Roze

Hoe stap je een café binnen? Ik zeg zelf meestal aarzelend ‘hallo’, of soms zelfs ‘nou, hallo’. Er zijn ook sociaal handiger types die alleen maar hun wijsvinger op hoeven te steken. Zij zijn meteen al stamgast, ook als ze ergens voor het eerst zijn. Stamgast in het leven, zeg maar.

De afgelopen tijd hoorde ik een paar keer achter elkaar de volgende binnenkomer: „Hebben jullie Fristi?” Steeds een vader met een kind. We kunnen hieruit concluderen dat het cafébezoek alleen op bijval van het kind kon rekenen als er Fristi-garantie was.

Fristi. Als die drank niet echt zou bestaan, zou je hem niet verzinnen. De smaak is mwa. En de naam? Nee. Die eenzame i aan het eind: hoezo?

Fristi is geïntroduceerd in 1986. We stellen ons de rokerige brainstormkamer van het reclamebureau voor, waar iemand met grote schoudervullingen op een flip-over schrijft: Fristy. „Nee”, zegt een man met een zwaar brilmontuur. Fristie, schrijft de schoudervulling. „Bijna”, zegt het montuur, „streep die e nou eens door?” En hup, Fristi is geboren. Daarna gaat iedereen aan de whisky, die men voor de gelegenheid whiski noemt.

Het grote voordeel dat Fristi, ondanks naam en smaak, ten opzichte van andere drankjes heeft, is de kleur. Want probeer maar eens in te gaan tegen de kracht van roze. Bijna ieder meisjesleven kent een rozegevoelige periode. In deze periode zou een meisje met smaak spruitjes eten, als die maar roze zouden zijn.

De rozeperiode van meisjes is tegenwoordig veel langer en intenser dan in 1986, want nu heerst er een prinsessencultus van epische proporties. Vroeger had je als meisje nog een soort uitweg door Madonnafan te worden en dan kleine zwarte armbandjes te dragen. Nu is het een en al roze gaasrokken uit de film Frozen.

Dus een suikerdrankje dat óók nog roze is? Dan wil je wel met vader mee naar een café.

    • Paulien Cornelisse