De ideale baas? Die spreekt geen zweeftaal

Japke-d. vraagt door Japke-d. Bouma vroeg hoogleraar Janka Stoker naar wat een baas een goede baas maakt en of ‘agile werken’ en ‘zelfsturen’ nou echt nodig zijn.

Illustratie Tomas Schats

Hoe ziet de ideale baas eruit? O jongens, daar wórdt me toch een onzin over geschreven. Zo waren een tijdje de ‘zelfsturende teams’ in de mode (baas op afstand en zoek het lekker zelf uit), kwam daarna het ‘agile werken’ (met alle winden meewaaien) en drijven we momenteel het ‘liquid leadership’ binnen wat betekent dat „iedereen een leider kan zijn als je je rol maar pakt” – wat een geleuter. Ik denk dat je meer resultaat boekt als je goed blijft drinken, dan met liquid leadership.

Ik was dan ook aangenaam verrast toen er deze week een boek uitkwam waarin de auteurs, Harry Garretsen en Janka Stoker, zeggen af te rekenen met al die ongefundeerde praatjes over wat een baas een goede baas maakt, maar zich in plaats daarvan baseren op „wijze lessen uit de wetenschap”.

De titel van het boek sprak me ook aan, Goede leiders zweven niet, tot ik in het voorwoord mijn eigen naam zag staan en werd getypeerd als een auteur „die terecht de spot drijft met het betekenisloze managementjargon, maar dat het gevaar hiervan is dat leiderschap en management vooral lachwekkende onderwerpen worden. En dat hebben ze niet verdiend.” Ik vroeg Janka Stoker, hoogleraar leiderschap en organisatieverandering aan de Rijksuniversiteit Groningen, wat ze bedoelde.

Hoezo mag ik niet de spot drijven met leiderschap en management?!

„Met leiders mag je zeker de spot drijven, sterker nog, een goed leider organiseert tegenspraak om scherp te blijven. Maar als je met de thema’s leiderschap en management de spot drijft, loop je het gevaar dat er een sfeer ontstaat waarin álle management als flauwekul wordt afgedaan en dat is niet zo.”

Veel management ís anders wel flauwekul.

„Zeker, en daar rekenen we ook mee af, maar inmiddels weten we voldoende uit onderzoek om te kunnen zeggen dat leiderschap echt bijdraagt aan het succes van een bedrijf.”

Soms is een bedrijf zonder baas beter af.

„Zelfs dát is gemeten: steeds blijkt dat het een rotzooitje wordt als er geen baas is.”

Ik heb zelf liever geen baas.

„Haha ja, in je columns. Maar in je bedrijf is het toch wel handig dat er iemand is die zegt wat er van je verwacht wordt, die je aandacht en feedback geeft, en een koers uitzet. Mits dat uiteraard op een goede manier gebeurt.”

Maar niet elke baas dóet het goede. Veel lijken met alle winden mee te waaien.

„Ha, kijk, dáár zijn we het heel erg eens, ik strijd zelf ook al heel lang tegen het klakkeloos invoeren van managementmodes als zelfsturende teams en agile. Dan heeft iemand in de directie er een boek over gelezen, of doen ze het omdat de buren het doen, niet omdat erover nagedacht is. Wat verfrissend zou zijn: als een bedrijf zou zeggen: wij doen niet aan agile, want dat past niet bij ons. Maar dat hoor je nooit.”

Is er ooit onderzoek gedaan naar de gevolgen van holle managementclichés?

„Nee, maar dat zou best interessant zijn.”

Ondersteunen jullie mijn missie dat bazen heldere taal moeten spreken?

„Zeker! Overigens mag een leider van ons best ‘agile werken’ of ‘coachend leiderschap’ invoeren als dat nodig is, maar gá het dan ook doen. Ik hoor nu nog te vaak medewerkers zeggen dat er niets verandert in zo’n bedrijf. Ik ben meer van doen en niet te veel praatjes.”

Wij hebben allebei Groningse wortels.

„Ha, dat heeft er ongetwijfeld mee te maken.”

Voor een boek dat ‘Goede leiders zweven niet’ heet, gebruiken jullie ook best veel zweeftaal. Zoals: ‘Een goede leider verbindt hoofd en hart’. Ik dacht dat hoofd en hart al via de bloedvaten verbonden waren.

„Hoho, nu haal je het uit de context. We bedoelen daarmee dat leiders zich niet alleen op de feiten moeten baseren als ze mensen willen overtuigen, maar ook ‘het hart’ moeten aanspreken, moeten inspireren.”

Jullie schrijven dat Angela Merkel een goede leider is omdat ze altijd ‘zichzelf is gebleven’. Ook vrij vaag. Hoe doe je dat, jezelf blijven?

„Dat is: ze bleef dichtbij haar gedachtengoed.”

Misschien speelt ze wel een rol.

„Zou kunnen, maar die indruk maakt ze niet.”

Jullie conclusie is dat er geen blauwdruk is voor een goede leider. Best een teleurstelling.

„Ik vind het juist krachtig dat we dat dúrven zeggen. Heel veel managementboeken pretenderen dat die blauwdruk wél bestaat.”

De ideale baas bestaat niet, dat zeg ik al jaren.

„Ja, maar wij weten uit onderzoek nu wel heel veel dingen die hem of haar beter maken óf slechter. Dat is waar dit boek over gaat.”

Jeuktweets van de week

    • Japke-d. Bouma