Waar is het goede gesprek gebleven?

We zijn socialer dan ooit maar van goede gesprekken komt het steeds minder. Hoe moet dat ook alweer, een goed gesprek voeren? 

Wie de bored couples uit het gelijknamige fotoboek (1993) van Martin Parr kent, ziet ze ineens overal:stellen die elkaar niks meer te vertellen hebben. Aan tafeltjes in een restaurant of snackbar, of gewoon op een bankje in het park. Ongemak, dat in 1993 nog niet werd verhuld met een smartphone.

Gaan wij, na het stram worden van ons handschrift door het vele tikken, nu ook onze verbale vaardigheden verliezen? Wordt een ononderbroken gesprek, een „conversatie”, zoiets als een langspeelplaat, een dik boek, een handgeschreven brief? Iets met een vintage-kwaliteit?

Kijk eens in de huiskamer, daar zitten de gezinsleden tegenwoordig met een apparaat op schoot en een koptelefoon op. Kijk eens in de schoolkantines; de leerlingen hebben hun ogen niet op elkaar gericht, maar op een eigen scherm. Kijk eens op de werkvloer; collega’s lopen niet even naar elkaar toe, maar communiceren via mail en WhatsApp. Kijk eens naar een etentje van vrienden in een restaurant: het gesprek wordt steeds opnieuw stilgelegd voor een foto op Facebook van het eten en elkaar. Belverkeer, ook een vorm van gesproken communicatie, neemt af. Tieners spreken een bericht in, en sturen dat via WhatsApp. Gaat sneller dan tikken.

Sherry Turkle, hoogleraar sociologie aan het Massachussets Institute of Technology (MIT) in Boston, noemt dit „de nieuwe stilte”. In haar recent verschenen boek Reclaiming Conversation, The Power of Talk in a Digital Age, concludeert ze dat het gesprek de dupe is geworden van de techniek. Dankzij de aanwezigheid van mobiele technologie praten we minder met onze kinderen, partners, vrienden, collega’s, en met onbekenden op straat of in de trein.

Er is niet minder sociaal contact: WhatsApp, Twitter, Facebook, Instagram, Skype en Snapchat betrekken ons bij een groot netwerk, maar de kwaliteit van dat contact wint het niet van ‘echte’ gesprekken. Face-to-face gesprekken zijn volgens Turkle essentieel om intimiteit met anderen te creëren, om ons standpunt duidelijk te maken, onszelf te verklaren, anderen te leren begrijpen. Door dit soort gesprekken leren kinderen empathische vaardigheden omdat ze de gesproken informatie in een context zien van lichaamshouding, toonhoogte, gezichtsuitdrukking. Zo leren ze anderen „lezen”. Gesprekken, meent Turkle, houden ons mens. In een bespreking in The New York Times over dit boek, merkte Jonathan Franzen op dat mensen via sociale media hun geïdealiseerde zelf tentoonstellen, en dat alleen in „live” gesprekken our real selves kans krijgen naar voren te komen, wat hem betreft een kortstondige bevrijding uit een soms pijnlijk solitaire staat.

Maar hoe doen we dat ook alweer, gesprekken voeren?

Foto’s Martin Parr

De regel van drie

Sherry Turkle raadt aan „sacred spaces” te creëren, plekken en momenten waar smartphones, iPads en laptops niet welkom zijn, bijvoorbeeld op de eettafel tijdens de maaltijd, in de auto, of in de slaapkamer. Daar zouden expliciete afspraken over moeten zijn, zegt ze. Dat een puber toch haar smartphone pakt, moet geen excuus zijn voor ouders om hetzelfde te doen. Pubers zijn dankbaar voor de regels die ze kunnen overtreden. Natuurlijk kan een nieuwsbericht op de iPad ook aanleiding zijn voor een gesprek, maar bewaar die „data driven conversations” voor een ander moment. We zijn nu eenmaal kwetsbaar voor het afleidende karakter van technologie, stelt Turkle, die tot de opkomst van de smartphone een reeks optimistische boeken over de digitalisering schreef. „Zie die kwetsbaarheid onder ogen en verwijder de verleiding.”

