigd om deze te achterhalen. Een dringende, primaire taak van iedereen die liefheeft, is dan ook om inzicht te krijgen in zijn of haar specifieke ‘gekte’. Waar komt deze vandaan, waartoe zet deze ons aan? En vooral: welke mensen wakkeren onze gektes aan, of dempen ze juist? Een goede relatie is er niet zozeer een verbintenis tussen twee gezonde mensen, maar een tussen twee gestoorde mensen die de vaardigheid, of het geluk, hebben gehad zich aan te passen aan elkaars relatieve krankzinnigheid.

Als iemand van zichzelf het idee heeft dat hij een makkelijke partner is, moet dat bij zijn of haar potentiële geliefde meteen de alarmbellen doen rinkelen. De vraag is immers niet of iemand problemen heeft, nee, de vraag is hoogstens waar ze liggen. Misschien hebben we een latente neiging om bij een meningsverschil razend te worden; kunnen we alleen tot rust komen als we werken; hebben we moeite met intimiteit na seks; kunnen we niet goed uitleggen wat er is als we ongerust zijn.

Dit soort kwesties leidt – soms na tientallen jaren – tot rampen en dus moeten we daar ruim van tevoren weet van hebben, zodat we partners kunnen uitzoeken die daar optimaal tegen bestand zijn. Bij een date zou de standaardvraag moeten zijn: ‘En waar zit jouw gekte?’

Alleen, het kan dus jaren duren voor we onze neuroses kennen. Vóór het huwelijk doen we die kennis al helemaal niet op; dan houdt zelden iemand ons een spiegel voor. Als binnen een wat vrijblijvende relatie de ‘moeilijke’ kanten van ons karakter blootgelegd dreigen te worden, dan geven we meestal de partner de schuld – en kappen ermee. En onze vrienden geven niet genoeg om ons om tot onze ‘ware ik’ door te dringen – die willen alleen een leuk avondje uit.

Zo worden we blind voor de akelige kanten van ons karakter. Want als we alleen zijn en we worden woedend, dan schreeuwen we niet. Er is toch niemand die luistert. En dus hebben we geen erg in de ware, verontrustende kracht van ons vermogen tot razernij. Of we hebben niet door dat we altijd maar doorwerken, want er is niemand die ons voor het eten roept. Ja, ’s nachts beseffen we allemaal hoe fijn het zou zijn om tegen iemand aan te kruipen. En omdat er toch niemand is, hoeven we niet stil te staan bij onze ‘intimiteitschuwe’ kant, die ons in de armen van iemand anders misschien wel een kil en vreemd gevoel zou geven. Dat is een van de grootste voorrechten van het alleen zijn: dat we denken dat we heel makkelijke mensen zijn om mee te leven. Geen wonder dat wij geen idee hebben naar wie we op zoek moeten.

‘Honeymoon Period 3’. Copyright Julie Cockburn, courtesy Galerie Ramakers, Den Haag.

2 Wij begrijpen anderen niet

En dat niet alleen, die anderen kampen met dezelfde geringe zelfkennis als wij. Ook zij beseffen niet wat er met hen mis is – laat staan dat ze het ons kunnen vertellen.

Natuurlijk doen we een poging hen te leren kennen. Zo gaan we op bezoek bij hun ouders, maken we kennis met hun vrienden, bekijken we hun foto’s. Dan hebben we in ieder geval ons huiswerk gedaan. Maar het is net als een leerling-piloot die denkt dat hij kan vliegen als hij met succes een papieren vliegtuigje door de kamer heeft laten gaan.

In een verstandiger samenleving zouden potentiële partners elkaar gedetailleerde psychologische vragenlijsten voorleggen en zich uitvoerig laten testen door teams van psychologen. In 2100 zal dit niet meer komisch klinken. Dan zal het een raadsel zijn waarom de mensheid er zo lang over gedaan heeft om zo ver te komen.

3 Wij zijn niet gewend om gelukkig te zijn

In volwassen relaties hervinden we een aantal gevoelens die we kenden als kind. Als kind leerden en begrepen we voor het eerst wat liefde betekent. Helaas waren die lessen niet altijd eenduidig. De liefde die we leerden kennen in onze kindertijd, kan verstrengeld zijn met minder prettige dynamiek: voortdurend gecontroleerd worden, zich vernederd voelen, in de steek worden gelaten, nooit gehoord worden. Kortom: met lijden.

Eenmaal volwassen verwerpen we wellicht bepaalde gezonde huwelijkskandidaten, niet omdat ze niet deugen, maar juist omdat ze te zeer in evenwicht zijn (te volwassen, te begrijpend, te betrouwbaar). Dit voelt onbekend en vreemd, bijna benauwend aan. Dus zoeken we kandidaten waartoe ons onderbewuste zich aangetrokken voelt, niet omdat deze mensen ons zullen behagen, maar omdat ze ons op een bekende manier teleur zullen stellen.

4 Het is erg om alleen te zijn

We moeten volstrekt vrede hebben met het vooruitzicht van vele jaren eenzaamheid, om ook maar enige kans op een goede relatie te maken. Anders gaan we een relatie aan omdat we niet alleen willen zijn – niet omdat we van de ander houden.

