Argentijns drama wil maar geen ware tragedie worden

Op een desolaat benzinestation in Noord-Argentinië stranden een evangelische predikant en zijn tienerdochter. Terwijl hun auto gerepareerd wordt, slaat het weer om en tijdens een heftige stortbui komt er eindelijk een gesprek op gang met de zwijgzame pomphouder en zijn stiefzoon. Geweld barst los en gaat weer liggen. De predikant vertrekt met zijn dochter én de stiefzoon, die hij belooft de wereld te laten zien.

Rond dat minimalistische plot bouwde de Argentijnse schrijfster Selva Almada haar korte debuutroman Het onweer op, die ontvangen werd als een grote belofte. Enigszins overdreven was dat wel. Almada wist de sfeer van verlatenheid van haar geboortestreek, waar het boek zich afspeelt, beeldend op te roepen. Moeiteloos kun je je voorstellen hoe het verhaal, zonder noemenswaardig verlies, verfilmd zou kunnen worden. Maar dat is dan wel de grootste verdienste ervan. De vier figuren die in de roman om elkaar heen draaien krijgen even weinig diepte als haar kale taalgebruik.

Die twijfel bij het lezen van haar debuut wordt door de inmiddels verschenen tweede roman van Almada bevestigd. De steenbakkers van El Chaco speelt in ruwweg dezelfde streek, maar heeft een ambitieuzere opzet. Veel meer mensen bevolken het verhaal en de voortdurende sprongen door de tijd maken de structuur aanzienlijk gecompliceerder. Maar in het oproepen van het gedemoraliseerde bestaan waarin Almada haar vertelling situeert, verliest ze zich soms in een gewilde heftigheid van taal en details, die het gebrek aan werkelijk drama moet compenseren.

Opnieuw vormt een tegenstelling tussen twee mannen de kern van het boek. Beiden zijn steenbakkers in een kleine stad. De een deugt min of meer, de ander eerder minder. Anders dan in haar debuutroman laat Almada die vete overslaan op de volgende generatie. Hun beider zoons, aanvankelijk vrienden, rijgen elkaar tenslotte aan het mes.

Dat verhaal had kunnen uitgroeien tot een ware tragedie, maar nog minder dan in haar debuut slaagt Almada erin haar verhaal werkelijk kracht te geven. Het is allemaal ongetwijfeld heel droevig wat er gebeurt, en de morele platheid die zij beschrijft (een leven van seks, drank, af en toe wat werk en vrouwen die sloven) zal ongetwijfeld een breed verspreide realiteit zijn. Maar uiteindelijk maakt de roman niks los en is snel vergeten.

    • Ger Groot