Angst voor chemische industrie

Zorgen in het West-Brabantse Moerdijk over de grote chemische sector. De burgemeester wil weten wat er waar is van verhalen over kanker, en pleit voor vergelijkend onderzoek naar gezondheid in zijn regio.

Foto’s Merlin Daleman

Wie in het dorp Moerdijk woont, spreekt vaak met een mengeling van berusting en zwarte humor over het industrieterrein ernaast. „Er zijn regelmatig incidenten, maar ik houd alle knalfuiven niet precies bij”, zegt Carlo Plooster. Hij huurt een woning op de hoek van een stille woonstraat, naast een container met meetapparatuur voor de luchtkwaliteit. Plooster lijdt aan een auto-immuunziekte die ontstekingen veroorzaakt aan ogen, neus en keel. „Vandaar dat ik wat hees klink.” Plooster kwam hier acht jaar geleden wonen. Of zijn ziekte te maken heeft met mogelijk schadelijke effecten van de chemische industrie, weet hij niet. „Maar echt helpen doet het waarschijnlijk niet.”

Onrust

Er heerst groeiende ongerustheid in Moerdijk over mogelijke gezondheidsschade door de zware, chemische industrie aan de rand van het dorp.

Omwonenden van het industriegebied Moerdijk werden eerder deze maand opgeschrikt door het bericht dat bij Shell Moerdijk ruim twee maanden lang dagelijks 380 kilo ethyleenoxide de lucht is ingeblazen. Ethyleenoxide is een kankerverwekkende stof, nuttig als grondstof voor allerlei toepassingen, waaronder het steriliseren van medische apparatuur en de productie van wasmiddelen. „Onjuist menselijk handelen” leidde ertoe dat vanaf eind november vorig jaar een ‘afsluiter’ op 25 meter hoogte na een onderhoudsbeurt open was blijven staan, zodat in totaal ongeveer 25 ton in gasvorm lekte. Het incident heeft „geen nadelige gevolgen voor de gezondheid” gehad, stelde Shell na eigen berekeningen. Die wezen uit dat de uitstoot op de grond niet heeft geleid tot overschrijding van de wettelijke grenswaarde voor het inademen van ethyleenoxide, en om die reden ook niet is ontdekt door het eigen detectiesysteem. Niettemin liet general manager Paul Buijsing van Shell Moerdijk na de ontdekking weten „zeer teleurgesteld” te zijn en te willen weten „hoe dit heeft kunnen gebeuren”. Een „verbeterprogramma” wordt versneld uitgevoerd op drie thema’s: „veilig en betrouwbaar opereren, excellent vakmanschap en operational excellence met een sterker gevoel van eigenaarsschap”.

Incidenten

Recent onderzoek van anderen lijkt de geruststellende conclusies van Shell over de gezondheidsschade te bevestigen. Volgens de GGD West-Brabant is er „geen acuut gevaar voor de gezondheid” opgetreden: de ethyleenoxide is verdund in de atmosfeer en de uitstoot was hoog in de lucht. Bij de inschatting maakte de GGD gebruik van onderzoek naar een vergelijkbaar incident enkele jaren geleden in Zoetermeer. En trouwens: „De stof zit ook in sigarettenrook”, zegt een woordvoerder. De GGD onderzoekt tevens de effecten van het incident op langere termijn. „Maar ook die resultaten lijken er goed uit te zien.”

Toch is de lekkage zorgwekkend. Shell Moerdijk stond tot enkele jaren geleden bekend als een bedrijf met een scherp oog voor veiligheid, en gold als voorbeeld voor andere, kleinere chemische bedrijven op Moerdijk. Zoals na de enorme brand bij Chemie Pack, vijf jaar geleden, die volgens justitie werd veroorzaakt door een gebrekkige veiligheidscultuur. Maar de afgelopen anderhalf jaar waren er uitgerekend bij het grote Shell liefst drie incidenten: in 2014 was er een grote explosie; vorig jaar was er brand die twee weken affakkelen (het afvoeren van gassen die vrijkomen bij het productieproces) noodzakelijk maakte; daarna volgde het lek van ethyleenoxide. Burgemeester Jac Klijs van Moerdijk: „Vroeger hadden wij het idee dat het vooral kleine bedrijven waren die we goed in de gaten moesten houden, omdat die de winst willen maximaliseren. Bij een groot bedrijf als Shell leek winst minder belangrijk. Maar inmiddels begint Shell last van een slecht imago te krijgen. Ik snap dat er in een fabriek iets fout kan gaan, en dat er blijkbaar handmatig een klep open moet worden gezet. Wat ik niet begrijp, is dat een fout twee maanden niet wordt opgemerkt. Dat er geen sensor is die na een half uur de controlekamer waarschuwt dat een klep nog openstaat.” Het incident is te meer onaanvaardbaar, stelt Klijs, omdat de Onderzoeksraad voor Veiligheid vorig jaar nog concludeerde dat Shell „kritischer” moet worden op veiligheidsrisico’s, op grond van onderzoek naar twee ontploffingen, in juni 2014, kort na het opstarten van een installatie. Klijs: „Na zo’n rapport verwacht je een plan van aanpak. Dat er nu weer een incident gebeurt, is onbestaanbaar. Wie zegt mij dat zoiets niet vaker op de plant gebeurt?”

