Van Benthems tweede, mét prins

De NOS zond vrijdag een herhaling uit van de tocht waarin plots een prins opdook en Evert van Benthem won.

Sfeerbeeld uit de Elfstedentocht van 1986, waarin prins Willem-Alexander meereed en door zijn ouders werd opgewacht alsof ze een gewoon gezin waren.

Hij was pas de derde man die voor de tweede keer een Elfstedentocht won. Precies dertig jaar geleden finishte Evert van Benthem op de Bonkevaart in Leeuwarden als winnaar, net als een jaar eerder. Deze vrijdag laat de NOS op haar website, NOS.nl, de tocht van 26 februari 1986 van start tot ver na Van Benthems finish zien. De uitzending begon om kwart voor vijf, het moment dat de wedstrijdschaatsers uit hun kooi in de Veemarkthallen werden losgelaten.

Toch was het niet alleen de Elfstedentocht van Van Benthem. Veel aandacht ook voor W.A. van Buren, de schuilnaam van, toen nog, prins Willem-Alexander. Pas tijdens de tocht werd bekend dat hij meedeed en Willem-Alexander, toen 18 jaar oud, reed ‘de tocht der tochten’ uit. Zijn ouders, koningin Beatrix en prins Claus, stonden hem op te wachten bij de finish, alsof ze een gewoon gezin waren.

De veertiende Elfstedentocht werd een jaar en vijf dagen na de vorige editie gehouden – die van 1985 was de eerste sinds 1963. Pas in januari 1997 vroor het weer hard genoeg om het evenement te kunnen organiseren. Henk Angenent is op weg naar het twintigste jaar dat hij zich de laatste winnaar van de Elfstedentocht kan noemen.

Er stond die 26ste februari weinig wind en het was zonnig. Hard ijs, maar wel met scheuren, en er lag zand op. Er waren bijna 17.000 toerrijders, van wie er 14.788 de finish haalden.

De nu 57-jarige Van Benthem is sinds zijn dubbelzege een nationale held, en net als de winnaars voor hem en zijn opvolger Angenent altijd gewoon gebleven. Jaren geleden verruilde hij met zijn gezin zijn boerderij in Sint Jansklooster voor een boerderij in de buurt van het Canadese Calgary. Het schaatsen laat hem nooit meer los. „Als er ijs ligt in Nederland”, zei hij vorig jaar in NRC, „dan komen we direct.”

    • Frank Versteeg