Opinie

Geld verdienen in Noord-Holland

Op zijn manier is Ton Spaansen (69) ook een romanticus. Zie hem staan in de keuken van zijn ouderlijk huis, in het dorpje Winkel bij Schagen, een en al lach en vertedering. „Dit was de stoel van mijn vader. Dat daar” – hij wijst naar het smalle aanrecht – „was de plaats van mijn moeder. En kijk, deze tafel” – hij trekt aan het met zeil bedekte blad – „schoven we voor het avondeten uit en dan konden we allemaal zitten.” Negen jongens, drie meisjes.

Hun vader had in 1946 een vrachtwagen gekocht en was fruit gaan rijden, van de telers naar de veiling. Heel West-Friesland stond nog vol boomgaarden. Appels en peren en kersen, heel veel kersen. Hij reed ook melk voor de boeren, en hooi, en stro, en ten tijde van de Marshallhulp kocht hij er nog een paar vrachtwagens bij. „En wij”, zegt Ton Spaansen, „gingen allemaal vanaf ons veertiende voor hem werken.” De jongens dan, de meisjes hielpen in de huishouding. Overalls opkoken om het vet eruit te krijgen, en dan uitspoelen in het kanaal. ’s Morgens in alle vroegte theezetten en grote borden Brinta maken.

En de jongens maar rijden met die vrachtwagens, heel Nederland door. Houten kisten naar de Hero-fabriek in Breda. Zuurkool naar Brabant en Limburg. „Op mijn achttiende”, zegt Ton Spaansen terwijl hij zijn armen spreidt, „reed ik op zulke combinaties door de Maastunnel.”

De boomgaarden en de weilanden verdwenen, bollenvelden kwamen ervoor in de plaats, want daar viel veel meer geld mee te verdienen. Nu komt achter de romanticus de zakenman tevoorschijn. „Zonde?” zegt hij. „Hoezo?” Voor die bollenvelden was zand nodig, heel veel zand, en dus gingen de negen broers Spaansen zand rijden. Ze kochten een loskade in Schagen, inclusief een NCK 406-knijperloskraan, en een zandtrechter. Ze gingen zand leveren voor huizen en wegen, en in 1977 kochten ze hun eerste zandschip. De stoeptegels kwamen erbij, de handel in grind, een grindschip, een betonfabriek, en uiteindelijk leverden ze complete casco’s voor vinexwijken, nog steeds met hun eigen vrachtwagens. „Als je horizontaal kunt bouwen”, zegt hij, „dan kun je het ook verticaal.”

Dan stappen we in zijn auto en rijden we over brede asfaltwegen langs de loodsen van de Spaansen Groep, en van alle andere bedrijven in de omgeving. Ton Spaansen vertelt over de ups en downs die ze „natuurlijk” ook gehad hebben, en persoonlijk betreurt hij het nog elke dag dat hij op zijn zestigste met de vut moest. Over de dagelijkse gang van zaken heeft hij sindsdien weinig meer te zeggen. „Maar wat een welvaart, hè”, zegt hij. „Wat een succesverhaal.” En ik begrijp waarom de economie van Noord-Holland groter is dan die van heel Oekraïne.