De nieuwe goudkoorts

Goud was altijd de veilige haven voor beleggers. Na een jarenlange daling van de goudprijs, is volgens analisten de bodem nu bereikt. Laait de goudkoorts weer op?

Is de bodem van de goudprijs bereikt?

Goudkopers zijn er in grofweg drie categorieën, vertelt oprichter Marleen Evertsz van goudverkoop- en opslagbedrijf Gold Republic. Mensen die goud kopen omdat ze hopen dat de prijs gaat stijgen. Figuren die goed naar hun beleggingsadviseur hebben geluisterd en in het kader van spreiding een klein deel van hun vermogen in goud aanhouden. „En je hebt mensen die altijd uitgaan van het allerslechtste, die heel argwanend naar de wereld kijken. Dat zijn de goudkopers die ook blikken voedsel thuis hebben opgeslagen en wapens hebben klaarliggen.” Ook die kloppen bij haar aan.

Sinds begin van dit jaar heeft ze het weer druk. „Gigantisch druk”, zelfs. Gelijke signalen komen van meer plekken in de markt. „De laatste weken is het erg druk”, zegt ook financieel directeur Jaap Zeeuw van der Laan van goudverkoper Doijer&Kalff.

En bij ETF Securities, waar men zogeheten trackers (ETF’s) verhandelt waarmee beleggers de goudprijs kunnen volgen, zien ze een enorme toestroom. „Wij hebben de afgelopen zes weken meer dan 1 miljard dollar zien binnenkomen voor goudtrackers, ongeveer 10 procent van de totale portefeuille”, zegt hoofd onderzoek James Butterfill.

Goudkoorts

Is zij terug? Laait de goudkoorts weer op? In de jaren na de crisis leken beleggers, spaarders en doemdenkers flink bevangen door het goudvirus. De prijs van goud stond in 2008 nog rond de 800 dollar (727 euro) per troy ounce (31,1 gram: de meeteenheid die een beetje serieuze goudfanaat aanhoudt). In 2011 was deze meer dan verdubbeld en werd zelfs even de 1.900 dollar aangeraakt. Bij zakenbank JP Morgan Chase zag men de goudprijs binnen afzienbare tijdnaar wel 2.500 dollar stijgen.

Maar het tegenovergestelde gebeurde. Sinds de zomer van 2012 daalde de goudprijs hard, afgelopen december noteerde die zelfs 1.050 dollar: het laagste punt in zes jaar.

Dat is opvallend. Goud wordt namelijk altijd bestempeld als ‘veilige haven’. „Je weet dat goud veilig in de kluis ligt, het niet te manipuleren is en het kan worden niet bijgedrukt”, zo vat grondstoffenspecialist Matthew Michael van vermogensbeheerder Schroders de voordelen samen.

Bij onrust en onzekerheid op de markt vluchten beleggers naar het veilige goud, zo luidt de breed geaccepteerde theorie. Maar de praktijk is de afgelopen jaren opvallend anders geweest. Voor beleggers bestaat er een zogeheten ‘paniekindex’, de VIX, waaraan de onrust op de markten af te zien is. Leg die naast de goudprijs van de afgelopen vijf jaar en er is geen wezenlijke correlatie te vinden.

Of zoom in op het afgelopen jaar waarbij de aandelen- en obligatiemarkten flink geraakt werden door de economische terugval in China en andere opkomende markten, de crisis op de grondstoffenmarkt, de onduidelijkheid over de Amerikaanse rente, het gigantische opkoopprogramma van de ECB en negatieve rentes in Europa. De goudprijs reageerde er niet op. Die daalde zelfs.

Bodem is bereikt

Toch denken verschillende analisten met zekerheid te zeggen dat de bodem nu is bereikt. ABN Amro gaf onlangs in een onderzoeksrapport met de titel ‘Van pessimist naar optimist’ aan weer vertrouwen te hebben in de ontwikkeling van de goudprijs. „De afgelopen jaren was de markt moeilijk, maar het is aan het draaien. De bodem is bereikt, goud is nu erg goedkoop”, zegt ook Michael van Schroders. Op dit moment staat de goudprijs liefst 200 dollar (20 procent) hoger dan in december.

Hét ideale moment om uw spaarpot of erfenis in goud om te laten zetten? Nee, je moet nooit enkel in goud stappen, zegt zelfs goudverkoper Zeeuw van der Laan. „Ik geloof in het spreiden van vermogen. Een stuk in aandelen, een stuk in obligaties, een stuk in vastgoed, een stuk in edelmetaal. Je moet niet 80 procent van je geld in goud beleggen.” Ook Michael van Schroders predikt spreiding. „Tot 10 procent in andere beleggingen dan aandelen en obligaties is geen slecht idee. Goud zou daar onderdeel van moeten uitmaken.”

    • Camil Driessen