Opinie

Elitair

Deze week werd de Italiaanse schrijver en wetenschapper Umberto Eco met groots vertoon begraven in Milaan. Bij het Castello Sforzesco, waar de plechtigheid plaatsvond, had zich een mensenmenigte verzameld om de maestro een laatste groet te brengen. De burgemeester van Milaan, Giuliano Pisapia, sprak de overledene toe met gloedvolle woorden: ‘Je bent de trots van Italië en dat zul je altijd blijven.’

Min of meer gelijktijdig werd de succesvolle, jonge, Nederlandse kunstenaar Daan Roosegaarde geïnterviewd voor het televisieprogramma College Tour. Het werd een slachting. De vragen van de interviewer Twan Huys en de selectie van de filmpjes en videoboodschappen waarmee Roosegaarde live in de uitzending werd geconfronteerd, concentreerden zich niet op zijn werk, maar vormden een frontale aanval op zijn roem, zijn vermeende narcisme en zijn nietsontziende gedrevenheid. Wat hem kwalijk werd genomen, of in elk geval als bijzonder verdacht werd beschouwd, en wat eens even uitgebreid kritisch onder de loep diende te worden genomen, was zijn succes.

Ik heb geen oordeel over het werk van Roosegaarde en mijn oordeel over het werk van Eco doet er niet toe. Maar als iets de artistieke carrière van Eco nog meer kenmerkt dan zijn talenten en kwaliteiten, is het zijn succes. En juist vanwege zijn enorme internationale succes, meer nog dan vanwege zijn talenten en kwaliteiten, is Italië trots op hem. Zijn compromisloos elitaire imago en het feit dat hij nooit zijn best heeft gedaan om te verhullen dat hij zich boven het gemene volk verheven voelde, heeft de algemene bewondering voor hem nimmer in de weg gestaan. De kop van de linkse en in politiek opzicht egalitaire kwaliteitskrant La Repubblica boven het in memoriam op de voorpagina luidde: ‘De man die alles wist.’ In Nederland zou dat dodelijke ironie zijn. In Italië is dat oprechte bewondering.

In een mooi essay in L’Espresso van 12 juni 1997 schrijft Eco hoe men zich dient voor te bereiden op de dood. Je moet, zo zegt hij, je hele leven van de mensen houden tot het moment vlak voor je verscheiden, wanneer je tot de conclusie moet komen dat het allemaal klootzakken zijn. Dat is volgens hem de beste dood.

Wie moeite heeft om tot dat wenselijke premortale inzicht te komen, zou kunnen overwegen om zich in Nederland te vestigen, waar de conclusie dat het allemaal klootzakken zijn eenvoudig kan worden getrokken. Wie zich met ambitie en gedrevenheid probeert te verheffen boven het plebs, wordt met zijn gezicht teruggeduwd in de modder en krijgt ingepeperd dat hij niet moet denken dat hij bijzonder is. Het grootste compliment dat een beroemdheid kan krijgen, is dat hij zo normaal is gebleven. Elitair gedrag wordt niet getolereerd. Het plebs is de norm. Voor hen moeten we begrip hebben. Naar hen moeten onze politici luisteren. En wat het plebs zegt, is: ‘Daar moet een piemel in.’

Nadat ik het zoveelste filmpje had bekeken waarin een horde lompe mongolen scandeerde ‘AZC, weg ermee’, was ik in die zin klaar om te sterven, omdat mijn conclusie dat het allemaal klootzakken zijn boven elke twijfel was verheven. En op alle insinuerende vragen van Twan Huys zal ik schaamteloos en vol overtuiging antwoorden dat ik mij inderdaad beter voel dan hen. Als mij wordt verweten dat ik elitair ben, zal ik die kwalificatie met trots als een geuzennaam dragen. Het is tijd voor een opstand van de elite tegen het plebs. Intussen zou ik overwegen om naar Italië te verhuizen als ik daar al niet woonde.