Beweging der bozen vraagt om het tonen van leiderschap

Paniek bij de Amerikaanse Republikeinse Partij na de derde overwinning van een voorverkiezing door Donald Trump. Dit keer was het de dun bevolkte staat Nevada waar Trump de andere Republikeinse kandidaten voor het presidentschap ver achter zich liet. Met grote nervositeit kijkt de partijtop uit naar komende dinsdag , Super Tuesday, wanneer in negen staten mag worden gestemd en Trump wederom kan toeslaan.

Paniek bij de Britse premier David Cameron. Met ronkende toespraken in Brussel en Londen presenteerde hij afgelopen zaterdag en zondag het door hem bereikte akkoord met de 27 andere regeringsleiders van de Europese Unie waarmee het Verenigd Koninkrijk in zijn ogen lid kan blijven van de EU. Vol vertrouwen kondigde Cameron een referendum aan op 23 juni waarbij de Britten zich kunnen uitspreken voor blijven of vertrekken uit de Europese Unie. Zondag volgde de deceptie. Zijn bondgenoot uit de Conservatieve Partij, de charismatische Londense burgemeester Boris Johnson wees het bereikte akkoord af en maakte bekend campagne voor vertrek te zullen voeren.

Paniek bij de leiding van de Duitse CDU van bondskanselier Angela Merkel. Op 13 maart worden in drie deelstaten verkiezingen gehouden. De peilingen wijzen consequent op een flinke score voor de protestpartij Alternative für Deutschland (AfD) waardoor deze partij met gemak over de kiesdrempel kan komen en in drie deelstaatparlementen vertegenwoordigd zal zijn.

Paniek ook in Nederland bij de klassieke partijen. Het zijn slechts peilingen, maar de trend is onmiskenbaar. De PVV van Geert Wilders, die deze week tien jaar bestaat, heeft sinds vorig jaar zomer een aanzienlijke voorsprong op alle andere partijen.

Hoewel het om verschillende landen en omstandigheden gaat, is er één constante: in alle gevallen betreft het een groeiend antigeluid dat veelal met behulp van non-conformistische vertolkers zijn politieke vertaling krijgt. De geprononceerde tegenstem met een beschuldigende vinger naar de ‘niet-luisterende’ elite is momenteel in het publieke discours leidend en slaat electoraal aan.

Volledig nieuw is het verschijnsel niet. In de jaren negentig was het onafhankelijk Amerikaans presidentskandidaat Ross Perot die „de rotzooi kwam opruimen”. En in Nederland stelde Pim Fortuyn in 2002 „de puinhopen van Paars” aan de orde en trok ten strijde tegen de gevestigde politieke orde. Nieuw is wel het universele en groeiende succes van de beweging.

Anders is ook het klimaat waarin de boze anti-stem weet te gedijen. Voor zover de economische malaise er al niet is, hangt deze als een permanente dreiging in de lucht, op het geopolitieke vlak is sprake van spanningen die aan de Koude Oorlog doen denken en het Europese continent – nog niet bekomen van de eurocrisis – worstelt met een vluchtelingencrisis die de onderlinge solidariteit tussen de lidstaten van de EU zwaar op de proef stelt.

Het probleem voor de ‘aangeklaagden’ is dat makkelijke eenregelige verwijten, niet gepareerd kunnen worden met even scherp getoonzette eenregelige makkelijke antwoorden. Het antwoord moet gezocht worden in overtuigend leiderschap.

Daar zit het probleem. Onzekerheid en angst voor de toekomst vormen een belangrijke voedingsbodem voor de tegenbeweging. Maar juist aan overtuigend leiderschap – zie bijvoorbeeld de niet-aanpak van de vluchtelingencrisis – ontbreekt het. Toch ligt hier de grote uitdaging.