Bij je vrouw in een ander EU-land gaan wonen en direct een uitkering? Niks daarvan, stelt EU-rechter

EU-landen mogen burgers uit andere landen van de EU een sociale uitkering weigeren in de eerste drie maanden van hun verblijf. Dat heeft het Hof van Justitie van de EU donderdag bepaald.

De zaak ging over een geschil tussen het arbeidsbureau van het Duitse Gelsenkirchen en een Spaanse immigrant. De man was zijn vrouw achternagereisd, die al in Duitsland werkte. Hij vroeg een uitkering aan, maar die werd afgewezen. Terecht, meent het hof. Van migranten uit andere EU-landen kan niet worden geëist dat ze de eerste drie maanden na aankomst een baan hebben. Maar dan mag ook niet van de lidstaten worden gevraagd om uitkeringen te verstrekken, zo stelt het hof. De uitspraak ligt in het verlengde van enkele recente arresten waarin het hof de beleidsvrijheid van lidstaten bekrachtigt om EU-migranten uitkeringen te weigeren.

In 2014 bepaalden de Europese rechters dat Duitsland geen bijstand hoeft te verstrekken aan een Roemeense, die niet werkte en evenmin op zoek was naar een baan. Zij was uitsluitend naar Duitsland gekomen voor een uitkering. In september oordeelde het hof dat ook werkzoekenden uit een ander EU-land kunnen worden uitgesloten van sociale bijstand.

Pas na vijf jaar legaal in een ander EU-land te hebben gewoond hebben Europese burgers dezelfde sociale rechten als autochtonen. Met name over de ‘tussenperiode’ van drie maanden tot vijf jaar is politiek en juridisch veel te doen in Europa.

De recente uitspraken van het hof zijn een steun in de rug voor landen als het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Nederland, waar een bij vlagen fel debat woedt over migratie uit Oost-Europa.

Het beperken van sociale voorzieningen voor EU-arbeidsmigranten is een van de onderdelen van de deal die de Britse premier Cameron heeft gesloten met de EU om een Brexit te voorkomen.