Opinie

Frankrijk is nu vooral groot in afwezigheid

Luuk van Middelaar is politiek filosoof in Brussel. Deze column is wekelijks.

Schrijver Georges Perec publiceerde in 1969 de roman La Disparition (vertaald als ‘t Manco). In het verhaal is hoofdpersoon Anton Voyl zoek, maar het boek is vooral bekend vanwege een ver doorgevoerde stijloefening: op de 300 pagina’s ontbreekt de letter ‘e’. Zoals voor ons, is dat ook in ’t Frans pittig, als schrijfklus. Bizar haast. ’t Gaat aardig van start, ’t springt van zin tot zin dankzij plot of structuur, maar dan volgt ‘n schrik: wat wringt daar toch? Tot plots ’t inzicht daagt: aha, ’n manco! De e verdween geheel.

Zo ongeveer voelt de Europese politiek momenteel aan. Je kunt zaken doen, de gebeurtenissen zijn een roman waardig, maar toch klopt er iets niet. Frankrijk is verdwenen. En Frankrijk pleegt, net als de ‘e’ in onze taal, frequent aanwezig te zijn in EU-zaken. Als grondlegger, als land van elan en initiatief, bron van plannen en tegenwicht – ook tegen Duitse dominantie. Omslagpunt was de wisseling van de hyperactieve Sarkozy naar de besluiteloze Hollande, in 2012. De huidige man in het Elysée neemt geen besluiten, terwijl het depressieve land naar een koers snakt. Wie vult het gat? 

De Franse presidentsverkiezingen zijn in het voorjaar van 2017. Het landschap valt in drieën uiteen: links, rechts en het Front National (dat rechts noch links wil zijn). Marine Le Pen leidt onbetwist het Front, al steekt vader Jean-Marie, verbitterd want bij het oud vuil gezet, nog spaken in haar wiel. Op links is Hollande als zittende president de natuurlijke kandidaat, maar hij beloofde een daling van de werkloosheid en dat lukt hem niet. Als redmiddel zet hij nu in op gesubsidieerde banen (terwijl werk in de particuliere sector het probleem is). Wat als de werkloosheid toch oploopt? Dat durft in zijn partij nog niemand te zeggen. Op rechts is het veld open. Met acht kandidaten begint het op republikeinse primaries te lijken. De twee grote namen zijn oud-president Nicolas Sarkozy, op zijn hard-rechtse koers, en oud-premier Alain Juppé. Op die laatste stellen de centrumrechtse krachten hun hoop; ook linkse kiezers die Sarkozy en Le Pen verafschuwen vertrouwen hem wel. Als Marine Le Pen in dit landschap voor Trump staat, dan is de 70-jarige Juppé de Franse Hillary Clinton: saaie routinier als favoriet van de gematigde elite. Deze week kwam hij naar Brussel, stad met tienduizenden Franse kiezers. Hij werd op hoog EU-niveau ontvangen en hield twee toespraken. „Frankrijk wil zijn stem terugvinden, zijn geloofwaardigheid in Europa herwinnen.” Hij erkent dat dit economische hervormingen thuis vergt. Inzake de vluchtelingencrisis vond de presidentskandidaat een klassieke Franse positie: een steviger Schengen en serieuzere veiligheidspolitiek. „Het kan niet zo zijn dat Europa als enige georganiseerde ruimte op de planeet de eigen veiligheid zo verwaarloost.”

Sinds de aanslagen in Parijs in november 2015 is de Franse verdwijning compleet. Terreurangst heeft het land bevangen. Zo ontbreekt het Europese evenwicht tussen de binnen- en buitenaspecten van de crisis: asiel voor binnenkomende vluchtelingen (de Duits-Zweedse respons), beheersing van de grenzen (zorg van de meeste andere EU-regeringen) en buitenlands EU-optreden om oorzaken van vertrek weg te nemen (vanouds Frankrijks domein). Zo’n verdeling van rollen en taken – met de wederzijdse erkenning dat de ander ook nuttig werk doet – zou helpen de sfeer in de Unie te klaren. Dat is broodnodig. Maar het Elysée blijft stil. Ongekend: het was de Duitse defensieminister Von der Leyen die recent NAVO-patrouilles in de Egeïsche zee bij elkaar telefoneerde. Dat kan ook, maar verzwakt het besef van een gezamenlijke inspanning. ‘t Manco duurt tot voorjaar 2017 – of, zoals bij winst voor ’t Front, tot lang daarna.