Ruimte voor realistisch rechts

De nieuwe partij Voor Nederland gelooft dat er ruimte is voor nog een rechtse partij. Politicologisch onderzoek laat de kansen en de moeilijkheden zien. „De electorale vijver is vol genoeg.”

Zo’n acht procent van het electoraat zou zich kunnen voorstellen op Voor Nederland te stemmen. Het blijkt uit een peiling van Maurice de Hond uit november vorig jaar en bij Voor Nederland (VNL) zijn ze er blij mee. Ze scoren hoger dan de SGP, die had 7 procent, en hetzelfde als 50Plus.

Zaterdag houdt VNL een partijcongres, in een hotel in Kijkduin. Zonder ex-advocaat Bram Moszkowicz, die ze in januari gedag hebben gezegd als partijleider. Hij verdiepte zich volgens rest van de top onvoldoende in de partij en het programma.

Grappig genoeg kostte dat afscheid hen geen leden, zoals Joram van Klaveren wel verwacht had, maar leverde het per saldo leden op. „Vijfentwintig leden zegden op, maar ruim zestig kwamen erbij. Normaal hebben we zo’n twee of drie aanmeldingen per dag”, zegt Van Klaveren. Hij heeft VNL opgericht, kort nadat hij als Tweede Kamerlid uit de PVV-fractie was gestapt in 2014. Ze hebben nu 1.200 leden, genoeg voor subsidie van de overheid.

Terug naar die stempotentie: overwegen om op VNL te stemmen klinkt leuk, maar het is nog net iets anders dan echt stemmen binnenhalen. Bij de vraag op welke partij mensen zouden stemmen als er nu Tweede Kamerverkiezingen zouden zijn, scoort Voor Nederland nul zetels.

Toch is er ruimte voor VNL in het politieke spectrum, denkt Joram van Klaveren, die nu de leiding over Voor Nederland heeft. VNL wil een klassiek-liberale partij zijn. In hun woorden: netter dan de PVV en rechtser dan de VVD. Een overheid die alleen het hoognodige doet, een vlaktaks, en het individu als basis van de samenleving.

Van Klaveren schat in dat de ruimte op rechts zo’n tien zetels groot is. Hij baseert zich op onderzoek uit 2006 waaruit blijkt dat er een niche voor een conservatieve stroming zou zijn, van rond de 10 procent van de Nederlandse kiezers. En recenter dus dat onderzoek van Maurice de Hond. 

Links én conservatief

Tegen deze aanname valt wel iets in te brengen, zegt Tom van der Meer. „Strategisch gezien kijkt VNL de verkeerde kant op voor de electorale ruimte.” Van der Meer is universitair hoofddocent politicologie aan de Universiteit van Amsterdam en legt uit dat de indeling van politieke partijen tegenwoordig aan de hand van twee assen gebeurt. De traditionele economische as, die vormde afgelopen decennia dé basis voor de links-rechts-schaal. Die combineren politicologen met een sociaal-culturele as die opvattingen over immigratie, integratie en autoriteit vangt. Zo ontstaat een vierdeling van het politieke spectrum.

Van der Meer legt uit dat veel kiezers, ongeveer een derde van het electoraat, sociaal-economisch gezien links zijn en dat combineren met sociaal-cultureel conservatieve voorkeuren. Ze willen een goed vangnet, denk aan werkloosheidsuitkeringen en ontslagrecht. Tegelijk hebben ze rechtse conservatieve standpunten over immigratie en integratie.

Laat de combinatie van deze twee opvattingen net de hoek zijn waar amper politieke partijen zitten. Van der Meer: „Deze koppeling maken partijen nauwelijks. De meeste linkse partijen hebben meer met internationale solidariteit. De SP zit nog het dichtst in de buurt van die linkerbovenhoek. Van de cultureel conservatieve partijen schurkt de PVV het meest tegen deze kiezers aan.” VNL combineert economisch rechts met cultureel rechts: de eigen verantwoordelijkheid van het individu staat voorop.

De stemmers uit het links-conservatieve blok laten hun uiteindelijke stem afhangen van het actuele debat. Gaat dat over bezuinigen, dan wint hun economische voorkeur en stemmen ze op een linkse partij. Als zoals nu het vluchtelingenthema zo manifest is, dan krijgen ‘culturele’ opvattingen de overhand en gaat hun stem naar de conservatieve partij.

