De stilte komt hier vanzelf

De straatnamen laten er geen twijfel over bestaan, ik ben op weg naar een begraafplaats. Bus 38 rijdt door de Rusthoflaan, passeert etalages van ondernemers die zich specialiseren in grafkisten en sierstenen, steekt het Paradijsplein over en stopt bij de eindhalte: de Kerkhoflaan.

Ik sta voor de Algemene Begraafplaats in Crooswijk.

Voor de ingang van de begraafplaats staat een bloemenstal. Ik zet mijn telefoon uit en loop zonder boeket door het wijd openstaande hek. Rechts een bord waarop staat dat de begraafplaats om 16.00 sluit. Links een plattegrond, maar die heb ik niet nodig. Ik kom hier regelmatig. Er liggen drie oudtantes onder dezelfde boom.

Ik loop altijd hetzelfde rondje, langs dezelfde bekende namen van onbekende mensen; het gezin dat op dezelfde dag omkwam, de jongen met wie ik hetzelfde geboortejaar deel, de dierbare opa’s en oma’s, de dappere ooms en tantes, de gemiste vaders en moeders. Hoe langer je niemand tegenkomt, hoe stiller het wordt. Zelfs het geluid van het verkeer op de Boezemlaan verdwijnt langzaam naar de achtergrond. De stilte komt vanzelf.

Je kunt hier uren dwalen. Langs graven versierd met beeldjes van uilen en katten, gipsen engelen en adelaars. Er liggen supporters die hun club trouw blijven tot in de eeuwigheid en vrome echtparen onder bijbelteksten. Ik lees verre geboorteplaatsen, en complete levensverhalen in witte letters op gitzwart steen. Hier en daar zijn kleine, groene bordjes in de grond gestoken: Graf komt te vervallen. Ook het einde is tijdelijk.

Achter sommige struiken staan gieters verstopt en emmers met schepjes. Een vrouw zit op haar hurken en haalt een doekje over een marmeren gedenkplaat. Ze merkt me niet op. Ik loop op mijn tenen achter haar langs.

Soms is het verdriet nog vers, de bloemen nog vol van kleur in knisperend cellofaan. Andere graven zijn al in geen jaren bezocht, de stenen gebarsten, de namen verscholen onder mos. Soms staat er een leeftijd bij, maar vaker ben je aan het rekenen. Hoe oud is oud genoeg? Hoe jong is te jong?

De wind waait over met bruine bladeren bedekte paden, de regen tikt op de stenen. Dan hoor ik geritsel achter me. Ik kijk om. Er schiet een raaf uit de struiken.