Nietzsche wint het van McLaren

Voor 234.800 euro heeft de TedX-spreker een supercar: de McLaren 570S. Maar een modderig pad kan hij niet op, merkt Bas van Putten.

Die commercial. Luchtbeelden van een woestijn in filmisch ochtendgloren. De rijzende zon baadt in pathetische orkestmuziek. Daar komt hij, wolk van stof achter zich aan, getagd met een verloren cellomelodie. Een supercar. Wit. Zwart dak, kleur van het superstijve peperdure koolstofvezel waarvan de dragende constructie is vervaardigd. Overal reptielige gaten en bulten voor het enge, de wonden van een vechter.

Wat doet een supercar daar op onverharde wegen? Het avontuur zoeken natuurlijk, Hollandse schijtlaarzen! Voiceover: „They say you should never fly too close to the sun. But if we never dare to challenge ourselves, how do we ever break new ground?” Dan zonder een woord de punchline: „McLaren Sports Series. The Game. Changed.”

Ah, daar zijn we weer, in het wrede Utopia van McLaren rijdende keynotespeakers die zalen vol human resource management voorhouden hoe ze hun loonslaven Steve Jobsje kunnen leren spelen. Hun levens één doorlopende Mission Impossible, superchallenge voor de Übermensch die nooit een letter Nietzsche heeft gelezen maar die komt, ziet en overwint alsof hij het verzameld werk heeft opgevreten. Voor deze kansrijken heeft McLaren, het merk van de formulewagens, nu eindelijk de ware Jacob. De 570S.

Met zijn zwakkere broertje, de 540c, heeft McLaren hem ondergebracht in de Sports Series, een modellenlijn die zijn tak van sport op de kop moet zetten met een „unique combination of high performance, outstanding luxury, race derived technical innovation and everyday practicality”. Niemand anders, zegt McLaren, biedt zoveel kracht op zo weinig gewicht, iets meer dan 1.300 kilo schoon. Hoor toch, van nul naar 200 in 9,5 seconden, en pas bij 328 houdt de twin turbo V8 het voor gezien. En daar moet ik vandaag genadeloos mijn grenzen mee verleggen, want dat hoort.

Waaghalzentechniek

Hoe dan? De start is bij de importeur langs de A2, waar ik hem na een halve dag heroïsch blazen ook weer inlever. Om binnen dat tijdpad Nederland uit te komen moet ik met 328 richting Oberhausen. Verder heb ik wél Nietzsche gelezen en zijn grote vragen achtervolgen mij met de tijdloze urgentie die gezapig wringt met het gedachtegoed achter de auto. Bijvoorbeeld wat de waaghalzentechniek die dit mogelijk maakt voor het geluk kan betekenen. „Entwicklung will nicht Glück”, spreekt de grote man zich streng over het doel van de vooruitgang uit, „sondern Entwicklung und weiter nichts”. Wat zou betekenen dat we het heil in de pk-tsunami niet gaan vinden. Het lijkt me een uitgelezen werkhypothese voor een rijtest.

Eerst moet ik er maar eens in. Mijn door het leven afgebrande lijf verdwijnt met een beetje hulp van de zwaartekracht in de op vetvrije geslaagden toegesneden racestoelen. Die stoel en ik versmelten tot een soort carnivore cupcake, maar het gaat. De gastvrouw van importeur Louwman Exclusive slaat mij met ironisch mededogen gade. Zie, zo eindigt de man, een gammel dier. En juist dan wil hij dit, zijn wederkeer, also sprach Zarathustra.

Er is een startknop, die een machtig brommen opwekt. Op het Active Dynamics Panel tussen de stoelen zijn veel knopjes om het scheuren nog gevaarlijker te maken. Speciale settings voor Normal, Sport en Track; woorden voor hard, harder, hardst, geënsceneerd met meedogenloze graphics op het digitale dashboard. De tractiecontrole kan uit. Ja, dat is wauw.

De handrem bedien je met een lipje links van het stuur, dat ik met mijn boerse zin voor everyday practicality meteen uit de sponning trek. Gelukkig kan ik het zonder schade vastklikken. Denk niet dat het bezuiniging is, de fragiliteit symboliseert de gewichtsbesparing.

Ik rijd de motor en de banden con amore warm in een andante dat hij in zich blijkt te hebben. Hij is minder hardcore dan ik dacht. De vering is draaglijk, het motorgeluid niet oorverdovend. Je zou er mee naar je werk kunnen rijden, met Radio 4 over de Bowers & Wilkins-boxen. Maar het zou ongepast zijn in mijn laffe comfortzone te blijven hangen. Op een modderige boerenlandweg geef ik half gas. De staart kwispelt. Nog een beetje meer boost en de greppel wordt mijn heldengraf. Ik geef het op. Ik zet Radio 4 weer aan. Daar speelt een symfonie van Mozart, grootser dan alle auto’s samen. De omstanders in het Groene Hart voelen meer dan ik. Die zien geen piekerende columnist maar een TedX-profeet in een McLaren, grote grutjes. Maar ze zien hem nergens heen kunnen, net als zij. Het geluk waarvoor hij net 234.000 euro heeft gedokt blijft onbereikbaar. Nietzsche wint.