De Raad van State gaat splitsen, maar niet heus

Welke president van een onafhankelijk gerecht mag ieder jaar met de koning dineren? Of andersom: bij welke rechtbank heeft het staatshoofd formeel de leiding, hoewel hij daar, naar verluidt, nooit gebruik van maakt? Antwoord: de Raad van State, ruim vijfhonderd jaar oud, Hoog College van Staat en als enige geworteld in twee van de drie staatsmachten, de rechtsprekende én de uitvoerende. Kortom, een witte raaf. Invloedrijk adviseur van de wetgever en tegelijk eindrechter in het vreemdelingen- en omgevingsrecht. Deels is het een soort vijfde gerechtshof, maar dan alleen voor een stukje bestuursrechtspraak. Deels is het keurmeester: zijn kabinetsplannen wel effectief, consistent en niet strijdig met hogere wetten?

Net als bij koelkasten en auto’s zijn er zes etiketten, waarvan de strengste luidt dat de Raad een ‘bezwaar’ heeft. Dat vind ik van een schitterende afgemetenheid, die precies past bij het superego van de Raad. Verbonden met de Kroon, kompas voor het binnenlands bestuur. Op de website zegt de Raad dat het de „samenhang en continuïteit van ons staatsbestel” bewaakt. Dit moet dus wel het Staatsrechtelijk IJkwezen zijn waar in een kluis de échte beginselen van behoorlijk bestuur worden bewaard, in brons, hoop ik. „De Raad van State is niet meer weg te denken uit ons staatsbestel” staat er ook.

Dát vind ik dan weer net een tikje te verwaand. Want dat wegdenken kan juist heel goed. Sterker, dat is ook al een poosje aan de gang. Juist omdat die combinatie van advies en rechtspraak onder één dak, deels in dezelfde personen, wantrouwen bij de burger aanjoeg. Niet iedereen dacht bij een rechter aan oud-minister Deetman of, ooit, aan oud-burgemeester Vos. De een was drs. politicologie, de ander had kandidaats medicijnen.

In het laatste regeerakkoord was afgesproken dat de Raad zal worden „gesplitst” in een rechtsprekend en een adviserend deel. Daar stond het: splitsen, na vijfhonderd jaar! Dat was een revolutie – er had net zo goed kunnen staan dat de monarchie niet langer erfelijk zou zijn, maar benoembaar. Iedere tien jaar een andere adellijke familie, ofzo.

Nu betekent splitsen volgens mij ‘uiteen laten vallen in twee delen’. Zou dát echt met de Raad van State gebeuren? Nee, dus. Dat ‘splitsen’ kreeg zijn beslag in een recent wetsvoorstel over de hoogste bestuursrechtspraak, waarin VVD en PvdA een volkomen onhelder compromis hebben uitgeknobbeld.

Behalve de splitsing van de Raad van State stond er ook: „Het rechtsprekende gedeelte wordt samengevoegd met de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven”. Daar staat dus dat er een nieuw gerecht wordt opgericht: één waarin drie bestuursrechters samen verder gaan. Maar zo zal het dus niet gaan. Het CBB blijkt te worden opgeheven. De taken worden overgenomen door de Raad van State. (Over die koude overname wond ik me hier op 6 februari op.) En het CRvB, een prima functionerende bestuursrechter in sociale zekerheid en ambtenarenrecht, wordt versnipperd over vier gerechtshoven. Voor welk probleem is dít een oplossing?

In de praktijk blijft de Raad van State dus bestaan, maar dan met een grotere Afdeling bestuursrechtspraak en nieuwe rechtsgebieden. Advies en rechtspraak worden gescheiden en dat wordt ‘duidelijk’ aan het publiek ‘gepresenteerd’. Dubbelbenoemingen worden afgeschaft. Maar de bevoegde minister voor de Raad van State, Plasterk (PvdA), schrijft desondanks dat „de eenheid van de Raad voor het kabinet nog steeds een leidend uitgangspunt is”. De ‘eenheid van de Raad’ is dus gered. Wat dat betekent mag Joost weten. Zo ben je gesplitst en zo ben je weer aan elkaar geplakt – het kan snel gaan in de politiek.

Ik zou zeggen, als je splitsen zegt, splits dan ook. Maar dan echt. Maak een apart gerechtshof voor al het bestuursrecht, waar niemand achterdochtig wordt van de benoemingen of de nabijheid tot de macht. En beperk de Raad van State tot inspecteur-generaal van alle nieuwe wetten. Dat begrijpen we tenminste.