De boeken van gisteren zijn de boeken van vandaag

Hoe kort leeft een boek? Op Facebook meldde Roman Helinski dat zijn uitstekende debuutroman Bloemkool uit Tsernobyl zou worden verramsjt, amper twee jaar na verschijning. Het is niet eens een uitzondering, maar toch: ik weet dat boekhandelaren om de haverklap hun planken schoonvegen en dat uitgevers bezuinigen op opslagkosten, maar dat Helinski’s bloemkolen al worden doorgedraaid voor hij zijn tweede boek heeft geschreven, is wel heel cru. Vandaar dat ik het Cauliflower Conservation Project heb opgericht, kortweg CCP. Dat stelt zich ten doel om de levensduur van verramsjte boeken te verlengen. Daartoe kocht ik tien exemplaren van Bloemkool uit Tsjernobyl die ik gratis weggeef aan iedereen die belooft het a) te lezen en b) het minstens tien jaar in leven te houden, in de eigen kast of die van een ander. Belangstellenden kunnen zich melden via boeken@nrc.nl, t.a.v. CCP.

Intussen heb ik mijzelf vorige week getrakteerd op een zevende druk: van Stefan Zweigs klassieker De wereld van gisteren in de vertaling van Willem van Toorn.

God, wat een boek.

Zweig (Wenen, 1881) schreef De wereld van gisteren toen hij in 1941 in Braziliaanse ballingschap vertoefde, weggevlucht uit het brandende Europa. ‘Tegen mijn wil ben ik getuige geworden van de vreselijkste nederlaag van het verstand en de meest woeste triomf van de beestachtigheid in de beschreven geschiedenis; nog nooit – ik noteer dit absoluut niet met trots, maar met schaamte – heeft een generatie zo’n morele terugval, van zo’n geestelijke hoogte, doorgemaakt als de onze.’ Vervolgens schrijft hij in termen die zo op het heden van toepassing kunnen zijn. Over verdwijnende humaniteit, globalisering, ‘voortdurend geïnformeerd zijn’, het einde van de illusie dat de Europese volkeren in vrede zouden samenleven. Hij verdedigt de tolerantie en valt bitter ‘die oerpest, het nationalisme’ aan. In het eigenlijke boek beschrijft hij uit het blote hoofd, zorgvuldig en een beetje ijdel hoe de wereld van gisteren veranderde in die van vandaag. Van een stilstaand leven waar mannen nooit haastige bewegingen maakten, blij waren met een buikje en probeerden er ouder uit te zien, tot de angstaanjagende vitaliteit van de oorlog.

Zo lees je hoe alles kan verdwijnen, zoals Zweig schrijft, ‘in het kleine interval tussen het doorkomen van mijn baard en het grijs worden ervan’ en voel je vlagen van angst dat er ook door volgende generaties nog zulke boeken geschreven zullen worden. En misschien wel in de niet zo heel erg verre toekomst. En dan lees je toch maar weer verder in De wereld van gisteren, dat een zoveel langere adem heeft dan zijn schrijver zichzelf gunde.

Stefan Zweig en zijn vrouw maakten op 22 februari 1942 een einde aan hun leven. De oorlog was nog niet eens halverwege.