Nee, niet naar dat bord kijken

Amerikaans onderzoek toont wat er vlak voor een ongeluk precies in de auto gebeurt – zoals een chauffeur die een reclamebord leest. Dit is veel leerzamer dan de politierapporten in Nederland.

Een zojuist onthuld reclamebord voor het maandblad Playboy aan de ringweg A10 in Amsterdam. Foto Hollandse Hoogte

Huilende of woedende automobilisten botsen twee keer zo vaak als automobilisten die bellen met een telefoon in hun hand. Het was eerder deze week een van de verrassende uitkomsten van een nieuwe manier om verkeersongelukken te onderzoeken.

Bij dat Amerikaanse onderzoek zijn ruim 3.500 auto’s voorzien van videocamera’s, versnellingsmeters, afstandsradar en andere meetapparatuur. En er reden drie jaar lang gewone mensen in. Die kregen 905 ongelukken met blikschade, of ze raakten gewond, of verwondden anderen. Het resultaat stond in PNAS (online, 23 februari). Het is onderzoek naar naturalistic driving.

Dat onderzoek geeft een heel nieuw beeld van wat er kort voor en tijdens een ongeluk gebeurt. „In zo’n detail hadden we daar tot nu toe geen zicht op”, zegt Michiel Christoph, onderzoeker bij de SWOV, het Nederlandse onderzoeksinstituut voor verkeersveiligheid.

Macht over het stuur

Politierapporten zijn in Nederland de belangrijkste bron voor wat er tijdens een ongeluk gebeurt. Maar die zijn er op gericht een schuldige aan te wijzen. Eventueel is er sporenonderzoek en er zijn verklaringen van getuigen. Maar de omschrijvingen zijn algemeen. „De bestuurder heeft ‘de macht over het stuur verloren’ bijvoorbeeld”, zegt Christoph. Een videocamera in de auto, zoals in het Amerikaanse onderzoek, laat zien wat er echt gebeurde. Of de bestuurder kort daarvoor aan de knop van de airco prutste, of een SMS-je intoetste, of een reclamebord langs de weg probeerde te lezen.

De kwaliteit van de Nederlandse politierapporten is bovendien wisselend, schrijft de SWOV op zijn website. In 2011 klaagde de SWOV nog dat het aantal ongevallen waarover politiegegevens bestaan opeens was gedaald van 90 naar 84 procent door andere registratiemethoden. Ernstige ongelukken komen vaker in het bestand terecht dan lichte. Dat vertekent wat er echt op straat gebeurt.

Relatief veel is er bekend over alcoholgebruik. De politie onderzoekt normaal gesproken of mensen alcohol hebben gebruikt. Christoph: „Er zijn ook alcoholcontroles, dus we weten hoeveel mensen er rijden met alcohol op. En van de ziekenhuisopnamen na verkeersongelukken weten we ook wie er alcohol in zijn bloed heeft.” Koppeling van de ziekenhuisbestanden en de doodsongevallenstatistiek van het Centraal Bureau voor de Statistiek completeert de onderzoekgegevens van de SWOV.

Oudere fietsers

„We hebben ook wel verder onderzoek gedaan naar ongelukken die relatief vaak voorkomen”, zegt Cristoph. Fietsongelukken bij oudere mensen bijvoorbeeld, of dode-hoek-ongelukken met vrachtauto’s, of het van de weg af raken op de provinciale 80-kilometer-wegen – technisch bekend als ‘bermongelukken’.

De Amerikaanse onderzoekers maken een paar keer de vergelijking met wat er in het verleden uit Amerikaanse politierapporten kwam. Daaruit was de indruk ontstaan dat bumperkleven veel voorkomt. De boordcameraatjes laten zien dat dit meevalt. Bij kop-staartbotsingen, schrijven de Amerikaanse artikelen, bestond al langer het vermoeden dat bumperkleven meer een vergaarbakterm is om de achteropkomende automobilist de schuld te geven.

En de Amerikaanse onderzoekers zagen dat ‘ongeschikt’ om te rijden vaker voorkomt door vermoeidheid (bij ruim 1,5 procent van de automobilisten) en door heftige emoties (0,2 procent), dan door zichtbaar alcoholgebruik (0,1 procent). Maar de kans om vervolgens te botsen was bij de drinkers wel 35 keer verhoogd, de geëmotioneerde rijders 9,8 keer en bij de vermoeide automobilisten 3,4 keer. Dronken rijders blijven dus het gevaarlijkst.

Ook in Nederland

Geen wonder dat verkeersveiligheidsonderzoekers jaloers kijken naar naturalistic driving. Ook in Nederland rijden inmiddels mensen rond in auto’s die volhangen met sensoren. Tien personenauto’s en vijftig vrachtwagens van vooral binnenlandse distributiebedrijven zijn het. Ze doen mee aan het Europees Udrive-onderzoek. Het wagenpark is bescheidener dan in de VS: 120 personenauto’s, 50 vrachtwagens (die Nederlandse) en 40 motoren en scooters. Die laatste rijden allemaal in Spanje. Frankrijk, Engeland, Duitsland en Polen zijn de andere deelnemers. Het onderzoek duurt 18 maanden en eindigt begin 2017.

Levert dat zinvolle botsgegevens op? De Amerikanen lieten 3.500 auto’s 3 jaar rijden. Die kregen 905 ongelukken. Omgerekend zullen die 210 EU-auto’s 27 keer botsen.

„Udrive kijkt naar botsingen én bijna-botsingen”, zegt Christoph. „Daar verwachten we er 200 tot 400 van.” Bij een near crash vermijdt een automobilist op het laatste moment schade. Door hard te remmen, door een weiland in te rijden in plaats van tegen een remmende voorligger aan. Of iemand anders reageert heel alert, zodat een botsing uitblijft.

„Veel factoren zijn hetzelfde bij een botsing en een bijna-botsing”, zegt Christoph, „maar er is veel discussie over de vraag wat nu eigenlijk het beslissende verschil is. Het Amerikaanse onderzoek bevat natuurlijk nog een schat aan gegevens over het verschil tussen crashes en near crashes.”

Maar ja, voorlopig liggen die gegevens verborgen in de 2 miljoen gigabyte aan gegevens waar de Amerikaanse onderzoekers nu mee zitten. Met vooral urenlang ‘normaal weggebruik’.

Wat er gebeurt bij gewoon autorijden, dat is een van de speciale onderzoeksvragen van Udrive, zegt Christoph. Naast extra onderzoek naar factoren die beslissend zijn voor het verschil tussen bijna-ongeluk en ongeluk, naar afleiding en naar het lot van voetgangers en fietsers, de kwetsbare weggebruikers. „Ja, die bekijken we dus vanuit het perspectief van de automobilist. Maar we gebruiken intelligente camera’s die voetgangers, fietsers, motoren en andere auto’s herkent. Die kunnen een signaal geven om te remmen. Sommige autofabrikanten bouwen die camera’s al in, maar omdat Udrive het hele verkeersbeeld registreert, kunnen we hopelijk zeggen wanneer het optimale moment is om in te grijpen.”

    • Wim Köhler