Een ongelijke strijd

Zondag worden tijdens de Stripdagen de prijzen voor de beste stripalbums uitgereikt. Welk album maakt de meeste kans?

De vijf boeken die zijn genomineerd voor ‘Stripalbum van het jaar 2015’ vormen een heterogeen gezelschap. Vorig jaar besloot organisator Het Stripschap om de categorie ‘Avontuur en vermaak’ met ‘Literair’ samen te voegen, de categorie ‘Jeugdalbum van het jaar’ te handhaven en de twee categorieën ‘Buitenlands’ en ‘Productie’ op te heffen. Het probleem was „dat er weinig publiciteit voor Het Stripschap” voortvloeide uit de prijsuitreikingen.

Het is een betreurenswaardige verschraling en spijtig voor de uitgevers die eer in vertalingen en bijzondere boeken en heruitgaven leggen. Het gevolg is dat dit jaar de graphic novels Tibet van Mark Hendriks, De Aanslag van Milan Hulsing en de experimentele strip Verkild hart van Gilles Dal en Johan de Moor om de titel strijden met aflevering 13 van humorstrip Esther van Kim Duchateau en deel 5 van avonturenstrip Amoras van Marc Legendre en Charel Cambré. De prijsuitreiking vindt zondag plaats tijdens de Nieuwe Stripdagen in Rijswijk.

Voor Amoras hebben Suske en Wiske en hun vrienden onder de handen van Marc Legendre een metamorfose ondergaan die de personages geschikt maakt voor volwassenen. Ook deel 5 van de reeks loopt over van de gewelddadige acties met hoog voltage. Handen worden afgehakt en schurken afgeknald in een universum waar de teletijdmachine van Barabas nog steeds zijn werk doet. Operatie geslaagd: goed gemaakte genrestrip. Patiënt overleden: de betoverende charme van de kinderstrip.

Gericht op volwassenen zijn ongetwijfeld ook de seksuele escapades van de rondborstige stoeipoes Esther. Deze Esther is een succes als ze cursussen op haar lichaam schrijft. En als ze met vrienden een geest oproept, dan tilt deze haar rokje op. De strip bevat een flinke dosis absurdistische gekte, maar te vaak stranden de gags in moppige flauwte en puberale dubbelzinnigheden.

Seks speelt ook een opvallend grote rol in Tibet, waarin een slagersdochter door monniken wordt geboden een verre reis te ondernemen. De satire op de meedogenloze, autoritaire en almachtige Tibetaanse monniken legt Hendriks er nogal dik bovenop. Tibet is in dit boek een achterlijk land waarin de burgers zuchten onder geile monniken die krankzinnige wetten tot leidende moraal hebben gemaakt. Hendriks kan een aardig potje tekenen en ruige penseelstreken en fijne lijntjes vormen in deze zwart-witstrip een sterk verbond, maar in zijn wijdlopige vertelling – dit is een pil van 400 bladzijden – verliest die stijl al snel zijn glans. Als Yeti’s een „Leefbaar Himalya” vormen en er een „stukje persoonlijke mindfulness” langskomt, eindigt het verhaal als tandeloze klucht.

Eenzelfde gebrek aan dynamiek speelt Verkild hart parten. Daar kan de stilistische diversiteit in het tekenwerk van Johan de Moor niet tegenop. Het boek is één lange jammerklacht van een man met een depressie, die zich afvraagt of het ogenschijnlijk welvarende, gelukkige leven dat hij leidt werkelijk de moeite waard is. Zijn observaties: elk lachen is leeg, de mens een zak moleculen en waarom vermijden anderen het toch over de dood te tobben? Het fotorealisme en de beeldcitaten, gemengd met het wilde kleurenpalet en een simpel stripfiguurtje in de hoofdrol maken van de pagina’s een feestje. Maar de existentiële vragen zijn van een veilige, algemene soort. Dat gebrek aan scherpte en eigenheid maakt het boek vlak.

Zodat er maar één boek werkelijk bijzonder is. De Aanslag van Milan Hulsing leunt weliswaar sterk op de vertelkracht van de bestseller van Harry Mulisch, maar de subjectieve bewerking levert een moderne strip met allure op. Hulsing maakt van de sleutelmomenten uit de roman levende scènes, prikkelend vormgegeven met woekerende visuele beeldspraak, expressieve lijntekeningen en prachtig ingekleurd met waterverftechniek. De Aanslag verdient de prijs.