Wie in China geld heeft, smurft het weg

Terwijl de haperende Chinese economie wereldwijde onzekerheid voedt, is datzelfde land vrijdag en zaterdag gastheer van een financiële G20-top. Chinezen zelf hebben er al weinig vertrouwen meer in en proberen zo veel mogelijk kapitaal de grens over te ‘smurfen’. 

2015: ongekende kapitaalvlucht uit China

Wang Jie, eigenaresse van kappers- en schoenenzaken in Shanghai, gaat tijdens het Chinese nieuwjaarsfeest graag naar belastingparadijs Hongkong om te shoppen. Voor het eerst dit jaar is zij niet alleen teruggekomen met een nieuwe garderobe maar ook met vijf levensverzekeringen ter waarde van 250.000 Amerikaanse dollars. 

„Je betaalt in renminbi en zij keren later uit in dollars. Op deze manier hebben wij ons spaargeld veilig weggezet. Wij, en vooral mijn vader, zijn zeer bezorgd of ons geld wel zijn waarde behoudt”, legt de onderneemster in Shanghai uit.

Wang Jie mag net als iedere Chinees maximaal 50.000 dollar per jaar uitvoeren, maar door haar halve familie in te schakelen kan zij haar legale quotum omzeilen. Van de vijf polissen staat er één op haar naam, de andere staan op naam van haar gepensioneerde ouders en twee neven.

Vermogen exporteren uit China wordt streng gecontroleerd, maar Wang Jie is beslist niet de enige die met behulp van vrienden en familie door dit gat in de muur rondom de Chinese kapitaalmarkt kruipt. Er is zelfs een fantasierijke term voor: ‘smurfen’. Wie op sociale media ‘smurft’, vraagt om tips en trucs om geld, renminbi’s, naar het buitenland te sluizen en om te zetten in dollars of euro’s.

Nu de economie afzwakt en het vertrouwen in de banken en de waarde van de munt onder steeds grotere druk komen te staan, is de export van kapitaal een hot topic geworden. Niet verwonderlijk, want voor het eerst sinds China begon aan een spectaculaire economische opmars verlaat meer kapitaal het land dan er binnenkomt.

Een hoogst ongemakkelijk feit waar de Chinese media over zwijgen, want het is geen teken van groot vertrouwen in de economie en het Chinese leiderschap. En niet alleen Chinese investeerders en spaarders zijn nerveus over de economie, het muntbeleid en de steeds hogere schulden van staatsbedrijven. De G20-ministers van Financiën, de centrale bankiers en het IMF willen eveneens graag weten wat er precies aan de hand is.

Vrijdag en zaterdag wordt van de Chinese autoriteiten, die dit jaar de G20-bijeenkomsten leiden, verwacht dat zij duidelijkheid verschaffen over de koers en de problemen bij het managen van de tweede economie van de wereld. Een volwaardige financiële crisis in China kan de prille opleving in Europa en het krachtige herstel in de VS immers blokkeren.

„Van een dramatische race naar de uitgang is misschien nog geen sprake, maar het is wel een zeer zorgelijke ontwikkeling dat bedrijven en burgers uit angst voor een grote devaluatie van de munt én zorgen over de economie het land uit willen”, schrijft de Chinese onderzoeker Sun Yu in FT Confidential Research.

Wegsmeltend vertrouwen in het financieel-economisch management en de vrees voor een grote devaluatie in de lente van dit jaar is de reden dat steeds meer middenklassefamilies in grote en middelgrote steden financieel willen emigreren. Sun Yu heeft 1.000 middenklassefamilies en 60 banken ondervraagd en komt op grond daarvan tot de conclusie dat de uitstroom van kapitaal ook in 2016 en 2017 „op robuuste wijze zal groeien”. Want „iedereen met een paar miljoen renminbi op de bank heeft de stap naar het buitenland al gezet of denkt daarover na”.

Groei kan uitstroom niet dempen

Langs legale weg stroomde in 2015 676 miljard dollar (613 miljard euro) China uit, gevolgd door 113 miljard in januari van dit jaar. Daar zijn de illegaal verdwenen miljarden nog niet bij opgeteld. Uiteraard trok de afzwakkende, maar nog steeds groeiende economie (officieel met 6,9 procent, officieus rond de 5 procent) nog steeds kapitaal aan. Maar, zo heeft het Instituut voor Internationale Finance in Washington DC berekend, netto is er sprake van kapitaalexport. En dat is nieuw.

Dat de puissant rijken al jaren hun kapitalen verspreiden over de wereld is bekend; betrekkelijk nieuw is dat de uitdijende Chinese middenklasse, waartoe Wang Jie behoort, dat voorbeeld volgt. Of wil volgen, want velen hebben deze stap nog niet gezet uit angst voor juridische repercussies of door onbekendheid met buitenlandse markten. Beurscrises zoals in de zomer van 2015 en nieuws over sluitingen van duizenden mijnen en staalfabrieken versnellen de besluitvorming in menige familie.

