Column

Nieuw leven

Het zal nauwelijks opgemerkt worden als een Nederlander vandaag Omloop Het Nieuwsblad of morgen Kuurne-Brussel-Kuurne wint. Zolang er geschaatst wordt, is wielrennen een onbeduidende sport. Je moet al minstens Parijs-Roubaix of de Amstel Gold Race winnen om tot de sportcanon toe te treden en dan nog zal het niet op de hoogte van Sven Kramer zijn. Het probleem van het Nederlandse cyclisme is het gebrek aan verbeelding. Friezen zien de spookachtige contouren van de Berendries en de Muur van Geraardsbergen niet. Dat door slagregens gewassen kasseien moordenaars kunnen zijn, beschouwen ze als heimatliteratuur uit een exotisch land. Zelf gaan ze voor drie sneeuwvlokken in de onderduik, maar dat koers het summum van ontbering is, dringt niet door. Dat komt ook doordat Jean Nelissen er niet meer is. En Theo Koomen.

Wielrennen is semantische speculatie.

De renners van Roompot mogen tijdens het openingsweekend van het Belgische wielrennen nog eens meedoen, maar ook zij hebben niet de koorts van hoop en liefde die het peloton in een historische thrill vasthoudt. Belgen draaien nu als hijgende jachthonden rondjes bij hun fiets. Voor hen is de Omloop als een gongslag voor nieuw leven. Het kan alleen maar mooier worden. Nederlanders denken: zwakzinnigen.

Ik zag een paar ploegen trainen op het parcours en schrok van de woeste blikken. Dit was niet meer met de pedalen spelen, zonnetje aan de broek, zoals in Down Under, Qatar, Oman en Murcia, dit waren oorlogsgrimassen. De renners scherp afgetraind als messen. Mede door de zachte winter hier te lande is de molligheid van het hele peloton eraf gereden. De Tour zou bij wijze van spreken morgen kunnen beginnen.

De Omloop en Kuurne imponeren mede door hun landschappelijke grilligheid. Draaien en keren, venijnige klimmetjes, kronkelwegen naar nergens heen met lukraak neergepote kasseistroken, modderige karrensporen, koeienvlaaien uiteraard… Voor Belgen is dat een decor van familiale rust, voor buitenlanders wellicht een animatiefilmpje van het inferno. Dan nog zouden waaiers Nederlandse renners warm moeten maken voor de openingsklassiekers. Met Sebastian Langeveld en Niki Terpstra is dat het geval, maar zij zijn net iets te asociaal om een hele ploeg voor hen te laten knechten.

De vraag is of dit het voorjaar van de grote generatiewissel wordt. Van Tom Boonen wordt gezegd en geschreven dat hij nooit nog een grote klassieker zal winnen. Fabian Cancellara telt de dagen van het voorjaar af in het perspectief van eeuwige rust. De focus van de oudere Nederlandse renners is bijna exclusief gericht op de Tour. Kroonprinsen voor de klassiekers zijn er niet. Nobele onbekende Ian Stannard kan de Omloop twee keer winnen door rivaliteit onder kopmannen van andere ploegen, maar geen drie keer.

Van de tussengeneratie wordt vooral een spectaculaire demonstratie van Greg Van Avermaet en Alexander Kristoff verwacht. De Noor is onklopbaar in de sprint, zo bleek nog in de Ronde van Oman. Van Avermaet reed al zeven keer in de eerste tien. Er zou deze zaterdag ook zomaar een jong talent als Tiesj Benoot kunnen winnen. De klasbak van Lotto-Soudal reed laatst nog Alberto Contador los uit het wiel in een klim. Cool als een regenpijp, die Tiesj.

Enfin, voor evenveel hondenweer kan ook ineens een nieuwe Juan Antonia Flecha als winnaar over de meet komen aanwaaien. Zelf sta ik nu reeds in brand voor een nieuw exploot van Philippe Gilbert. Ook een oudje, maar wel gebeiteld uit pure natuursteen.

De winnaar van de Omloop heeft hoe dan ook zijn klassieke seizoen gered. Zouden ze dat bij Studio Sport ook weten?