Afwas inruimen is oorlog

De indeling van de afwasmachine is voor velen een bron van conflict. Voor eens en voor altijd beslechten we de discussie. 

Van alle huishoudelijke apparaten is de afwasmachine wel de wonderbaarlijkste. Een kast waarin je vuil vaatwerk opbergt. Als je die de volgende ochtend weer opendoet, blinken de borden en fonkelen de glazen je tegemoet.

Dat is al wonderlijk genoeg. Tegelijkertijd voel je jezelf ook een beetje schoner. Het is alsof die zware saus van gisteravond, dat romige dessert en al die glazen wijn uitgewist zijn, ritueel gereinigd. De vaatwasser laat je iedere dag met een schone lei beginnen.

Toch zijn er mensen die terugverlangen naar de tijd dat je bij het aanrecht stond, met een kwast en een teiltje met sop. Naast je een huisgenoot die de natte vaat met een doek afdroogde. Die afwaspraktijk bestaat nauwelijks meer. Maar daardoor is het wel „killer en kaler” geworden in de keuken, vindt filosoof Jan Vorstenbosch, want het afwasritueel was een „ideaal vehikel” voor de communicatie binnen het gezin (Twaalf huishoudelijke apparaten, 2000). Afwasexpert Rob Biersma geeft een voorbeeld: „Waar kan een moeder de aanstaande schoondochter beter leren kennen dan in de keuken onder de vaat?” (Ik kan alles, 2002).

Bron van discussie

Zeker. Toch heeft de vaatwasser het gesprek in de keuken niet beëindigd. Sterker, het blijkt een voortdurende bron van discussie.

Het gaat nu vaak over de juiste indeling van de vaatwasser, de dosering van het afwasmiddel en het onderhoud van de machine. De één vindt onder de kraan voorspoelen nodig, de ander juist niet. „Waar hebben we anders een vaatwasmachine voor?” De één constateert een vervuilde zeef, de ander meent dat de nonchalance waarmee sommige huisgenoten de vaatwasser behandelen daarvan de oorzaak is.

Reden genoeg om eens advies in te winnen. We gingen langs bij de vaatwasexperts van Miele en Bosch en noteerden hun inzichten.

1. Voorspoelen onder de kraan

Niet nodig, zeggen de experts. Erger nog, voorspoelen kan de automatische vuildetectie van sommige vaatwassers in de war sturen. „Schraapschoon” is het devies. Alles wat je er met een mes gemakkelijk af kan schrapen hoort niet in de vaatwasmachine. Eierschalen, kersenpitten, tandenstokers, stukjes broccoli, visgraatjes.

2. En aardappelpuree dan? 

Dat wil zich nog wel eens als een grijze film over de vaat verspreiden. Toch is ook daar voorspoelen niet nodig. Maar als er sprake is van veel aardappelresten kan dat de opruimcapaciteiten van het wasmiddel te boven gaan. In dat wasmiddel zit een enzym dat zetmeel moet ‘inkapselen’ en moet afvoeren, maar op een gegeven moment zijn die enzymen op. De meeste mensen gebruiken afwasmiddel in blokjesvorm, en daar zit nu eenmaal een vast aandeel zetmeelopruimers in. Als je een extra vuile vaat hebt, moet je eigenlijk een hogere dosering gebruiken, maar twee blokjes passen niet in het doseringsvakje.

3. Zijn die blokjes wel ok? 

Hier belanden we in een belangrijke kwestie. Is een poeder of een vloeibaar wasmiddel beter? Eigenlijk wel, zeggen Bosch en Miele. Blokjes zijn gemakkelijk, maar een poeder of een vloeibaar middel maakt een dosering op maat mogelijk: meer bij een vuile vaat, minder bij een kleine of schone vaat.

4. Komen we bij het inruimen

De vuilste spullen moeten in de onderste etage van de vaatwasser, want de stralen van de onderste ronddraaiende sproeier zijn het krachtigst.

5. Dan de kwestie bestek

Met de heften omhoog of omlaag in het bestekmandje? Sommige mandjes hebben een rooster aan de bovenkant, zodat je gedwongen wordt het bestek met de heften omlaag in het rooster te steken. Lepels blijven vrij van elkaar, en vervallen niet tot de moeilijk schoon te maken lepeltje-lepeltje-opstelling. En wat vorken betreft: tanden door de bodem van het mandje houden de ronddraaiende sproeier tegen en verprutsen de wasbeurt. Tanden en lemmets dus naar boven richten? Daar kan een ander zich lelijk aan bezeren. Maak daar een sluitende afspraak over en was scherpe vleesmessen met de hand af. En geef na het inruimen beide sproeiarmen een zetje. Draaien ze vrij rond? Dan kan het afwassen beginnen.

6. Een andere kwestie: kommen en borden van kunststof 

Die drogen vaak slecht. Dat komt doordat ze de warmte die in het droogcyclus in de machine wordt verspreid niet zo goed vasthouden, ze koelen sneller af dan de rest en de overvloedig aanwezige waterdamp condenseert dan op het kunststof. Aardewerk blijft veel langer heet, en daarom, zegt Miele, gaan hún vaatwassers aan het einde van de droogcyclus automatisch open, zodat ook de plastic vaat kan drogen. Verder, zeggen ze daar, is het verstandig om spullen van kunststof vlak bij een flinke porseleinen schaal te zetten, en kunststof borden tussen de borden van aardewerk. Bosch vreest dan juist meer condens. Uitproberen is het enige wat erop zit. En anders sparen voor een vaatwasser met zeoliet, een wonderlijk mineraal met sterk drogende eigenschappen. De warme lucht wordt door een ruimte met zeoliet geleid en komt er warmer en droger weer uit.

7. To spoelglans or not to spoelglans 

Het spoelglansmiddel helpt ook bij mooi opdrogen, want het laat het water beter van het vaatwerk afvloeien. Is het ook nodig? Bij gebruik van blokjes met een gecombineerde werking (“3 in 1”) hoeft dat niet. Bij poeder of een vloeibaar wasmiddel moet je het glansreservoir wel vullen. En alweer: dat werkt beter dan een blokje, want het glansmiddel wordt dan op het juiste moment aan het spoelwater toegevoegd.

8. En dan het zout 

Hetzelfde geldt voor het derde product dat in de vaatwasser moet: zout. Dat zout regenereert het onthardingsmiddel dat ergens diep in de machine zit. Op internet is de hardheid van het water per gemeente op te zoeken en op de machine moet die vervolgens worden ingesteld. Dat is een klusje dat alleen met close reading van de gebruiksaanwijzing tot een goed einde is te brengen. Wie combiblokjes gebruikt, hoeft geen zout bij te vullen en het instellen van de machine is dan ook niet nodig.

9. Het onderhoud van de machine

Dat gaat vooral om één ding: de zeven. Als de mensen die nou eens vaker zouden schoonmaken, verzuchten Miele en Bosch eenstemmig. Dat zou heel wat verstopte sproeiarmen en vastgelopen pompen voorkomen. Meestal bestaat de zeef uit twee gedeelten. Een vlakke metalen gaatjeszeef, die je er makkelijk uitpakt, en daaronder een cilindervormige zeef met nylon gaas. Beide moeten een paar keer per week onder de kraan worden afgespoeld. Als het wasresultaat blijft tegenvallen, kan er vuil in de sproeiarmen zitten. Je kunt de armen losklikken of losdraaien en ze doorspoelen met stromend water. Het is wel een veeg teken, verstopte sproeierarmen. Blijkbaar is er een huisgenoot die zijn plicht verzaakt. 

    • Warna Oosterbaan