Ongerustheid heerst er in Moerdijk ook bij de dorpsraad. „Onvoorstelbaar”, vindt bestuurslid Raymond Cools, dat zich in anderhalf jaar drie incidenten hebben voorgedaan. „Dat mag gewoon niet. Ik dacht zelf dat alles in die fabriek tegenwoordig wel met de computer werd geregeld. Dat zo’n klep met de hand moet worden bediend, is onbegrijpelijk.” Echt ongezond is het in Moerdijk niet, volgens hem. „Er zijn geen signalen dat de lucht hier ongezonder is dan in bijvoorbeeld het oosten van Brabant.”

Zeven tumoren

Dat laatste wagen huisartsen en hun patiënten te betwijfelen. Zoals die van de huisartsenpraktijk De Clundert in Klundert, een dorp van de gemeente Moerdijk en luttele kilometers verwijderd van de chemische fabrieken van Shell. „Dit gebied in West-Brabant tussen de haven van Rotterdam en de haven van Antwerpen is een epidemiologische hot-spot”, zegt huisarts Jula-Louise Vladár. „Daar zitten we middenin. En dan hebben we hier ook nog eens een eigen industriegebied.” Ze sluit zeker niet uit dat de gezondheid van de bevolking lijdt onder de vervuiling door de chemische industrie. „Wij hadden hier laatst zeven kwaadaardige tumoren in één week. Dat is op een aantal van achtduizend patiënten heel veel. Dat geeft ons te denken. Ik heb in mijn leven als huisarts nog nooit zo veel gevallen van kanker gezien. Het geeft ook patiënten te denken. Als een patiënt kanker blijkt te hebben, dan is de reactie vaak: vind je het gek, met dat industrieterrein?” Ze zou wel eens een groot, langjarig onderzoek willen zien dat uitwijst of de gezondheid van de omwonenden afwijkt van elders in Nederland. „In onze praktijk vinden wij het aantal zieken allemaal onverklaarbaar hoog. Natuurlijk valt er met statistiek altijd wel iets op af te dingen. Je kunt alles te pletter nuanceren. Maar wie verifieert ooit eens welke giftige stoffen Shell produceert? En waarom zegt Shell doodleuk dat er geen gevaar voor de gezondheid is? Ik word daar boos om.” Zelf lag ze op de avond van 3 juni 2014 net in bed, toen zij en haar partner in hun slaapkamer werden opgeschrikt door een enorme knal door een explosie bij Shell. „De jaloezieën vlogen de kamer in.” Onderzoek naar elk incident apart is niet de remedie, denkt Vladár. „Straks zal uit onderzoek misschien weer blijken dat er geen acuut gevaar voor de gezondheid is geweest. Maar wie kan bewijzen dat als je over tien of twintig jaar kanker krijgt, dat niet is veroorzaakt door jarenlange blootstelling aan schadelijke stoffen door de industrie?”

Een groot onderzoek zou haar bezorgdheid misschien kunnen wegnemen. De huisarts krijgt haar zin, als het aan burgemeester Klijs van Moerdijk ligt. „Ik ben daarover in discussie met de GGD. Ik heb al eens vaker gezegd dat de Brabantse lucht niet de schoonste van Europa is. Ik zie op voorhand geen causaal verband tussen de gezondheid van mijn inwoners en de industrie. Maar zet het aantal gevallen van kanker maar eens af tegen andere regio’s.”

Vertrekregeling

Enkele jaren geleden opperde oud-minister Ed Nijpels, voorzitter van een commissie die de toekomst van het industriegebied onderzocht, om „keuzes” te maken. Misschien zou er bij uitbreiding van het industriegebied geen plaats meer zijn voor het elfhonderd inwoners tellende dorp Moerdijk? Die suggestie lokte een stroom maatregelen uit ter vergroting van de „leefbaarheid”. Er werd een nieuw dorpshuis gebouwd. Er is een begin gemaakt met het opknappen van het haventje. Ook kwam er een vertrekregeling: wie wil verhuizen, kan zijn huis verkopen aan de gemeente voor 95 procent van de getaxeerde waarde. De koper krijgt dezelfde garantie. Er zijn ongeveer 350 koophuizen in het dorp. In twee achtereenvolgende jaren heeft de gemeente het maximum aantal huizen, 25 per jaar, aangekocht. „Meer dan ik had verwacht”, zegt bestuurslid Raymond Cools van de dorpsraad. De burgemeester vindt het wel meevallen. „Er zaten veel gevallen bij van mensen die al jaren aan het wachten waren op een woning. Mensen die weg willen vanwege de industrie zijn er niet zo veel. Er is veel te doen, bijvoorbeeld met carnaval. Eigenlijk is het enthousiasme in het dorp nog nooit zo groot geweest.”

Het dorp Moerdijk zal, kortom, voorlopig niet worden gesloopt ten gunste van de oprukkende industrie. Als het aan de uitbater van café De Put in het dorp ligt, moeten „de media” eens wat minder aandacht besteden aan incidenten. „Vroeger gebeurde op het industrieterrein ook wel eens iets. Maar dat werd niet aan de grote klok gehangen”, zegt ze. „Wilt u wat drinken?” Huisarts Jula-Louise Vladár oppert zelfs dat de industrie moet vertrekken. „Ik begrijp dat het niet zo eenvoudig is om de industrie te verhuizen naar een lege vlakte in Afrika of een Russische steppe. Maar er zijn toch regio’s te vinden die weinig tot niet bevolkt zijn en waar een grote fabriek minder schade zou aanrichten dan hier, bij een volgend incident?”