Het maakt de virtuele kiezers van Wilders nu weinig uit wat hij precies vindt van de duur van een ww-uitkering of hoeveel geld er volgens de PVV in de zorg bijmoet of af kan. Onderzoeksbureau Ipsos vraagt in peilingen naar de overwegingen van kiezers en daar is de vluchtelingenproblematiek, niet verrassend, de belangrijkste reden om voor Geert Wilders te gaan.

Ondertussen hengelt Wilders afgelopen jaren wel naar die linksere kiezer. „De PVV heeft economisch een diffuus profiel. Wilders hanteert linkse retoriek, maar als je kijkt naar feitelijk stemgedrag in de Tweede Kamer zit de partij stijf op rechts”, zegt Tom van der Meer. „De PVV en de SP strijden dus samen om de links-conservatieve kiezer, zonder echt hun hoek in te schuiven.”

Charisma en een goed thema

Er bestaat ook onderzoek dat Voor Nederland meer kans van slagen geeft. Frank van Dalen van de stichting Politieke Academie kijkt naar het stemgedrag op het stembureauniveau. Hij ziet electorale ruimte rond de VVD en het CDA. In buurten waar veel op die twee partijen wordt gestemd, gebeurt dat vrij stabiel. „Daar past best een realistisch rechts geluid tussen.” Volgens Van Dalen is het verband tussen PVV-kiezers en SP-kiezers veel sterker dan dat tussen de PVV en VVD of het CDA. ‘Gewone’ opiniepeilers zien die onderlinge concurrentie altijd wél.

Frank van Dalen heeft een heel ander bezwaar voor VNL: de niche kan er best zijn, maar zo’n nieuwe partij moet maar net toegang zien te krijgen tot de kiezer. „De electorale vijver is vol genoeg, maar heeft VNL de kracht om hem leeg te vissen? Ze blinken niet uit in retoriek, zoals Wilders dat wel doet.”

Zo benoemt Van Dalen twee van de belangrijkste factoren voor de kans op welslagen van een nieuwe partij. Een charismatische partijleider, die iets te vertellen heeft waar kiezers van zeggen ja: híer zaten we op te wachten. De precieze mix is altijd anders, de verhoudingen zijn onbekend want niet precies meetbaar.

Pim Fortuyn had de ultieme combinatie, met zijn flamboyante uitstraling en een raak gekozen thema. Na Fortuyns dood haalde zijn LPF 26 zetels, in mei 2002. Er zijn ook voorbeelden van partijen die het minder van charisma en meer van hun kernthema moeten hebben en daar ook electoraal succes mee hebben, al is het iets bescheidener in omvang. Neem de Partij voor de Dieren: het lukte de vrij onbekende Marianne Thieme in 2006 om twee zetels in de Tweede Kamer te halen en te houden.

Ja, zegt hoogleraar Gerrit Voerman, het Nederlandse politieke spectrum is wat je noemt „afgedekt”. Van ouderenpartij tot dierenpartij, van vrijzinnig tot conservatief en confessioneel. De yup en de lager opgeleide, ze hebben wat te kiezen. Eventueel ziet hij nog ruimte voor een migrantenpartij: zeker nu, als tegengeluid tegen Wilders. „Veel migranten voelen zich door de PvdA verlaten.”

De beweging van de twee Turkse Tweede Kamerleden die uit de PvdA-fractie stapten, Denk, geeft Voerman weinig kans. Te Turks. Daar voelen mensen van andere afkomst zich onvoldoende bij thuis, verwacht hij.

Een laatste en niet te onderschatten ingrediënt voor kans op succes: wat je tegenstanders doen. Voerman noemt als voorbeeld de SP. Die probeerde sinds 1977 in de Tweede Kamer te komen, maar dat mislukte steeds. Pas in 1994 haalden ze twee zetels. Met dank aan de PvdA, die in de problemen zat door de bezuinigingen op sociale zekerheid. Voerman: „De grootte van je niche wordt bepaald door de ruimte die anderen je bieden.” Laat VNL, die zich vooral op economisch terrein wil onderscheiden, nu net een geduchte en ervaren tegenstander hebben. De campagnemachine van premier Mark Rutte.