Kind gekregen? Dan vlucht je de stad uit

Voor het eerst sinds de crisis hebben meer mensen Amsterdam verlaten dan dat er binnenkwamen.

Moeder met kinderen in Amsterdam. Steeds meer gezinnen verhuizen naar een gemeente buiten de stad. Foto Bas de Meijer/Hollandse Hoogte

Wie het regionale nieuws volgt, kan zomaar de indruk krijgen dat niemand deze stad nog uit wil. Achterstandsbuurten worden brave bakfietswijken, met huizen zo gewild en schaars dat prijzen stijgen. Er zijn meer kinderen dan plekken op populaire scholen. Bouwen, bouwen, bouwen, is het credo van het college.

Maar voor het eerst sinds de crisis hebben meer mensen Amsterdam verruild voor een andere gemeente dan andersom, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) deze week. Vorig jaar verhuisden 39.000 mensen uit Amsterdam naar elders in het land; ruim 10.000 meer dan in 2013. Het gaat vooral om gezinnen. Iets minder mensen, ruim 38.000, verhuisden vanuit andere gemeenten naar Amsterdam.

Er kwamen ook meer mensen in de stad wonen, met name door buitenlandse migratie (ruim 36.000 mensen) en een geboorteoverschot. Daardoor groeide de stad wel.

Verrassend zijn de CBS-cijfers niet, zeggen experts. Tijdens de crisis stonden de verhuizingen even stil. Mensen wilden wel weg, maar gingen niet, uit onzekerheid over de toekomst of angst voor een restschuld. Nu komt die stroom weer op gang. „Een licht negatief binnenlands migratiesaldo is vrij gewoon voor een goed functionerend stadsgewest”, zegt Sako Musterd, professor Sociale Geografie aan de UvA. In steden gaat het meestal zo: mensen komen alleen, vormen een koppel, maken een kind. En dan verlaten ze de stad – met z’n drieën.

De cijfers laten niet zien welke inkomensgroep weer meer verhuist. Wel is al langere tijd de trend zichtbaar dat de stad vooral hoge inkomens aan zich bindt.

Meer gezinnen

Al voor de crisis bleek dat meer gezinnen in de stad blijven wonen. Amsterdam is aantrekkelijker voor hen: er zijn meer voorzieningen en meer geschikte woningen dan voorheen. Vooral het aantal kinderen van hoog opgeleide ouders is toegenomen.

Maar hoewel er veel méér gezinswoningen zijn, is een kleiner deel daarvan betaalbaar voor een gezin dat 1,5 keer modaal verdient, blijkt uit gegevens van OIS. Gezinswoningen voor die groep van tussen de 80 en 100 vierkante meter vind je nu vooral buiten de ring: in Noord, Zuidoost, Nieuw-West of op IJburg.

De vraag wie in de stad blijft wonen, hangt dus samen met het inkomen. Maar ook levensstijl speelt mee, zegt Willem Boterman, onderzoeker en docent Geografie aan de UvA.

Hij bevroeg tussen 2008 en 2010 450 vrouwen uit Amsterdam die zwanger waren van hun eerste of tweede kind over hun woonplannen. De economische elite bleek meer geneigd naar gebieden buiten Amsterdam te verhuizen - denk aan artsen of accountants die naar Heemstede vertrekken. De culturele elite (journalisten, theatermakers) wilde juist het liefst in de stad blijven. Mensen met zowel een hoog inkomen als veel cultureel kapitaal woonden in buurten als Zuid of Watergraafsmeer.

De vraag is, zegt Boterman: waar maak je het compromis? „Schik je in op ruimte of locatie? De economische elite wil vaker een huis met een tuin, en vindt het niet zo erg om te pendelen. Het is net wat je kiest.”

De rolverdeling tussen mannen en vrouwen speelt daarbij ook mee, zegt hij. Gezinnen die in de stad blijven, hebben vaker een symmetrische rolverdeling, waarbij partners allebei bijvoorbeeld vier dagen werken. Mensen die wegtrekken naar de randen hebben juist een meer traditionele verdeling. Bij die eerste groep geven carrières van moeders vaak de doorslag. „Als je als vrouw een baan in Rotterdam hebt en je man in Amsterdam, is het onhandig in Gouda te wonen: dan moet je altijd pendelen. Wil je zorg en werk combineren, moet je efficiënt met tijd omgaan. Tijd is voor werkende ouders vaak een groter probleem dan geld.”

    • Mirjam Remie