Meer vernieuwing? Schrijf prijsvragen uit

Het Centraal Planbureau doet opvallende voorstellen voor beter innovatiebeleid.

Ontwerp van een nieuw supersnel transportsysteem in vrijwel luchtdichte buizen, de Hyperloop. Foto Phil Larson / SpaceX

Het woord prijsvraag roept bij de meeste mensen waarschijnlijk eerder beelden op van lollige sloganwedstrijden en bingo-achtige taferelen dan van serieus innovatiebeleid. Toch zegt het Centraal Planbureau in een donderdag verschenen rapport dat prijsvragen een veel serieuzer instrument van de overheid moeten worden voor het stimuleren van vernieuwingen.

Het rapport, Kansrijk Innovatiebeleid, is nogal kritisch op de manier waarop de Nederlandse staat innovatie aanpakt. De overheid geeft te makkelijk subsidies en belastingvoordelen weg die weinig effect hebben, en het ontbreekt aan grote vernieuwende ideeën die bedrijven en burgers écht aansporen tot innovaties, vinden de onderzoekers. 

En hoewel aansporingstrucs zoals prijsvragen in allerlei branches en landen hun nut al lang en breed hebben bewezen, worden ze in Nederland nauwelijks gebruikt.

Onder meer in de Verenigde Staten worden er al vele jaren allerlei prijsvragen uitgeschreven voor het oplossen van maatschappelijke problemen. Met succes. Ondernemer Elon Musk schreef bijvoorbeeld onlangs een competitie uit voor het ontwikkelen van een nieuw supersnel transportsysteem in vrijwel luchtdichte buizen, de Hyperloop. Aan die prijsvraag deden eerder deze maand tientallen teams mee van technische topuniversiteiten, waaronder de TU Delft en MIT. Die bedachten allerlei oplossingen voor technische obstakels voor het vervoersmiddel. Daardoor kan de Hyperloop waarschijnlijk daadwerkelijk worden gerealiseerd.

Oceanen schoonmaken

De eveneens Amerikaanse X Prize Foundation schrijft sinds 1995 regelmatig prijsvragen uit. Dat deed het in het verleden bijvoorbeeld met succes voor het schoonmaken van oceanen na olierampen, het bouwen van superzuinige auto’s en zelfs raketten voor commerciële ruimtevaart. De stichting looft, vaak met hulp van technologiebedrijven als Google en Nokia, prijzen uit van soms miljoenen dollars. Die prijzen stimuleren een bont gezelschap van wetenschappers, bedrijven en knutselaars om hun best te doen. Ook steeds meer overheden, waaronder Amerikaanse en Duitse, gebruiken prijsvragen voor het oplossen van problemen.

„Het is ook helemaal geen nieuw idee”, zegt Bas Straathof, hoofdauteur van het CPB-rapport. Hij wijst erop dat het horloge voor een belangrijk deel is uitgevonden nadat de Britse regering een wedstrijd uitschreef voor een technologie die betrouwbaar de tijd kon bijhouden op schepen, zodat die beter konden navigeren. „Prijsvragen blijken vaak vooral te werken om kleine ondernemers aan te sporen om vernieuwingen te bedenken”, zegt Straathof.

Zelfs de trans-Atlantische luchtvaart is begonnen door een prijsvraag. In 1919 loofde een Franse hotelier een prijs van 25.000 dollar uit voor degene die als eerste kon vliegen van Parijs naar New York. Die prijs resulteerde in de historische eerste vlucht van Charles Lindbergh over de oceaan.

Nederland loopt achter op het gebied van prijsvragen, volgens het CPB-rapport. Dat terwijl er al jaren beleidsinstrumenten bestaan waarmee de overheid dat soort competities kan financieren. De matige interesse heeft volgens de onderzoekers misschien te maken met het feit dat prijsvragen die worden uitgeschreven door overheden complexer zijn dan die van miljardairs of rijke stichtingen. Overheden moeten zich bijvoorbeeld houden aan strenge aanbestedingseisen.

Grotere rol overheid

„Maar het gebrek aan prijsvragen past in een bredere context”, zegt hij. „De overheid zou een grotere rol moeten spelen bij het formuleren van grote maatschappelijke problemen waarvoor oplossingen bedacht moeten worden.” Hij noemt bijvoorbeeld het klimaatprobleem of de overgang naar andere energiebronnen.

Het pleidooi voor een grotere rol voor de overheid bij het aanjagen van vernieuwingen past in een trend. Sinds de Italiaanse econome Mariana Mazzucato in 2013 haar boek The Entrepreneurial State publiceerde, winnen haar ideeën terrein. Zij beargumenteert dat de staat vaak beter innovatie stimuleert dan de vrije markt: volgens haar is het een mythe dat vernieuwing vooral van bedrijven komt. Denk aan de ontwikkeling van internet, die begon bij het Amerikaanse ministerie van Defensie. Mazzucato wordt dan ook vaak geciteerd in het CPB-rapport.