Geboren in december? 1-0 achter

Als je altijd de jongste van je team bent, is de kans kleiner dat je ooit een topvoetballer wordt. Voetbalacademie Born to Play laat de laatsten de eersten zijn.

Jonge toptalentjes spelen in Amstelveen bij voetbalacademie Born to Play.

Haar zoon Bart is van 13 december 2004. Irene Duikersloot gaat er op de barkruk in de sportkantine eens goed voor zitten. „Een verschrikkelijke geboortedatum.” Qua feestdagen. „Net ná Sinterklaas, kort vóór Kerst.” Qua school. „Hij is te goed voor groep zeven, te slecht voor groep acht.” Qua voetbal. „Hij is te goed voor het tweede, maar komt fysiek tekort voor het eerste.” Kortom: „Hij valt bij alles tussen wal en schip.”

Een miezerige zondagse winterochtend in Amstelveen. Negen uur, op sportpark ’t Loopveld zijn de velden nog verlaten. Behalve op het kunstgras van Oranje Nassau, daar voetballen enkele tientallen jongeren fanatiek. Spelvormen, partijtjes, loopoefeningen. Ze zijn hier iedere week en komen kriskras uit het land – Leeuwarden, Den Bosch, Nijmegen. Voor extra training, bij voetbalacademie Born to Play.

Ze zijn hier met een gedeelde frustratie. De meeste voetballertjes zijn slachtoffer van het zogeheten geboortemaandeffect: geboren in de laatste maanden van het jaar, waardoor ze fysiek veelal achterlopen op tegenstanders en ploeggenoten die in de eerste maanden ter wereld kwamen. De peildatum voor de samenstelling van teams ligt in het jeugdvoetbal op 1 januari. Dus een junior geboren in januari 2005 heeft bijna een jaar voorsprong op een spelertje van december 2005 – toch zijn ze elkaars tegenstander of ploeggenoot, doordat ze in dezelfde leeftijdscategorie zitten.

Het probleem: jeugdspelers uit de laatste maanden worden omvergelopen door grotere jongens, verliezen duels op kracht en sommigen komen in een neerwaartse spiraal, bijvoorbeeld doordat ze door hun coach worden teruggezet naar een lager team.

Zoals Bart (11), die nieuw is vandaag. Blonde coupe, trainingspak van FC Barcelona. Hij geeft een handje aan de trainer. Bart is aanvallende middenvelder bij Legmeervogels uit Uithoorn. Hij is vrij iel, maar hij heeft goed spelinzicht – „ik heb niet de nieuwe Messi of Cruijff in huis”, relativeert zijn moeder Irene. Door zijn fysieke achterstand komt hij niet in aanmerking voor de D1 bij zijn club – het sterkste team in zijn leeftijdscategorie. „Dat frustreert hem”, zegt ze. Door de zondagse trainingen hoopt hij zijn „plezier” in het voetbal terug te vinden.

Born to Play werd anderhalf jaar geleden opgericht door Guido den Dikken (26), jeugdtrainer bij NAC. Voor een stageopdracht tijdens zijn studie deed hij vier jaar geleden bij Ajax onderzoek naar het geboortemaandeffect. Jeugdspelers geboren in de tweede helft van het jaar waren ondervertegenwoordigd in selectieteams, zo bleek: slechts dertig procent kwam uit de laatste zes maanden.

Het bracht hem op het plan voor zijn academie; extra begeleiding bieden aan toptalenten uit het laatste half jaar, bovenop de reguliere training bij hun club.

Doel van zijn trainingen – kosten: 15 euro per keer – is dat jeugdspelers het zelfvertrouwen hervinden en zich ontwikkelen. De nadruk ligt op positieve coaching, gericht op het vergroten van het zelfbewustzijn. De academie telt zo’n zestig spelers in de leeftijd van zeven tot en met twaalf jaar, onder wie talenten van AZ en Ajax. Drie weken geleden begon Born to Play op een tweede locatie, in Breda.

Wanneer ben jij jarig?

De geboortedata vormen de rode lijn in de trainingen. Als een partijtje één tegen één gelijk eindigt, is de regel dat de jongste wint. Den Dikken: „Dat leeft onder die jongens: ‘wanneer ben jij jarig?’” Tot zijn verrassing meldden zich ook spelers uit het eerste half jaar voor de extra trainingen. Dat bracht hem op een idee: „Ik heb de rollen omgedraaid.”

Dat doet hij zo: er zijn zes teams waarmee de academie toernooien en oefenduels speelt. Voor de samenstelling van die ploegen heeft Den Dikken de peildatum opgeschoven naar 1 juli. Gevolg: de spelers die in de gewone competitie de jongsten zijn, behoren nu tot de ouderen – en vice versa. „Die jongens uit de laatste maanden van het jaar staan met veel meer zelfvertrouwen op het veld. En de spelers uit de eerste maanden worden met meer weerstand geconfronteerd.”

Het geboortemaandeffect is bij de meeste clubs een blinde vlek. Opleiders en scouts laten hun oog vaak vallen op grotere en sterkere spelers uit de eerste maanden. Terwijl een jongen uit december, die nu minder presteert, wellicht een groter potentieel heeft.

