Noodlot veranderde in buitenkans

‘Tweemaal schudde de God van Nederland zijn eerbiedwaardig hoofd en tweemaal schoven z’n eerbiedwaardige grauwe bakkebaarden heen en weer over z’n vest’, schreef Nescio al. En je ziet een ingrijpen van de God van Nederland voor je bij de nog prille sportcarrière van Lotte Janssen. De achttienjarige was een groot judotalent, maar haar knieën waren niet bestand tegen de krachten die ze losmaakten. En bij het werk met gewichten tijdens de revalidatie bleek dat halters waar anderen hulpeloos aan stonden te sjorren, door Janssen rustig omhoog werden gestoten. De rechte bewegingen van de gewichtheffer zijn minder belastend voor een knie dan al dat judogedraai.

Dus heeft Nederland plotseling een gewichthefster van formaat, die nu al met kop, schouders én halter boven de anderen uitsteekt. Bij de meeste wedstrijden verbetert Janssen wel een persoonlijk record – bij het trekken nadert ze al de honderd kilo. Dit weekend staat ze op het Nederlands kampioenschap, maar haar grote doel is voorlopig een ticket voor de Spelen van 2020. Dan treedt ze in de voetsporen van... niemand. Nog nooit kwalificeerde een vrouwelijke gewichtheffer zich voor het evenement. Zo is de loopbaan van Lotte Janssen een les voor alle sporters met weigerachtige lichamen: wat het noodlot lijkt, kan zomaar een buitenkans zijn.