Laatste bastion prostituees kent zelfs een ‘pluimgraaf’

Een nieuw boek over de Wallen bevat fijne weetjes, zoals over het lokken van zwanen naar Casa Rosso. Maar ook een pikante uitspraak over 1012.

Maar van wie zíjn de Wallen nou eigenlijk? Dat is al 22 jaar de hamvraag. Foto uit boek ‘Aan de Amsterdamse Wallen’ / Marian van de Veen-van Rijk

Dat grafiekje gezien van de toeristenbelasting? Het CBS kwam er deze week mee. De nummer 1 is groter dan de nummers 2 tot en met 9 samen. De nummer 1 is Amsterdam. De hoofdstad verwacht dit jaar 46,4 miljoen euro aan bezoekers te verdienen. Utrecht hoopt op 1,6 miljoen.

De gevolgen: bewoners van sommige delen van de stad kreunen onder het aantal bezoekers met wie zij de schaarse ruimte moeten delen en het lawaai en de domheid die met hen meereizen.

Misschien wel de grootste attractie voor bezoekers zijn de Wallen. Deze week hield burgemeester Van der Laan het kloeke boek Aan de Amsterdamse Wallen ten doop over deze halve vierkante kilometer waar „het verhevene en het verderfelijke, het vrome en het vieze” is samengebald.

Het boek, gemaakt door een verzameling schrijvers onder eindredactie van Herman Vuijsje, met foto’s van Marian van Veen-De Rijk, is in 400 pagina’s een staalkaart van het bonte leven van de vijftiende eeuw (het oudste huis: Warmoesstraat 90) tot de dag van vandaag: „wafels, pizza’s seks, drugs en pub crawls” – en van de pakweg 8.000 bewoners die zich er handhaven tussen de 20.000 ‘forenzen’ en de vele tienduizenden bezoekers, toeristen en passanten.

Het hoofdstuk Wie wonen er op de Wallen? van stadsstatisticus Jeroen Slot leert ons dat in het oudste deel van Amsterdam de minste geboren Amsterdammers wonen. Het boek geeft meer fijne weetjes: de zwanen die op de grachten dobberen, worden door ‘pluimgraaf’ Jan Otten naar de Oudezijds Achterburgwal gelokt opdat toeristen ze pal voor sekstheater Casa Rosso fotograferen. Het boek geeft ook inzichten in historische ontwikkelingen: de Wallen zijn als rosse buurt het laatste bastion van een gestaag krimpend territorium van prostituees.

Eigenlijk ontbreekt er maar één hoofdstuk voor zover ik kan zien: Van wie zíjn de Wallen? Het is de hamvraag sinds de enquêtecommissie-Van Traa 22 jaar geleden naar juist dit gebied wees om aandacht te vragen voor de verknoping van onder- en bovenwereld, waarbij eigendom van het vastgoed cruciaal bleek.

In 2009 kondigde toenmalig wethouder Lodewijk Asscher zijn project 1012 aan waarmee hij het postcodegebied op alle fronten zou openbreken. Na een paar gewonnen veldslagen en campagnes is het project enigszins in het slop geraakt, vooral sinds er een nieuwe meerderheid in de raad is die de aanpak van Asscher en na hem Van der Laan niet meer zo vanzelfsprekend vindt.

Het boek – medegefinancierd door beoogd 1012-partner SyntrusAchmea – kiest de kant van de burgemeester. Al zijn „de internationale vrouwenhandel, vastgoedfraude en witwasserij nog lang niet opgerold”, het project heeft „de voorwaarden geschapen voor de feitelijke wedergeboorte van de Wallen”. In het nawoord staat dat „het verwerven van panden in eigendom” door een „op te richten investeringsmaatschappij 1012inc” de Wallen kan redden zoals ooit de Zeedijk is gered.

Een politiek pikante uitspraak. De „op te richten investeringsmaatschappij 1012inc” is al drie jaar in staat van oprichting. Van der Laan wil niets liever, maar krijgt een meerderheid van de gemeenteraad maar niet overtuigd van hoe het precies moet worden. Geen wonder dus dat hij beloofde vijftien exemplaren te zullen kopen voor elk van de leden uit de gemeenteraadscommissie.