Milieuzone, een marginaal effect dat 12 miljoen kost

De milieuzone is de enorme investering en ellende voor autoliefhebbers niet waard, zeggen Sander Jongerius en Niels van Ham.

Krijgen Rotterdammers door het weren van ‘oude’ auto’s daadwerkelijke schonere lucht? En is de voorspelling van wethouder Pex Langenberg, van 30 procent schonere lucht door invoering van de Rotterdamse milieuzone, wel juist? Voor het weren van slechts 1,84 procent van het wegverkeer moet 12 miljoen aan uitvoeringskosten worden gemaakt, gaan bedrijven failliet, en moeten mensen hun passie en liefde voor oude auto’s opgeven.

Het besluit van de Rotterdamse Milieuzone is genomen op basis van een prognose uit 2012 voor het aantal voertuigen in 2015. Deze autotelling door TNO is uitgevoerd vóór de invoering van de nieuwe Wet op Motorrijtuigenbelasting in 2013. Deze wet zorgde voor een sterke daling in de hoeveelheid young- en oldtimers, omdat benzineauto’s pas vanaf 40 jaar belastingvrij werden, en diesel- en LPG-auto’s nooit meer. Voorheen was dit 25 jaar.

De gemeente Rotterdam heeft in oktober 2015 een nieuwe autotelling uitgevoerd, zo’n 5 maanden ná publicatie van het gemeentelijke plan voor de milieuzone.

De resultaten van deze tweede wagenparkscan zijn pas op 22 januari 2016 naar de gemeenteraad gestuurd, en zijn nooit meegenomen in de besluitvorming. Dat is extra kwalijk nu blijkt dat de cijfers uit de prognose niet kloppen. Er zijn grote verschillen tussen de prognose uit 2012 en de werkelijke telling in 2015.

In 2012 was de prognose voor het percentage ‘oude’ benzinevoertuigen (personen- en bestelvoertuigen) 0,61 procent, en voor dieselwagens 2,95 procent. De werkelijke telling kwam veel lager uit: 0,14 procent benzine en 1,7 procent diesel. Er blijkt dus in werkelijkheid ruim 77 procent minder ‘oud’ benzineverkeer dan in 2012 voorspeld, en ruim 57 procent minder dieselverkeer. Dit heeft grote gevolgen voor de beloofde vermindering van de uitstoot. Wethouder Langenberg claimt dat er 30 procent minder roetuitstoot wordt gerealiseerd, maar dit is in werkelijkheid nog geen 6,5 procent. Deze cijfers zijn gebaseerd op de autotelling uit 2015 van TNO in opdracht van de gemeente.

Ten opzichte van de geclaimde 30 procent is het effect dus nihil, en mensen worden door de gemeente wel gedwongen hun auto te verkopen. Omdat deze mensen een vervangende auto kopen, zal de nettowinst minimaal zijn. Krijgen Rotterdammers door de maatregel nu echt schonere lucht? Het antwoord is een kleine ja, maar zeker niet de 30 procent die Langenberg ons heeft beloofd. Is dit de kostprijs van 12 miljoen euro waard?

Sander Jongerius en Niels van Ham, Stichting Rotterdamse Klassiekers