De Nederlandse voetbalwereld werd in 2009 wakker geschud na een onderzoek van inspanningsfysioloog Raymond Verheijen waaruit bleek dat het effect sterk aanwezig was in jeugdploegen van profclubs en nationale jeugdteams: grofweg 40 procent van de spelers was geboren in het eerste kwartaal en 30 procent in het tweede – de rest in het laatste half jaar.

Biologische rijpheid

Sindsdien staat het fenomeen prominenter op de agenda bij clubs en de KNVB. Peter van Dort is coach van het Nederlands jeugdelftal onder 15 en medewerker onderzoek en ontwikkeling bij de bond. Hij houdt zich bezig met het geboortemaandeffect en de ‘biologische rijpheid’ van spelers. Een belangrijk deel van zijn werk is te voorkomen dat talent wegvalt omdat ze laat in het jaar geboren zijn of zich pas op latere leeftijd fysiek ontwikkelen.

Dat er uitval is, maakte het onderzoek van Verheijen duidelijk. „Waarschijnlijk hebben we talent niet gezien en is er talent verloren geraakt, spelers die wel de mogelijkheid hadden om profvoetballer te worden”, zegt Van Dort. „We zijn een klein land, we willen ons meten met Duitsland: we kunnen het ons niet permitteren om talent te verliezen.” Dus is de vraag: hoe voorkom je dat talent ‘onnodig’ buiten de boot valt?

Van Dort pakt op zijn werkkamer in Zeist zijn laptop erbij en laat een database zien met gegevens van jeugdspelers uit de selectieteams. Wanneer is hun groeispurt geweest, of moet deze nog komen? Met hoeveel centimeter? Mede op basis daarvan wordt hun biologische rijpheid bepaald: zijn ze vroeg, gemiddeld of laat rijp?

Zo kan geschat worden of een talent voorlopig nog zal ondersneeuwen bij sterkere spelers. Van Dort pikt er een voorbeeld uit van een jeugdselectie van twee jaar geleden. „Gemiddeld genomen krijgt een jongen op basis van de gegevens in onze database zijn maximale groeispurt op 13,8 jaar. Deze speler van Twente krijgt zijn groeispurt pas als hij 15,5 is.” Zijn beste jeugdjaren moesten waarschijnlijk nog komen.

Spelers als deze kunnen bij de bond in het ‘future team’ geplaatst worden: een soort schaduwgroep waarin zij langer de tijd krijgen om zich te ontwikkelen. Van Dort: „Bij de profclubs zien we dat er bij de jeugdkeepers geen ‘laatrijpers’ tussen zitten, ze zijn allemaal vroegrijp of gemiddeld in hun fysieke ontwikkeling. Logisch: je beoordeelt of een keeper bij de lat kan.” Het gevaar: daardoor kan een beloftevolle doelman die later een groeispurt krijgt buiten het gezichtsveld van de opleiding komen. Dit speelt ook bij centrale verdedigers, in de top van de jeugd zijn dat veelal jongens die al jong hun groeispurt hadden.

Bij Ajax en AZ wordt in de jeugdopleiding getraind in groepen die zijn ingedeeld op basis van fysieke ontwikkeling – en dus niet traditioneel op basis van leeftijd. Sommige jeugdcoaches willen dat de KNVB de jeugdcompetities aanpast: teams met spelers die geboren zijn binnen een marge van zes maanden. Het geboortemaandeffect zou zo verminderd kunnen worden. Van Dort ziet dat niet zitten, hij vreest voor verrommeling van de competitie doordat je dan te veel leeftijdscategorieën krijgt.

En mogelijk zit er ook een voordeel aan het opboksen tegen oudere en sterkere spelers, denkt hij. „De mens is een geboren aanpasser. Als je klein bent, kan je je alleen maar handhaven als je beter en sneller beslist. Dat aspect van het spel ontwikkel je, veel meer dan die grote jongen, die het kunnen oplossen met kracht. Misschien is Jordy Clasie (international, spelend bij Southampton, 1,69 meter, red.) wel zo slim geworden omdat hij zo klein was.”

In de leeftijd van zestien tot en met achttien raakt het gros van de spelers lichamelijk volgroeid. Probleem voor laatrijpers en spelers die laat in het jaar geboren zijn, is dat de kaarten dan vaak al geschud zijn: de sterkste spelers zitten in de selectieteams en worden klaargestoomd voor het profvoetbal. Het is lastig om daar op latere leeftijd nog tussen te komen.

Terug naar Amstelveen. Een meisje met lange paardenstaart rent driftig tussen de jongens: Juna, geboren op 25 december 2007, middenvelder bij SC Buitenveldert. Ze is altijd de kleinste geweest in de teams waarin ze speelde, zegt vader Hayo Jansen. Bij haar club was ze angstig in duels. „Ze liet zich een beetje wegdrukken door tegenstanders. ‘Ze zijn zo groot’, zei ze dan.”

Dit is het tweede jaar bij de academie voor Juna, kleindochter van oud-Ajax-voorzitter Uri Coronel. Door de extra trainingen is ze zelfverzekerder geworden, merkt haar vader. Bij haar club is ze ook opgeleefd. „Van het verlegen meisje is weinig over. Nu is ze een dametje in het veld.”

En nieuwkomer Bart? Bij hem was het plezier na vier trainingen terug, mailt zijn moeder. Hij is vooruitgegaan. Dat merken ze ook bij zijn club: hij heeft al meegetraind met de D1. Decemberkind met perspectief.