Het begint met het wegleggen van de telefoon. Ook als een deel van het gezelschap wél luistert. De digital natives die Turkle sprak, noemden het „de regel van drie: als er een gesprek is tussen vijf of zes mensen aan tafel moet je in de gaten houden dat er tenminste drie naar het gesprek luisteren met hun hoofd omhoog, voor je naar je telefoon mag kijken. In eerste instantie beleefd misschien, deze nieuwe etiquetteregel, het gesprek gaat immers door, maar als er steeds andere gesprekspartners met hun aandacht bij zijn, blijft de conversatie licht, gevuld met onderwerpen waar mensen makkelijk bij kunnen af- en aanhaken.

Onderzoek zou aantonen dat alleen al de aanwezigheid van een telefoon op tafel beïnvloedt waar het gesprek over gaat. „Als we denken dat we ieder moment onderbroken kunnen worden, houden we de conversatie liever licht”, schrijft Turkle.

Wicher Schols, coach bij een bureau dat GetNaked heet, geeft conversatieles aan de in Amsterdam gevestigde School of Life, een instituut dat door middel van workshops ingaat op levensvragen. Die van Schols heet „Hoe voer je betere gesprekken?” Schols en zijn vrienden leggen aan het begin van een etentje hun telefoons op een demonstratieve stapel in het midden van de tafel. Het is een statement dat volgens Schols uitdrukt: wij zijn hier voor elkaar. Hij maakt het tijdens afspraken „expliciet” dat hij graag wil dat de telefoon van tafel gaat, „ook al kan het een beetje rottig zijn om te zeggen”.

Het is niet alleen de aanwezigheid van mobiele technologie die goede gesprekken in de kiem smoort; volgens socioloog Turkle, ook gepromoveerd in de klinische psychologie, is er dankzij de gewenning aan de onmiddellijke behoeftebevrediging van het online-leven, waar alles met een klik of swipe te regelen is, het geduld niet meer voor de onvoorspelbaarheid van gesprekken.

„Er is een verlangen naar afleiding, comfort, efficiency”, signaleert ze. Die houding maakt een lang gesprek, in real time, dat gekenmerkt wordt door ongemakkelijke of saaie momenten, minder aantrekkelijk. De studenten die Turkle sprak voor Reclaiming Conversation, zeiden helemaal geen behoefte te hebben aan dit soort gesprekken. Dat vinden ze al snel „akward” of „saai”. Wat Turkle ook steeds hoorde: „Ik weet niet meer zo goed hoe dat moet.“

Laat dat ongemak er vooral zijn, stelt Turkle. „Echte gesprekken zijn rommelig, vol pauzes en interrupties en onderwerpswisselingen en ongemakkelijkheden. Maar juist dat zorgt ervoor dat er een echte uitwisseling is tussen mensen. Het geeft de gesprekspartners tijd en toestemming om te reageren en inzichten te delen. Je kunt niet altijd voorspellen wanneer het interessante moment in een conversatie aanbreekt, het is zoals dansen, slow slow, quick quick, and then Whoa!

Ze noemt dit ‘de-hele-mens conversatie’. „Zodra het even stil wordt, ga je niet snel iemand anders een bericht sturen, maar dan kíjk je naar je gesprekspartner.”

„Juist als het ongemakkelijk is, wordt het interessant”, zegt conversatieleraar Schols. „Daar ontstaan de schitterendste gesprekken uit. Ongemak is een opening naar een verandering. Alleen al door dat ongemak te benoemen, creëer je intimiteit. Bijvoorbeeld als mensen zorgen hebben, en je niet zeker weet of ze erover willen praten.” Hij stelt een paar formuleringen voor in de trant van: „Misschien is het lastig om over te praten, maar…” Schols: „Juist in dit soort gesprekken deel je je angsten, je verdriet, weet je dat je mens bent. De echte mooie gesprekken, daar kom je anders uit dan je erin ging, daarin leer je iets over jezelf.”

Misschien is het misverstand dat een conversatie een performance moet zijn, wel het grootste struikelblok om er echt aan te beginnen. Het gaat volgens Turkle en Schols niet om uitblinken in verbale virtuositeit. Het echte cadeau is de onverdeelde aandacht. Hier, ik kijk je in de ogen! Asjeblieft, ik luister naar wat je zegt. Geen enkel willekeurig binnenkomend bericht is nu belangrijker dan wat jíj op dit moment tegen mij te zeggen hebt, ook al gaat het over te lang geroosterd brood.

Je hoeft geen wetenschapper te zijn om te snappen dat dat leuker is dan vergeten worden waar je bij zit.

    • Annemiek Leclaire