Helaas maakt de samenleving het alleen zijn na een bepaalde leeftijd gevaarlijk onplezierig. Stellen voelen zich bedreigd door de onafhankelijke single en nodigen die niet meer uit. Wie alleen naar de bioscoop gaat, voelt zich een zonderling. Ook komt men moeilijker aan seks. Wie na zijn dertigste nog geregeld seks verwacht te hebben met nieuwe mensen, raakt onherroepelijk teleurgesteld.

Als gezelschap alleen maar beschikbaar is als je een stel vormt, dan zullen mensen paren worden om zich de eenzaamheid te besparen. Het wordt daarom tijd om ‘gezelschap’ van de ketenen van het parendom te bevrijden – en het even breed en gemakkelijk beschikbaar te maken als de seksuele bevrijders indertijd met seks voor ogen hadden.

5 Instinct staat te hoog aangeschreven

In vroeger tijden was het huwelijk een rationele zaak; het draaide er alleen om jouw stukje land bij dat van de ander te voegen. Het sluiten van een huwelijk was kil, meedogenloos en stond los van het geluk van de hoofdpersonen. Daar hebben wij nog altijd een trauma van.

In plaats van het verstandshuwelijk kwam het huwelijk van het instinct, oftewel het romantische huwelijk. De enige leidraad voor dit huwelijk was wat we voor iemand voelden. ‘Verliefd zijn’ was genoeg. Einde verhaal. Het gevoel zegevierde. Buitenstaanders mochten alleen maar juichen, met een eerbied alsof het om de bezoeking van de Heilige Geest ging. Ouders mochten ontzet zijn, maar dienden ervan uit te gaan dat alleen het paar de wijsheid in pacht had.

Inmiddels zetten we ons al driehonderd jaar collectief af tegen duizenden jaren zeer nutteloze inmenging op grond van vooringenomenheid, snobisme en gebrek aan verbeeldingskracht.

Copyright Julie Cockburn, courtesy Galerie Ramakers, Den Haag.

6 We gaan niet naar een School van de Liefde

Het wordt tijd voor een derde soort huwelijk: het psychologisch huwelijk. Laten we niet om land trouwen of uitsluitend om ‘het gevoel’, maar alleen als ‘het gevoel’ een grondig onderzoek heeft ondergaan en zich heeft laten leiden door een volwassen besef van de eigen psychologie en die van de ander.

Nu trouwen we zonder enige informatie. We lezen nauwelijks boeken die over dit thema gaan, onderwerpen andere getrouwde stellen niet aan een streng verhoor, voeren geen ernstig gesprek met gescheiden stellen. We beginnen aan ons huwelijk zonder enig inzicht in de redenen waarom andere huwelijken stranden – anders dan door veronderstelde stompzinnigheid of gebrek aan verbeeldingskracht bij de hoofdpersonen.

We hebben behoefte aan nieuwe criteria. We moeten ons afvragen: Waar zit zijn/haar gekte? Hoe kunnen we samen kinderen opvoeden? Hoe kunnen we ons samen ontwikkelen? Hoe kunnen we vrienden blijven?

7 We denken dat we bijzonder zijn

We kennen allemaal vreselijke huwelijken. We hebben onze vrienden mislukte pogingen zien doen. We weten heel goed dat huwelijken – in het algemeen – enorme beproevingen ondergaan. En toch passen we dit inzicht niet toe op onszelf. Eerder nemen we aan dat dit alles alleen voor andere gehuwden geldt.

In Nederland mislukt een op de drie huwelijken. Maar die statistiek aanvaarden we omdat we denken, verliefd als we zijn, uitzonderlijk veel geluk te hebben. De verliefde voelt zich uitverkoren uit miljoenen. En met zoveel mazzel lijkt de gok om met iemand te trouwen alleszins redelijk.

Wij plaatsen onszelf stilzwijgend buiten de generalisatie. Dat valt ons niet te verwijten. Maar we kunnen er baat bij hebben als we worden aangespoord om onszelf met dit algemene lot te confronteren.

8 We willen stoppen met nadenken over liefde

Voor ons trouwen hebben we meestal een lang, woelig liefdesleven gehad. We hebben het geprobeerd met mensen die ons niet aardig bleken te vinden, zijn eindeloos naar feestjes gegaan in de hoop iemand tegen te komen, hebben opwinding en bittere teleurstellingen gekend. Geen wonder dat we daar genoeg van krijgen. En mede daarom trouwen we; om te ontkomen aan de alles verterende greep van de liefde op onze psyche. We zijn doodmoe van de sensatie en het melodrama die nergens toe leiden. We staan te trappelen om andere uitdagingen aan te gaan. En we hopen dat het huwelijk een afdoend einde kan maken aan het pijnlijke bewind van de liefde over ons leven.

Dat kan en zal niet gebeuren: er is evenveel twijfel, hoop, angst, afwijzing en verraad in een huwelijk als in het single bestaan. Alleen van de buitenkant lijkt het huwelijk vredig, rustig en aangenaam saai.

Het voorbereiden op een huwelijk is idealiter een opvoedkundige taak die de hele samenleving aangaat. Wij geloven niet meer in het verstandshuwelijk. En we zien inmiddels ook de nadelen van het romantische huwelijk.

Het wordt nu tijd voor het psychologische huwelijk.

    • Alain de Botton