Kijk eens, je ene hand is meer elektrisch geladen dan je andere

Liefhebbers van wetenschap en techniek hebben vast nog niet allemaal een bezoek gebracht aan Continium in Kerkrade. Jammer, want bij een ingrijpende verbouwing is het museum voor de geschiedenis van de mijnbouw onlangs uitgebreid. In een nieuwe zaal lopen nu tijdelijk maar langdurig exposities over wetenschap – en de eerste tentoonstelling is meteen een voltreffer.

De expositie gaat over de smartphone, die nu door twee miljard mensen wordt gebruikt. Daarbij belichten de tentoonstellingsmakers het apparaatje als een samenballing van twintig eeuwen techniek en wetenschap. Die aanpak blijkt vruchtbaar en verrassend.

Zo staat er een replica van de seismograaf, die de Chinese uitvinder Zhang Heng in het jaar 132 bouwde. Het is een metalen cilinder met rondom 8 drakenkoppen, die een metalen bal in de bek hebben. Onder elke drakenkop zit een metalen kikker met open bek. Als de aarde ver weg beefde, viel bij een drakenkop de bal uit zijn bek – in de kikkerbek eronder. Dat gaf een klap als een gongslag die meldde dat er ergens een aardbeving was. De kikkerbek met de bal gaf de richting van het epicentrum aan.

De smartphone heeft een vergelijkbaar systeem van rollende kogeltjes, die het beeld laten kantelen als je het scherm draait. Zo bouwt de smartphone in essentie voort op tal van uitvindingen, van de camera obscura van de Pers Abu Ali al-Hasan ibn al-Haytham (rond 900) tot de telefoon van de Brit Alexander Graham Bell (1876).

De werking van al deze techniek wordt mooi inzichtelijk en zelfs voelbaar gemaakt. De teksten op de touchscreens zijn helder en in drie talen (Nederlands, Engels, Duits). Je kunt ze lezen in een korte versie en – na een extra touch – in een langere en diepgravender versie. De originele apparaten zoals een zoötroop zijn prachtig. De demonstratiemodellen zijn instructief, zoals de buis waarin je door jou opgewekte geluidgolven door het water ziet trekken.

Illustratief is het verhaal over Volta, pionier van de oplaadbare batterij (rond 1800). Er staat een mooie replica van de Zuil van Volta. In dit bouwwerk van zinken en koperen schijven in een houten frame leiden chemische reactie tot een verschil in elektrische spanning tussen twee polen. Vervolgens zie je dat je ook zelf een elektrisch spanninkje kan opwekken. Als je je handen in twee handvormen legt, registreert een metertje het verschil in elektrische lading tussen de handen.

Met het idee dat de smartphone ook een draagbare minicomputer is, geeft de tentoonstelling ook een origineel beeld van de computer. Om een glimp te krijgen van de werking van de nullen en enen in de computer kun je je hand leggen op een glasplaat met een raster van sensoren, die gekoppeld is aan een glasplaat met een raster van lampjes. Alleen de sensoren die je hand bedekt schakelen hun lampje aan, zodat op de glasplaat eronder je eigen hand oplicht in lampjes.

Wie stond ooit aan de bron hiervan? In elk geval de wiskundige Ada Byron, die met haar uitvoerige beschrijving van een mechanische analytische machine in 1843 geldt als schrijver van het eerste computerprogramma. Zo kijk je ineens anders naar de toestellen die hier uitgestald liggen.

Het is daarom jammer dat de brug tussen de smartphone en de geschiedenis niet helemaal gedicht wordt. Waarom is er geen opengewerkt model van een smartphone waarin al die technische elementen precies worden getoond?

Het is een klein minpunt dat wegvalt in de prachtige lichte ruimten van gekleurd beton en glas. Helemaal omdat het museum maar enkele tientallen meters van het treinperron ligt.

    • Karel Berkhout