Hansje

Er zijn de laatste jaren dikke boeken over verschillende Rotterdamse artistieke ‘scenes’ verschenen. Er is een over Rotterdam als jazzstad, een over ons recente verleden als beeldendekunst-stad, een over de plaatselijke pophistorie en een over het het literatuur- en muziekpodium Eksit. En dan ben ik er ongetwijfeld nog een stuk of wat vergeten.

Wat opvalt is dat de boeken grotendeels een en dezelfde subcultuur uit de jaren zestig tot en met tachtig beschrijven. Het lokale clubje schilders, schrijvers, filmers, ontwerpers en soortgelijke types dat toen aan de weg timmerde, was piepklein. Als je indertijd op een willekeurige avond een kroegentocht maakte langs Café Timmer, De Schouw, de Tudor Bar en Dizzy liep je die Rotterdamse smaakmakers allemaal wel tegen het lijf. (Iets wat je overigens niet letterlijk moest willen.)

Niet te missen op zo’n tocht was Frans Vogel, die er met collega-dichter Cor Vaandrager een gewoonte van had gemaakt om jonge meisjes zoals ik de stuipen op het lijf te jagen. Vaandrager sorteerde dat effect doordat hij er als grootverbruiker van speed als een zombie bij liep en zich ook zo gedroeg. En ook van Vogel had je schrik omdat hij geen kans voorbij liet gaan om je begroetingen als ‘Neuken!!’ en ‘Met je grote kút!’ in je onschuldige gezicht te slingeren.

Vaandrager heeft het hellevuur dat de Rotterdamse scene toen was niet overleefd. Hij crepeerde bovendien nog in slow motion en in het aanzicht van de halve stad. Frans Vogel bleef als door een wonder op de been. Tot hij vorige week vrijdag op zijn tachtigste dan toch eindelijk de geest gaf. Vogel had tot aan zijn laatste adem een beschermengel in de persoon van Hansje de Reuver. De onvermoeibare vriendin die hem steeds weer uit de goot plukte en vervolgens geen mogelijkheid onbenut liet om Frans als Rotterdamse ‘icoon’, maar vooral ook als mens diens waardigheid weer terug te geven.

In beide opzichten is ze geslaagd. Ik heb het mee mogen maken dat Frans met Hansje mee ging kamperen met een gezelschapje vrienden in Zeeland. Een strandwandeling trok ie niet of begreep ie niet: „Kejje daar poepen dan? Nee? Nou, dan ga ik niet mee.” Maar verder bleek hij weer tot mens getransformeerd door Hansje. Vorig jaar zette zij de kroon ook op Vogels artistieke nagedachtenis door een monografie en een tentoonstelling van zijn werk te regelen. Het geld ervoor had ze bij de overblijvers van de ‘scene’ ingezameld. Vogel verdiende er zijn voetstukje mee als illuster Rotterdams dichter en kunstenaar. Dit is mijn eerbetoon aan Hansje.