In steden als Shanghai schieten de adviesbureaus, ondergrondse ‘geldwinkels’, particuliere banken en mistige investeringsfondsjes sneller uit de grond dan een rijstplantje in de Balinese sawa’s. Dollarrekeningen op Chinese banken in het buitenland, levensverzekeringen, aandelen, kunst en uiteraard vastgoed (in Amerika, Australië en Europa) vormen de belangrijkste bestemmingen van Chinees vluchtkapitaal.

In theorie heten de exportbeperkingen streng te zijn, in praktijk is de muur poreus, mede dankzij de talrijke ondergrondse banken die vertakkingen hebben in iedere buitenlandse stad met een Chinatown of een vestiging van een Chinese bank. In een spel met rekeningen en tegenrekeningen worden door deze ‘geldwinkels’ grote bedragen naar alle delen van de wereld gepompt.

Buitenlandse overnames

Lang niet al het Chinese kapitaal dat naar het buitenland stroomt, is overigens vluchtkapitaal. Volgens Mark Williams, de Azië-specialist van economisch onderzoeksbureau Capital Economics in Londen, is het op zich een goede ontwikkeling dat Chinese bedrijven hun buitenlandse dollarschulden afbetalen en grote investeringen doen in buitenlandse overnames. „Dat is heel normaal en goed voor de wereldeconomie, ware het niet dat er nu sprake is van een netto-uitstroom”.

Merkwaardig is natuurlijk wel als grote staatsbedrijven, die diep in de schulden zitten, kolossale bedragen neerleggen voor buitenlandse acquisities, zoals onlangs ChemChina dat voor 43 miljard dollar het Zwitserse Syngenta wil kopen. Feit is bovendien dat door de kapitaalcontroles, de afzwakkend economie, de lage spaarrentes en de wild zwalkende beurzen kleinere Chinese investeerders weinig keuze hebben dan „te smurfen”.

Wie investeert er nog in een staalbedrijf of een cement- of papierfabriek waar er veel te veel van zijn? Liefst zouden velen in nieuwe bedrijven als Alibaba, Baidu of Tencent investeren, maar die aandelen zijn in China niet te koop.

„Je moet wel naar het buitenland wil je je geld een klein beetje laten renderen. Ik vertrouw het in China bovendien gewoon niet meer. Ik hoef niet eens een hoog rendement te halen, als ik maar weet dat ons geld veilig is”, zegt Wang Jie, die nu op zoek is naar andere manieren om haar spaargeld op legale manier uit te voeren.

Met dikke pakken geld onder haar trui op buitenlands reis gaan, zoals een Shanghaise vriendin van haar deed, durft zij niet. Zij heeft evenmin een 154-koppige familie om in een klap 7,7 miljoen dollar uit te voeren, zoals een andere Shanghaise kennis van haar onlangs deed.

Bovendien treden nieuwe maatregelen in werking om kapitaalvlucht te bemoeilijken. Met je bank- of creditcard een buitenlandse levensverzekering kopen wordt onmogelijk, de controles op het openen van buitenlandse bankrekeningen worden verscherpt en de politie jaagt op de uitbaters van „geldwinkels”. Vastgoed of buitenlandse voetbalclubs of buitenlandse topspelers aanschaffen kan nog wel, mits met toestemming van de monetaire autoriteiten. Overtredingen worden bestraft met minstens een tweejarig verbod op het kopen van buitenlands geld of andere bezittingen. En niemand zit te wachten op visites van de anti-corruptieteams van de Communistisch Partij.

„Het grote probleem is dat de netto uitstroom van kapitaal een bedreiging vormt voor de Chinese financiële stabiliteit en daarmee voor de rest van de wereld”, aldus Williams. Kapitaal dat ingezet zou kunnen worden voor de modernisering van de economie, het saneren van slecht geleide staatsbedrijven en het ondersteunen van de beurzen, lekt op deze manier weg.

Daling buitenlandse deviezen

Met nog strengere kapitaalcontroles proberen de Chinese autoriteiten daarom de uitstroom te dempen. Ook worden tientallen miljarden aan buitenlandse deviezen ingezet om de koers van de renminbi ten opzicht van de dollar, de euro en de yen op peil te houden. Daar zijn grote bedragen mee gemoeid, zo blijkt uit de daling van de Chinese buitenlandse deviezen van ruim 4.200 miljard dollar in 2014 naar 3.200 miljard eind 2015.

Of de verdediging van de renminbi vol te houden is, is een van de grote vragen op de G20-top in Shanghai wordt gesteld. Lukt het China niet de kapitaalvlucht in te dammen met strengere, impopulaire restricties dan is een grote devaluatie van de renminbi onvermijdelijk, vrezen G20-ministers en het IMF. Dat is misschien goed nieuws voor de Chinese exporteurs, maar voor de Chinese autoriteiten, die van de renminbi een wereldreservemunt willen maken, is dat een onverteerbare nederlaag en internationaal gezichtsverlies. En erger nog, het zal de start zijn van een muntoorlog.

    • Oscar Garschagen