Drastisch doorspoelen

Foto’s istock, bewerking fotodienst nrc

De cocktailbartender heeft geen baard en wel een overhemd met korte mouwen, maar geen tatoeages; hetgeen iets verfrissends heeft. Ik heb direct zin in iets verfrissends. Mijn vrouw bestelt een Milky Tea cocktail, thee getrokken uit wodka met nog wat andere tierelantijnen, en ik vraag de cocktailbartender om mij te verrassen. Als hij even later terugkomt, begint hij een heel verhaal dat vrijwel volkomen langs mij heen gaat en heeft hij een cocktail met jenever als basis voor mij uit de flessen achter hem gegoocheld.

We zijn voor het eerst in tijden weer eens met zijn tweeën op stap en ik vind het allemaal prima, nadat ik eerst een beetje teleurgesteld dacht te zijn. We hebben gereserveerd bij een chique en hyperpopulaire Japanse ramen-bar vlakbij, en na wat hapjes en nog een drankje in de cocktailbar is het tijd om die kant op te gaan. Het is bomvol bij binnenkomst. In de rij om te mogen zeggen dat je gereserveerd hebt, sta ik dicht op mijn Coco en ook net iets te dicht op een vrouw met een helemaal kaal hoofd waardoor ik hier en daar eilandjes met stoppels kan zien. Toch duurt het allemaal een stuk minder lang dan verwacht en voor ik het door heb zitten we aan het bar-gedeelte van de ramen-bar (er is ook een sectie met tafeltjes) aan een gigantische kom overheerlijke noodle-soep. Ik besef dat ik niet meer zo’n honger heb en me niet van tevoren zo had moeten storten op de borrelhapjes in het cocktailcafé. Omdat ik een man ben en me niet kan laten kennen eet ik toch alles op.

Als we de deur uit waggelen zit ik overdreven vol. We schuifelen langzaam naar beneden richting zuidelijk Manhattan terwijl ik van tijd tot tijd heel voorzichtig een boertje laat.

In een bar in Chinatown waar we hebben afgesproken met vriend Sam uit Amsterdam is het een drukte van jewelste en Coco bestelt nog een drankje. Het is het soort plek waar iedereen erg zijn best doet om het naar zijn zin te hebben, maar niemand precies weet hoe dat dan moet. Het toilet spoelt heel drastisch door. Ik wou dat ik ook zo’n knop had.

We zijn er eigenlijk alweer een beetje klaar mee als Sam arriveert. Hij had de bar ernaast bedoeld met afspreken, en we verplaatsen ons zodoende via de straat en een trap naar beneden die kant op. De sfeer is hier een stuk minder, op precies de goeie manier en we praten honderduit. Onder andere over cultural appropriation wat hier heel erg een ding is. Sam is hier voor werk als regisseur en ik zeg dat ik een doel mis. We besluiten dat we daar, vanuit een outsider perspective een documentaire over gaan maken. (Later vraag ik me af of we dan niet ook weer cultuur aan het appropiëren zijn.)

De alcohol heeft een abstracte grip op me en het is niet eens zo laat als we besluiten dat het wel weer mooi geweest is allemaal.

De nachtelijke metro moet ons terugbrengen naar de verschillende delen van Brooklyn waar we tijdelijk vandaan komen.

Een meisjespassagier heeft onvoldoende saldo op haar metropas en vriend Sam smokkelt haar mee naar binnen op die van hem. Als we lachend het metrostation in verdwijnen hoor ik een paar keer „Hey!” en „Sir!” vanachter me. Een metropolitieagent heeft het allemaal gadegeslagen en komt vriend Sam achterna. Hij probeert onopvallend op te gaan in de mensen die op de nachttrein staan te wachten en we proberen hem te camoufleren maar het mag allemaal niet baten. Hulpeloos zijn wij toeschouwer van een medelander die met de arm op de rug meegevoerd wordt. Eerst protesteert hij nog even maar al vrij snel verandert zijn gezicht en lijkt het alsof hij heeft besloten er maar gewoon in mee te gaan. Ik volg de agent en vriend Sam van een afstandje en weet niet zo goed wat ik moet doen. Filmen? Lastig? Dan raak ik ze kwijt als ze twee hoeken omgaan. Mijn meisje en ik wisselen vertwijfelde en verslagen blikken in het enigszins uitgestorven Canal Street metrostation.

Dan horen we stemmen en zien we ineens toch weer vriend Sam en oom Agent boven aan een trap. Hij blijkt de kwaadste niet en uiteindelijk staan we na een fikse waarschuwing met zijn allen in de metrowagon onder de rivier door. Een man die zich voorstelt als Marco Polo maant ons aan de kant te gaan zodat hij het meisje tegenover hem aan kan blijven staren. Hij is er van overtuigd dat mijn vrouw uit Zuid-Amerika komt en begint aan een stuk door in het Spaans tegen haar te ouwehoeren. Wij zijn gringo’s en niet goed genoeg voor haar, pik ik er uit. Dat is natuurlijk ook zo. Als hij vervolgens echter zegt dat we niet kunnen dansen is de maat voor mij vol. „Yo Soy el Rey del Salsa!” roep ik verontwaardigd en ik gooi er wat aangeschoten voetenwerk tegenaan om mijn punt extra kracht bij te zetten.

Marco is zichtbaar niet onder de indruk.