Steeds verder kijken door het stof van de Melkweg

Voor het eerst is de Melkweg volledig afgebeeld in submillimeterstraling. Dan ziet deze sterrenband er toch heel anders uit dan bij zichtbaar licht, want straling van langere golflengten heeft minder last van stofwolken. 

Het hart van de Melkweg op vier manieren bekeken. Boven de nieuwe ATLASGAL-foto in submillimeterband (voorbij infrarood), daaronder in infrarood, daaronder in het nabije infrarood. Helemaal onder in het 'gewone' zichtbare licht.

Foto's ESO

Vier foto’s, en op alle vier staat hetzelfde: het centrale deel van de Melkweg, bekeken vanaf het zuidelijk halfrond.

Althans – alleen de onderste foto toont de Melkweg zoals we die zelf zouden kunnen zien. De overige drie laten hetzelfde deel van de Melkweg zien in drie andere golflengtegebieden: op de bovenste foto in een soort ‘licht’ dat het midden houdt tussen infrarood licht en radiostraling, daaronder in het infrarode en het nabij-infrarode deel van het elektromagnetische spectrum. En tot slot dus in ‘gewoon’, zichtbaar licht.

De kleuren op de bovenste drie stroken zijn trouwens niet vergelijkbaar met de kleuren op de onderste foto. De bovenste drie stroken tonen de Melkweg immers op golflengten die wijzelf niet kunnen zien, dus die kleuren zijn ‘nep’, later toegevoegd.

De onderzoekers van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) die deze foto’s presenteren, zijn het meest trots op de bovenste strook. De zogeheten submillimeterstraling waarin die is afgebeeld, is afkomstig van wolken van zeer koud gas en stof – gebieden waar ooit nieuwe sterren geboren zullen worden. Het is voor het eerst dat de zuidelijke Melkweg volledig in kaart is gebracht op submillimeter-golflengten.

Deel van de opstelling van de European Southern Observatory. Kijk naar verschillende webcams ter plaatse via http://www.eso.org/public/outreach/webcams/.

Op de website van ESO is een wonderschone complete versie van dat hele panorama te vinden, dus niet alleen van het centrale deel dat hierboven is afgedrukt. Die langgerekte plaat – de complete versie is 2.220 bij 84.353 pixels groot – geeft een ongekend gedetailleerd beeld van de stellaire broedkamers waar de temperaturen nog amper boven het absolute nulpunt (–273,15 °C) liggen. Er kan ook op worden ingezoomd. De zelfde plaat staat ook onder dit bericht afgebeeld, op zijn kant gezet.

De onderste strook, hierboven, is dus een ‘normale’ foto. Het gaat wat ver om te zeggen dat dit de Melkweg is zoals we die met het blote oog kunnen zien – zo (kleur)gevoelig zijn onze ogen nu ook weer niet – maar het komt in de buurt. De donkere delen op deze foto zijn geen lege gebieden, maar dichte stofwolken die alles wat daarachter ligt aan het zicht onttrekken. Vooral van het centrum van de Melkweg (in het midden), dat toch echt heel veel licht produceert, is door het vele stof weinig te zien. Links en rechts van dat centrum vallen vier kleurrijke ‘wolken’ op: dat zijn relatief nabije gaswolken waarin sterren aan het ontstaan zijn.

Elke strook hoger is het Melkwegcentrum wat beter te zien. Dat komt doordat straling van langere golflengten weinig of geen hinder ondervindt van het stof tussen de sterren.

De ESO heeft de foto’s deze week gepresenteerd ter gelegenheid van de voltooiing van de ‘APEX Telescope Large Area Survey of the Galaxy’ – kortweg ATLASGAL. Aan de ATLASGAL-survey is acht jaar gewerkt. De waarnemingen met de APEX-telescoop, die op een vijf kilometer hoge hoogvlakte in Chili staat, zijn gedaan tussen 2007 en 2010. De resterende tijd was nodig om de enorme hoeveelheid gegevens te verwerken.

Scroll door de héle Melkweg

Hieronder is de héle Melkweg te zien, in een lange strook met een gecombineerde foto van de nieuwe APEX+Planck/ATLASGAL/submillimetre- en de iets oudere Spitzer/GLIMPSE/infrared-waarnemingen. Ook zijn een paar gaswolken te zien die zich tussen de aarde en de massa van de Melkweg bevinden. De APEX-gegevens zijn helder rood, de Spitzer/GLIMPSE-gegevens blauw. De aanvullingen uit de Planck waarnemingen zijn in een vager rood weergegeven. 

Scroll heel ver door de Melkweg en klik of tap op de bollen voor meer uitleg.

    • Eddy Echternach