Daan Roosegaarde waant zich Steve Jobs

Het tv-programma College Tour is gebaseerd op het Amerikaanse Inside The Actors Studio – een beroemde acteur of actrice geeft een gastcollege in vraag-en-antwoord-vorm. De eminentie van de gast staat buiten kijf. Gebruik je de gelegenheid voor een kritische weging van die eminentie, zoals afgelopen week gebeurde toen Daan Roosegaarde de eer te beurt viel, dan trakteer je de gast feitelijk op een klapsigaar. Toch legt dit incident een fascinerend probleem bloot. De Delftse hoogleraar Bob Ursem stelt dat Roosegaarde doet alsof hij de geestelijke vader is van de ‘smogtoren’, terwijl hij feitelijk alleen een spiffy behuizing ontwierp voor technologie die Ursem ontwikkelde, patenteerde en ook reeds toepaste.

Op de avond van de geruchtmakende uitzending keek ik toevallig naar de film Steve Jobs van Danny Boyle. Een frappante parallel met de zaak Roosegaarde-Ursem kan de kijker niet ontgaan. Het verhaal concentreert zich op drie sleutelmomenten in Jobs carrière, telkens als hij een nieuw product lanceert: de Macintosh (1984), de NeXT (1988) en de iMac (1998). Zoals Mao Zedong in China nog massaal vereerd wordt, hoewel hij volgens het huidige bewind maar „voor 70 procent” een goede leider was, werd slechts één van die drie Jobs-computers een succes (de iMac). In een zeldzaam moment van zelfspot suggereert Jobs dat de naam van zijn bedrijf geïnspireerd is op de vergiftigde appel waarmee Alan Turing, de uitvinder van de computer, zelfmoord pleegde.

Het product dat Apple lange tijd overeind hield was de Apple II, geesteskind van Jobs oerpartner, Steve Wozniak. Wozniak ontwierp het binnenste van de eerste Apples, Jobs hield zich bezig met het uiterlijk, de pr en de marketing.

Mijn sympathie voor Apple liep fikse averij op toen de iPhone 4 werd uitgerust met schroeven waarvoor geen schroevendraaiers bestaan. Je verkoopt tientallen miljoenen exemplaren van een duur product en misgunt kleine, plaatselijke ondernemers de mogelijkheid om ze te servicen. Of je ontwerpt een nieuw plugje, en om te voorkomen dat anderen zulke plugjes ook gaan verkopen stop je er een chip in die lastig te kopiëren is, zodat je klanten elke keer als hun snoertje stuk gaat of zoek raakt, weer diep in de buidel moeten tasten. Noem mij een oude hippie, maar dat soort commercieel fascisme is moeilijk te rijmen met het oorspronkelijke anti-autoritaire imago van Apple.

Wat blijkt uit deze film? Vendor lock-in, zoals deze strategie heet, is altijd Jobs obsessie geweest. Reeds de Macintosh zat dicht met auteursrechtelijk beschermde schroeven! Eén keer slaagde Steve Wozniak erin een open systeem te ontwerpen, en dat was de II, ruim tien jaar lang het enige product waar Apple geld aan verdiende. Want juist dankzij die open architectuur werd de II een tophit onder computerhobbyisten en gaf hij een enorme impuls aan de inburgering van de personal computer. En telkens als Jobs weer een Apple product ging lanceren kwam Wozniak langs en smeekte hem het team van de II een pluim te geven. En Jobs weigerde, telkens weer. Waarom? Niet omdat hij Wozniak de eer misgunde, denk ik, maar omdat het de aandacht van de buitenkant van Apple producten zou verleggen naar de binnenkant. Impliciet zou hij erkennen dat hij zelf ‘slechts’ de vertegenwoordiger was van onzichtbare genieën.

Steve Jobs staat klaar om een computer te lanceren die uit een handvol, deels bijeengestolen ideeën van anderen bestaat en die Apple aan de rand van de financiële afgrond zal brengen, en Joanna Hofmann, zijn trouwe rechterhand, fluistert in zijn oor: „Go make a dent in the universe, Steve.” Het zelfbeeld van Steve Jobs, in één zin. Ik vermoed – de coltrui kan toeval zijn – dat Daan Roosegaarde zich een kleine Steve Jobs waant en Bob Ursem beschouwt als zijn Wozniak. Al zou de echte ‘Woz’ het wel uit zijn hoofd hebben gelaten om op een feestje ter ere van Jobs zijn gram te halen.